Category Archives: rare wereld

zwaar op de hand

Ik las gisteren een blogpost van Loes die me nogal raakte. Ze schreef:

Ik verwacht niet dat ik van mijn pensioen kan genieten zoals anderen dat voor zich zien. Ik ga ervan uit dat de wereld tegen die tijd een plek is van extreem weer, met zeespiegelstijging, massa-migratie, voedseltekorten, uitsterven van het leven, oorlog. Ik hoor anderen plannen maken over verre vliegreizen en conferenties en daar moet je dan eigenlijk enthousiast op reageren […] en het voelt zo… surrealistisch. Vervreemdend.

Hoewel ik heus wel wist dat ik niet de enige was die dit zo voelde, was het pijnlijk confronterend om te lezen. Eigenlijk kan ik me ook niet voorstellen dat we over vijftig jaar lekker zitten te golfen – niet IRL, niet in VR. Ik zie de toekomst meer voor me zoals Loes beschrijft.

Meestal probeer ik die gedachte te negeren en leef ik gewoon mijn leven. Ik ga naar mijn werk. Mijn tweede boek is bijna helemaal af. Ik ga naar café’s en concerten. Ik wil eigenlijk wel echt een vakantie gaan plannen. Ik ben deze week een TikTok-kanaal over schrijven en boeken begonnen.

Ondertussen probeer ik een beetje halfslachtig milieuvriendelijk te doen. Biologische wasmiddel kopen, planten op het balkon zetten waar dan hopelijk insecten op afkomen, dat soort dingen. Ik eet grotendeels plantaardig – eigenlijk voor de dieren, maar voor het milieu is het ook mooi meegenomen. (Sorry, ff bommetje droppen: ik ben momenteel na 6,5 jaar niet meer 100% vegan. Voor mijn gezondheid, maar dat is een verhaal voor een andere keer.)

Ik ben lid van Partij van de Dieren en steun Milieudefensie. Ik heb (eindelijk) een groene bankrekening en (eindelijk) groen gas. Ik had me vorige maand voorgenomen om de rest van het jaar alleen nog maar tweedehands kleding te kopen. Ik dacht: misschien kan ik erover bloggen, mensen inspireren om ook minder te kopen.

For the record: halfslachtig milieuvriendelijk, dus. Ik ben geen veganist meer. Ik koop geen biologische groente, want duur. Ik koop te veel plastic, want gewoonte. Heb het afgelopen jaar toch nog fast fashion gekocht, want “het was alweer even geleden”. Ga meestal met de trein, maar soms met de auto omdat dat gewoon veel handiger is. En waarom moet ik mijn leven zo ingewikkeld maken, als de écht vervuilers de grote graaiende bedrijven zijn en mijn ritje toch niet zoveel invloed heeft op het grote geheel?

Ik probeer niet wakker te liggen van de klimaatcrisis. Dat doen anderen ook niet, redeneer ik. Die hebben toch ook toekomstplannen en langetermijnvisies en kinderen en alles? Die hebben toch ook nog steeds hoop? Waarom zou ik dan bang gaan zitten zijn? Het ligt vast aan mij dat ik die nieuwsberichten over branden en overstromingen en het uitsterven van insecten geloof. Ik ben altijd al zo zwaar op de hand.

Nee, het valt vast allemaal wel mee, denk ik dan: ik doneer toch geld toch aan De Goede Zaak, en verder kan ik het leven alleen maar nemen zoals het komt, gewoon doorgaan, straks toch maar gewoon wél voor kinderen kiezen, en er maar gewoon erop vertrouwen dat de overheid en alle slimme wetenschappers het voor ons oplossen. En zo niet, dan zien we dat dan wel weer. Op zich was in de Middeleeuwen leven ook niet per se het toppunt van comfort.

Maar soms gebeurt het toch. Als ik dus een artikel lees over droogte of overstroming of brand. Of van iemand anders die zich zorgen maakt. Of juist als ik merk hoe nadrukkelijk anderen zich níet zorgen maken. Een gesprek opvang over dat je bij Shein zulke leuke goedkope dingetjes kunt kopen. Of als ik iets lees over het begrip ‘vliegschaamte’, en me weer herinner dat ik echt niemand ken die dat heeft.

En dan moet ik janken maar dan maak ik me dan zorgen over want het was vrijdagmiddag en mijn lunchpauze was bijna ten einde en als ik me te veel laat meeslepen door m’n emoties krijg ik mijn werk niet af en dan zit ik dáár weer mee.

