Category Archives: tijdmanagement

minder op je telefoon zitten: 7 tips

Ik had jullie nog een blog beloofd over het boek Digital Minimalisme van Cal Newport, en hoe ik ervoor zorg dat ik tegenwoordig wat minder op mijn telefoon zit.

Ik word namelijk behoorlijk onrustig van dat ding. Dat wist ik al lang, maar door Digitaal Minimalisme snap ik beter waarom. Hierin wordt uitgelegd dat je telefoon een soort gokmachine is – heb ik een bericht? Heeft iemand me geliked? Krijg ik dit keer wél iets leuks te zien als ik mijn Instagram Explore-pagina ververs, of blijft die pagina bestaan uit TikTok-reposts van afgetrainde 18-jarigen die je uitleggen hoe ze in 2 maanden tijd steenrijk zijn geworden? Juist omdat je telefoon je soms teleurstelt, ontstaat het gokeffect, want het is dan extra leuk als er wél iets interessants gebeurt.

Ook merkte ik dat ik dwangmatig controleerde of ik iets belangrijks gemist had – een nieuwsbericht à la 9-11, een geliefde in het ziekenhuis, een uitnodiging voor een exclusief feest waar ik direct op moest reageren omdat het aanbod anders naar iemand anders ging (lol).

Daarbij gebruikte ik mijn telefoon als een fopspeen voor wanneer ik niet meer wist hoe ik verder moest met mijn werk (scrollen is immers véél comfortabeler dan doorzetten) of wanneer ik na het eten niet af wilde wassen en nog even op Reddit dingen over drag queens moest lezen (en als ik daarmee klaar was ging ik naar Instagram, en dan naar Bloglovin, en dan maar naar Facebook …) (ff serieus, dat uitstelgedrag heeft hele avonden weggetoverd, want als ik eenmaal klaar was met de afwas moest ik alweer naar bed).

En dan weet ik nog wel dat het bij mij best meevalt – ik liet mijn telefoon ook nog weleens een halve dag (expres of per ongeluk) in de keuken liggen. Maar toch, het bleef te veel. Daarom dat ik Digitaal Minimalisme 2x in een half jaar heb gelezen, en de tips ook echt toepas. Sommige liggen voor de hand, maar door erover te lezen krijg ik echt zin om aan de slag te gaan. (Suushi schrijft hier trouwens ook regelmatig inspirerende berichten over).

Het is niet dat ik nooit meer op Instagram wil, want ik vind het een leuke manier om te zien waar anderen mee bezig zijn. Cal Newport schrijft ook: het doel is niet om je telefoon nooit meer te gebruiken, maar om hem zo te gebruiken dat je optimaal profiteert van alle leuke dingen die je telefoon biedt. Dat betekent dus: gericht je telefoon gebruiken. Dus ik ga zeker niet terug naar de Nokia. Maar wat minder dwangmatig checken, meer rust, meer focus… graag! Ik ben inmiddels wel een beetje te oud voor fopspenen.

Deze veranderingen helpen tot nu toe goed:

  • Ik heb mijn telefoon standaard op ‘niet storen’ staan – het enige geluid dat mijn telefoon ooit maakt, is de ringtone als een van mijn contacten belt. Dit is best een big deal – vroeger stond mijn telefoon altijd op stil, maar daarom moest ik hem continu checken om te kijken of niemand had gebeld met de vraag of ik hem/haar op kon halen van het politiebureau. Nu kan ik dat gewoon horen!
  • Ik heb mijn WhatApp-meldingen uitgezet. Dit is wel een van de grootste rustgevers. En eigenlijk was ik het niet eens van plan – ik had ze een keer uitgezet tijdens mijn werkdag, met de gedachte dat ik ze ‘s avonds weer aan zou zetten. Alleen… dat deed ik vervolgens niet. En wat een rust dat geeft! Het is echt heerlijk om je telefoon te kunnen pakken voor buienradar of de Kobo-app zonder dat je meteen allemaal berichten ziet waar je voor je gevoel NU op moet reageren (wat ik toch nooit deed – maar de druk bleef).
  • Ik heb uitgelogd op Facebook op mijn telefoon. Facebook was vaak mijn ‘last resort’ als ik niet meer wist waar ik nog meer kon gaan scrollen, en het was altijd zo plezierloos dat ik blij ben dat ik er vanaf ben. (Al kijk ik soms wel op mijn computer, maar daar blijf ik op een of andere manier toch altijd minder lang hangen)
  • Ik heb allerlei app-notificaties die ik standaard wegklikte (ein-de-lijk) uitgezet.
  • Ik deed het al, maar ik doe het nu nog vaker: mijn telefoon ergens leggen waar ik hem niet kan zien, het liefst ook een eind weg. Dat vermindert ook de behoefte om hem te pakken.
  • Ik ben me bewuster van de ‘momentjes’ waarop ik mijn telefoon pak: als ik even vastloop met mijn werk. Na het eten. Als ik ‘s avond op de bank een boek lees en dan na een kwartier ineens denk: omg zou ik nog iets gemist hebben?!?!? Die kennis maakt het makkelijker om de verleiding te weerstaan, of in ieder geval sneller te stoppen.
  • Ik mag tijdens werktijd van mezelf niet zo vaak mijn telefoon checken. Vroeger werkte ik op een kantoor met veel fanatieke rokers, maar dat liep zo de spuigaten uit dat er op een gegeven moment een regel kwam: halverwege de ochtend mag je een sigaret roken, halverwege de middag mag je een sigaret roken, en in je lunchpauze mag je zoveel sigaretten roken als je maar wilt. Dat wil ik dus ook doen met het checken van mijn telefoon. Oké, dit is de enige richtlijn die ik vaak overtreed – maar dat er überhaupt een richtlijn is, zorgt er toch voor dat ik me wat langer inhoud. En ik merk dat ik me echt veel beter kan concentreren als ik weet dat ik mijn telefoon niet ‘mag’ pakken.

PS: vanavond (woensdag 18 november) om 20.30 ga ik met mede-YA-auteur Pamela Sharon in gesprek over boeken en schrijven. Dit vindt plaats op Instagram live! Ik zou het heeel leuk vinden als je meekijkt. Is ook op je telefoon (of laptop) maar juist ‘digitaal minimalisme’-verantwoord omdat het heel leuk is, alsof je een tv-programma kijkt. Je kunt om die tijd gewoon naar Pamela’s Instagram gaan, en als ze al begonnen is, zie je vanzelf waarop je moet klikken. En dan als we klaar zijn meteen je telefoon wegleggen, goed? 😉

8 Comments

Filed under tijdmanagement, tips en tricks

over het hebben van een gebrek aan tijd

Tijd & ik hebben nooit een goede relatie gehad. Dat zal vast niet als een verrassing komen, want wie kan het nou wel goed met die gast vinden? Ik ken niemand die ooit zegt: “Oh, ik vind dat er precies genoeg uren in een dag zitten!” of “Oh, ik vind het prima dat 2018 al half voorbij is!” of: “Oh, ik voel me helemaal geen uit het nest gevallen babyvogeltje, ik voel me gewoon net zo volwassen als je zou verwachten op basis van mijn leeftijd.”

De afgelopen jaren hebben tijd & ik dan ook een continue strijd geleverd. Voornamelijk in mijn ‘vrije’ tijd waarin ik zo veel mogelijk wil schrijven, zo snel mogelijk mijn bankzaken wil doen, en zo efficiënt mogelijk boodschappen wil inslaan, zodat ik meer tijd heb voor nog meer schrijven, en sporten, en mijn kleding opruimen i.p.v. alles op de grond te laten liggen, en een boek lezen op de bank.

Dat deed ik onder andere door tijdvreters te elimineren. Zoals lang in bed blijven liggen. Of verdwaald raken op Facebook. Mijn haar om de dag wassen, tofu marineren, mijn nagels lakken: allemaal dingetjes die ik ook gewoon kon laten, zodat er meer tijd was voor andere klusjes. Die ik dan weer deed in samenwerking met to do-lijstjes, kookwekkers en een flinke dosis lusteloosheid.

En dat werkt goed. Ik ben net een slonzige machine die nooit eens lekker eet. Nee, grapje. Ik ben helemaal geen machine. Het menselijk lichaam is helemaal niet gemaakt om zo lang ‘aan’ te staan. Na een ochtend als een robot to do’tjes te hebben weggeknald, krijg ik ‘s middags hoofdpijn die het onmogelijk maakt om me verder nog te concentreren. Na een dag op kantoor lukt het me soms niet eens om een boek te lezen in de trein. Hartstikke leuk hoor, vrije tijd, maar dat je tijd hebt betekent niet dat je hem altijd kunt benutten.

En het is niet alleen omdat je brein/lichaam het laat afweten, maar soms kun je dingen gewoon niet met elkaar combineren. Alleen dat vergeet onze to d0-maatschappij weleens. Zodoende voelde ik me continu schuldig om mijn gebrek aan prestaties.

Zo las ik laatst dat het ‘helemaal niet moeilijk is’ om naast je baan drie keer per week een uur te sporten, omdat je ‘s avonds gemiddeld vier uur vrije tijd tot je beschikking hebt als je koken, tanden poetsen et cetera wegstreept. Dat klinkt inderdaad als best wel veel, maar die mensen hoeven zeker nooit te stofzuigen. Of rijlessen te volgen. Of mee te helpen om het ontsnapte konijn van de buren te vangen. Of naar de sportarts. Of af te spreken met vrienden.

Ik zeg niet dat je niet drie keer per week kunt sporten. Ik zeg alleen dat het niet niet moeilijk is. Sinds februari sport ik zelf weer regelmatig, maar zelden drie keer. Ik probeer het iedere week, maar iedere week komt er wel wat tussen. Ik heb namelijk vrienden. En rijles. En binnenkort mijn eerste afspraak bij de sportarts want die squats doen nog steeds pijn. (Ik heb trouwens geen buren met een konijn, voor zover ik weet, en stofzuigen probeer ik zo veel mogelijk te vermijden.)