Dan denk ik: wat zit ik nu hier stom met m’n deadlines en m’n doelstellingen en m’n boekjes en m’n zelfpromotie en m’n vakantieplannen en m’n wens om een huis te kopen in een deel van Nederland dat onder de zeespiegel ligt?

Waarom geef ik niet méér geld aan milieudoelen?
Waarom geef ik niet alles?

8 Comments

Filed under rare wereld

Overpeinzingen in de sprinter om 07.51

Een stukje meedenken

Kijk, inmiddels weet iedereen wel: treinreizigers die een stoel bezet houden met hun tas terwijl het hartstikke druk is, zijn hufters. Maar weet je wie óók hufters zijn? Mensen die aan de buitenkant van zo’n vierzitsplek van een sprinter zitten, en niet even opstaan als er iemand op een stoel aan de binnenkant wil gaan zitten.

Voor de mensen die nooit met de sprinter reizen: die zitjes zijn zó klein dat je altijd je best moet doen om niet gezellig met je knieën tegen de knieën van je overbuur te zitten. Hoe moet ik me dan in godsnaam door dat fort van knieën heen wurmen om op mijn zitplek aan te komen? (Antwoord: het is een gevecht. Ik moet enorm mijn balans zoeken terwijl ik me erdoorheen pers als een babyhoofdje tijdens een bevalling, stap 50% van de keren per ongeluk op de voet van een van de hufters (wel echt per ongeluk want ben een pussy) en sla, al helemaal per ongeluk, mijn tas in het gezicht van de arme derde persoon waar ik tegenover wil gaan zitten en die er allemaal ook niets aan kan doen.)

Vijf koffie graag (per week)

Waar ik me altijd over verbaas: hoeveel mensen coffee to go kopen op een normale doordeweekse dag. Dit is echt geen judgement, want hoe meer mensen coffee to go kopen (liefst wel in hip uitziende herbruikbare bekers natuurlijk) hoe meer koffietentjes ik heb om uit te kiezen op die 2x per jaar dat ik zelf trek heb in een lekker coffeetje to go (daarom heb ik geen herbruikbare beker, hij zou dan ergens achterin de kast belanden – en hierdoor koop ik dus nóg minder koffie, want ik schaam me dat ik geen herbruikbare beker heb). Anyway, terug naar mijn punt, en dat is: ik vind het persoonlijk best zonde van mijn geld om iedere dag coffee to go te kopen als ik daarna meteen op mijn werk ook al onbeperkt koffie kan drinken. Maar dat ben ik.

‘Gratis’ sauna

Waarom zetten ze die verwarming in treinen vaak zo hoog? Ik bedoel, het is wel lekker om niet dood te vriezen, maar meestal heb je je jas wel bij je als je met de trein reist, dus kamertemperatuur lijkt me onnodig. Ik zweet me altijd helemaal kapot (eerlijk is eerlijk, dat wordt wel aangezwengeld doordat ik standaard een minuut te laat van huis vertrek en het laatste stukje moet rennen) maar mijn jas uitdoen kan niet, ik kan niet eens bij m’n knoopjes want ik heb m’n twee tassen noodgedwongen op schoot en ik kan mijn armen nauwelijks bewegen zonder tegen de muur/in iemands zij/in mijn eigen gezicht te porren.

Het rijke innerlijke leven van een zombie

Ik zou zo graag eens op de telefoonschermpjes van mijn medereizigers willen kijken. Eens in de zoveel tijd zie je weer ergens een grimmige foto van een grote groep mensen die met gebogen hoofden naar hun telefoon staren. Onderschrift: de zombie-apocalyps is begonnen.

En ik geef toe: het ziet er ook stom uit, iedereen in z’n eigen piepkleine schermpje. Maar een telefoon biedt nu eenmaal heel veelzijdig vermaak, en dat voor iets dat slechts zo weinig ruimte in je tas inneemt! Ik lees bijvoorbeeld e-books. Of verbeter mijn Frans. Of werk mijn WhatsApp-correspondentie bij (ik ben zo’n hinderlijk persoon dat alles meteen leest maar er een week over doet om te reageren). Soms lees ik zelfs blogs! Allemaal nuttige en/of vermakelijke dingen. Ben best benieuwd wat voor leuke dingen andere mensen allemaal doen op hun telefoon.

Ga weg

Kunnen ze scholieren niet nog wat vaker vakantie geven? (Meteen een handige oplossing voor het lerarentekort, denk ik, want dan hebben de leraren iets meer tijd om hun lessen voor de bereiden en dan wordt het vak een stuk dragelijker) (ik kan het weten, ik heb ook 0.62 seconden voor de klas gestaan). Tijdens die schoolvakanties zijn de treinen zo lekker leeg en rustig, en kun je je tas rustig naast je neerzetten zonder dat je je meteen een hufter voelt. Ik zweer het, elke schoolvakantie is een cadeautje voor de forens. (Langere treinen inzetten mag ook)

13 Comments

Filed under rare wereld

9 dingen waar ik nooit bij stil had gestaan voordat ik met rijles begon

rijles blog

Zoals je misschien wel hebt gelezen, ben ik onlangs ein-de-lijk begonnen met rijles. En zoals je misschien ook wel hebt gelezen, vind ik het SUPERLEUK. Dit kwam voor iedereen, inclusief mijzelf, als een enorme verrassing. Ik verwachtte namelijk dat ik rijden doodeng en extreem moeilijk zou vinden. Dat is niet onwaar: maar als er iets is dat ik de laatste weken heb geleerd, is dat vrezen voor je leven en dolgelukkig zijn zeer dicht bij elkaar liggen.

En dat is niet eens het enige inzicht dat ik heb opgedaan sinds ik ben begonnen met rijles. Hierbij 8 andere dingen die ik nooit had geweten als ik nog steeds niet met rijles was begonnen:

  • Dat de meeste mensen de maximumsnelheid eerder zien als een suggestie dan als must-do.
  • Dat het leven van een vrachtwagenchauffeur zwaar klote is. Althans, dat concludeerde ik toen er eentje achter mij heel boos werd omdat ik niet rechts wilde inhalen.
  • Dat lesauto’s bij Echte Automobilisten als een rode lap op een stier werken. Want jezus, wat wordt er veel naar ons getoeterd op momenten dat ik/we niet supersnel rijd(en) (uit onhandigheid of als ik me gewoon aan de maximumsnelheid houd).
  • Wat die gele vierkante borden die altijd in de berm staan betekenen (namelijk dat ik op een voorrangsweg rijd, ha!) (m’n lievelingsbord dus)
  • Dat filerijden je lichaam, met name je linkerbeen, sloopt. De hele tijd maar die koppeling ingeduwd moeten houden vergt veel van je. Ook emotioneel trouwens.
  • Hoe kwetsbaar je bent als fietser. Nee, dat is een leugen. Dat wist ik allang. Ik zet het er alleen even in om al die fietsers die zichzelf voor mijn auto gooien moralistisch toe te kunnen spreken. STOP DAAR TOCH EENS MEE JONGENS.
  • Hoe belangrijk de handrem wel niet is. Ik bedoel … is elke parkeerplaats scheef, of wat?
  • Dat ik heel dik ga worden als ik alleen maar met de auto ga. Althans, dat beweerde iemand die ik totaal niet ken en op wiens mening ik totaal niet zit te wachten, dus dan weet je dat het waar is.

17 Comments

Filed under rare wereld

over bijna-waargebeurde verhalen (meer specifiek: over into the wild)

Vijf jaar geleden kreeg ik er een nieuwe favoriete film bij: Into the wild. Het was liefde bij de eerste kijkbeurt. Ik schreef er een blog over, waarna een medeblogger (Jaap, lees je nog mee?) me het boek stuurde waar de film op was gebaseerd.

Het boek vond ik net zo fantastisch – of misschien nog wel iets fantastischer. Ik las het continu. Op Lowlands. In de metro. In de lunchpauze op mijn werk. En dat zegt wat, aangezien ik het altijd heel vervelend vind om kleine stukjes te lezen, ik heb normaal altijd tijd nodig om erin te komen – maar niet bij dit boek, hierbij wilde ik ieder flintertje pakken dat ik maar kon pakken. Jon Krakauer vertelt niet alleen het tragische – waargebeurde – verhaal over hoe Christopher McCandless buiten de samenleving wilde leven, maar ook over anderen die zich afzonderden en de wildernis inliepen, en over waarom zij hier hun heil zoeken, en ik vond het zo, zo interessant.

Wat mij zo aantrekt in zowel de film als het boek, is het idee van een vrijheid waarvan je altijd vergeet dat die bestaat. Ik wil ongeveer dezelfde dingen als alle andere mensen die ik ken: werken, een huis kopen, mijn familie gelukkig maken. McCandless trok zich niets van dit aan. Hij ging gewoon de samenleving uit. De natuur in. Weg van het ‘moeten’. Want ja, waarom ook niet? Je hebt maar één leven en het staat niet in de sterren geschreven dat je een hypotheek nodig hebt. Hypotheken zijn ook maar gewoon door iemand verzonnen.

Nu zou ik zelf nooit de wildernis intrekken. Zoals ik al zei: ik wil werken en een huis en leuke dingen doen in de stad met mijn vrienden en familie. Als ik in m’n eentje in Alaska zou zitten, zou ik me best wel vervelen.

(Bovendien: zien jullie mij al op elanden jagen?)

Toch trekt het me, het idee dat je ook gewoon vrij kunt zijn. Dus daarom kijk ik maar weer de film, lees ik maar weer het boek. Heb ik toch weer ff mijn portie wildernis gehad, ben ik toch even in de buurt geweest van iemand die dit wel echt heeft meegemaakt – in mijn hoofd dan. Kan ik meteen weer verder met m’n belastingaangifte e.d.

into-the-wild

De laatste keer dat ik het boek las, vond ik het echter ineens toch wat minder goed. Wat het precies was, daar kon ik mijn vinger niet op leggen – het verhaal greep me minder (omdat ik het al zo vaak gelezen had?), ik ergerde me aan de auteur. Krakauer beschrijft veelvuldig hoe hij zelf levensgevaarlijke bergbeklimpraktijken uithaalde, hij vergeleek zijn eigen motieven om te willen vluchten met die van McCandless, hij wist allemaal zo goed wat die jongen voelde en dacht – het zat me niet helemaal lekker. Ik vond het een beetje smakeloos, al dat gepraat over jezelf in vergelijking tot iemand die dood ging toen hij half zo oud was als jij.

(Wel ironisch dat ik me hier zo aan ergerde – ik ben immers een blogger. Met andere woorden, ik ben EXTREEM NARCISTISCH.)

Na het lezen ging ik wat googelen, en met dat gegoogle kwam ik er ook achter dat er wel meer kritiek is op deze auteur: zo zou hij bij het reconstrueren van het verhaal wel erg creatief geweest zijn met het uitleggen van dagboekfragmenten van McCandless en met het interpreteren van de precieze gebeurtenissen die hebben geleid tot diens dood. Met andere woorden: dit waargebeurde verhaal was toch niet zo waargebeurd als ik dacht.

velvet-goldmine

Dit doet me trouwens denken aan mijn allerlievelingsfilm aller tijden, Velvet Goldmine. Velvet Goldmine is een totaal andere film dan Into the wild. Waar Into the wild een redelijk ‘normale’ film is die een soort van chronologisch verloopt, is Velvet Goldmine veel verwarrender. Werkelijkheid en fantasie lopen door elkaar op zo’n manier dat het allemaal niet meer toe doet wat waar is (quote uit de film: “It doesn’t really matter much what a man does in his life, what matters is the legend that grows up around him“). Het is een heerlijke postmoderne film waarin de samenleving juist herschapen wordt in plaats van afgezworen, en er zijn weinig bomen te zien, maar vooral glitter.

Dat werkelijkheid en fantasie zo door elkaar lopen, maakt Velvet Goldmine alleen maar beter, alleen maar interessanter. Natuurlijk, Velvet Goldmine is verzonnen, geen journalistiek werk (hoewel er hierin ook veel parallellen te trekken zijn met het leven van David Bowie). Er is geen pretentie van waarheid, dus we kunnen niet teleurgesteld worden.

De misplaatste pretentie van waarheid doet bij Into the wild toch een beetje pijn (hoewel minder dan wanneer ik het boek nog steeds maar alleen fantastisch had gevonden). Ondanks mijn voorliefde voor verhalen hecht ik toch wel veel waarde aan de waarheid als die mij beloofd is. Eigenlijk best wel gek, want wat heb ik eraan om te weten hoe iemand van een ander continent is gestorven op het moment dat ik nog gewoon lekker bij mijn ouders in de box lag (1992)? Wat maakt het voor ons, anno 2016, voor verschil? (Ervan uitgaande dat wij niet zelf in de bosjes in Alaska willen wonen en dus geen tips&tricks nodig hebben om te overleven.)

En vooral: waarom krijg ik zo’n vies gevoel bij het besef dat ik wél de waarheid wil weten en niet gewoon genoegen kan nemen met de helft ervan?

6 Comments

Filed under rare wereld

iedere keer weer diezelfde cirkel rond

lente tijdschriften

Pas nu ik best wel oud ben, zie ik hoeveel ieder jaar op het vorige lijkt. Ik heb het nu niet alleen over het telkens weer opnieuw terugkeren van lentebloesem, de zomertijd en lammetjes in de wei, maar vooral over dat gezever van ons over lentebloesem, de zomertijd en lammetjes in de wei.

En jongens, ik wil niet moeilijk doen, maar dat is dus best wel vermoeiend, ieder jaar weer dezelfde instagramfoto’s moeten zien van bloembollen en dezelfde tweets moeten lezen over #lekkergenieten in je #tuintje. Tegelijkertijd heb ik ieder jaar weer de drang om net zo hard mee te doen. Met het gevaar om voor basic lentebitch te worden uitgemaakt (= mijn grootste angst, naast terechtkomen in een ingestorte tunnel): I love love loooove het zien van veranderingen in de natuur. Nog meer dan van de zon hou ik van dat de zon voor het eerst sinds zo lang zo hard straalt, nog meer van de geuren hou ik van dat het gisteren nog heel anders rook, nog meer van het licht hou ik van dat het morgen nog weer wat lichter zal zijn dan vandaag.

Nu zal ik er maar meteen bij vermelden dat ik wat jaargetijden betreft niet eenkennig ben, ik hou van alle seizoenen,  of beter gezegd, van alle veranderingen. Geloof het op niet, maar ik sta ieder najaar weer te juichen als het ineens weer donker is als ik wakker word. Herfstbladeren zijn mijn favoriete bladeren. Kerstvoorpret in oktober gaat nooit vervelen.

Nee, van seizoenswisselingen word ik nooit moe. Dit brengt mij op het punt wat ik met deze blog wil maken (en ja, u raadt het al: dit gaat dus over dat ene waar ik wél moe van word), en dat is wat er ieder jaar weer over de seizoenen gezeverd wordt, weer die verdomde blotebenenfoto’s en terrasstress, maar vooral over wat er in de media over de jaargetijden geschreven wordt, in tijdschriften en op websites en blogs (is hier tegenwoordig nog een verschil tussen?). Of nou ja, moe, moe is niet echt het juiste woord, ik moet zeggen: het verbaast me steeds weer, telkens meer.

Die media schrijven namelijke elk jaar nagenoeg hetzelfde (vooral de media die op vrouwen gericht zijn, wat zegt dat eigenlijk?). Iedere lente beloven ze wederom: dit jaar wordt je écht zomerslank met een methode die echt (maar nu echt) gaat werken. Iedere zomer staan er revolutionaire tips in om je relaxte vakantiegevoel ook in het najaar vast te houden (niemand weet wat er met de tips van vorig jaar is gebeurd) en zo rond november wordt ons verteld wat we tijdens de feestdagen moeten doen om a) onze irritante schoonfamilie te overleven maar b) ons niet kotsmisselijk vreten. En oh ja, in januari krijg je een stappenplan om dit jaar nu echt echt echt werkelijk de beste versie van jezelf te worden (nogmaals: WAT IS ER GEBEURD MET DE TIPS VAN VORIG JAAR?! ZIJN DIE NU AL ACHTERHAALD?!?). En ja, voor je het weet is het alweer lente, tijd om het te hebben over die bikinibody die je vorig jaar niet had (toen had je kennelijk een omslagdoekbody) maar dit jaar wel zult krijgen. Heus.

Waarom heeft het Grote Publiek inmiddels niet door dat er iets niet klopt? Als we iedere keer hetzelfde cirkeltje rondgaan, is het toch logisch dat alle tips ieder jaar niet werken – vooral als je bedenkt dat de meeste tijdschriften/sites/blogs een redelijk stabiel publiek hebben, dus dat iedereen dezelfde shit vorig jaar ook al gelezen heeft. Fascinerend. Krijgen wij lezers dan ook nooit genoeg van goede raad waarvan we bij voorbaat al weten dat het niet werkt? Of behoort het lezen van levensverbeteringstips die passen bij de tijd van het jaar, en die dan niet opvolgen, inmiddels net zo tot ons natuurlijke ritme als lentebloesem, langer licht en lammetjes in de wei?

7 Comments

Filed under rare wereld