Voorbeeld: op maandag ben ik meestal om 18.15 thuis en wil ik om 19.00 meedoen met bodypump. Ik heb dan even om wat te eten, een stom YouTube-filmpje te kijken, me om te kleden, en te gaan sporten. Dan ben ik om 20.00 klaar, om 20.15 thuis, en als ik geluk heb heeft Tim gekookt. Maar soms is Tim er niet. Gelukkig ben ik een kei in snelkoken en vooraf boodschappen doen, en dan zit ik rond 20.40 wel met een bord eten op schoot The Unbreakable Kimmy Schmidt te kijken. Maar ja, je kunt wel om 21.00 opstaan en de afwas doen, maar je zit net, dus dan kijk ik nog een aflevering, en dat duurt dan ongeveer tot 21.30, en dan ga ik afwassen en lunch voor morgen maken, en als ik klaar ben is het wel 22.00 en dan moet ik alweer naar bed om wat te lezen, want als ik daarmee wacht tot 22.45 val ik pas veel later in slaap, en dan ben ik de volgende ochtend doodmoe, en dan kan ik nog minder snel werken.

Ja, dat ga ik dus echt niet drie avonden per week doen hè. Ik hou best van een beetje zelfkastijding op z’n tijd, maar een mens moet niet overdrijven.

(En dan heb ik het nog makkelijk. Ik heb ook een collega die om dezelfde tijd als ik weggaat en pas om 19.15 thuis is. Bovendien ben ik gezond: als je (chronisch) ziek bent, dan kun je pas echt veel minder doen dan je wilt.)

Misschien zijn dit allemaal een beetje open deuren hoor, en weten jullie al lang dat een mens geen machine is, en zijn jullie daar al jaren helemaal zen mee (net als dat ik agressief word van mensen die zeggen “Iedereen eet quinoa maar ik wil gewoon patat waarom doen mensen niet gewoon normáál :(” terwijl IEDEREEN PATAT EET). Maar goed. Het is een blijft een leerproces.

En leren kost tijd.

11 Comments

Filed under tijdmanagement

over leven en slapen

Ik wil niet opscheppen of zo, maar ik ben dus best wel goed in in slaap vallen. Nee, echt. Ik hoef maar het licht uit te doen en ik ben weg tot mijn wekker gaat, zo’n acht uur later.

Goed, dit gebeurt niet altijd-altijd, ik heb ook nachten die minder geslaagd zijn, bijvoorbeeld als ik tot laat heb doorgewerkt (dan sta ik in bed nog steeds in powerwoman-stand) of als ik weet dat ik de volgende ochtend op moet schieten (dan word ik steeds wakker omdat ik denk dat ik me verslapen heb). Toen er een tijdje veel inbraken waren in mijn flat in Noord sliep ik niet goed, en toen ik in mijn nieuwe woning Insidious 2 had gekeken werd ik ook constant tussendoor wakker (een vriendin van me heeft me laten beloven dat ik NOOIT meer films met geesten ga kijken want ik kan er gewoon niet tegen).

Maar inmiddels hoef ik me ‘s nachts geen zorgen meer te maken en slaap ik meestal als een roos. Desondanks denk ik iedere ochtend: nounou, vanavond moet ik weer eens wat vroeger naar bed, want ik ben nu veel te moe. En dat terwijl ik toch wel iedere nacht bijna acht uur slaap. Ik ben namelijk een beetje snel moe. Of beter gezegd: ik denk dat ik snel moe ben. Of nog beter gezegd: ik denk dat ik denk dat ik snel moe ben.

Kijk, het zit zo: een andere vriendin van me sliep vroeger 10 uur per nacht. Ze dacht dat ze het nodig had en verspilde sowieso minder tijd dan ik, dus zij kon wel vroeg naar bed. Ze was ook altijd best wel vroeg moe. Op een gegeven moment besloot ze echter te kijken wat er gebeurde als ze minder zou slapen.
Wat bleek: ze was ineens veel energieker!
Ze had zichzelf gewoon moe geslapen.

En ja, soms ben ik een beetje bang dat ik dat ook doe. Sleep is for the weak, zeggen alle coole en productieve mensen, en slapen kun je ook als je dood bent. Goed, nu ga je eerder dood als je te weinig slaapt en daardoor zo moe bent dat je niet ziet dat je onder een bus loopt, maar dat gebeurt nou ook weer niet zo snel, en de voordelen lijken alleen maar groter dan de nadelen: weinig slaap betekent meer tijd voor feestjes, meer tijd om je eigen bedrijf op te zetten, meer tijd voor Netflix. Meer tijd om te leven, dus. Hoewel acht uur slaap per nacht zo’n beetje overal wordt aangeraden, ben ik zo’n beetje de enige sukkel die zich hier ook echt aan houdt.

Ik heb het wel eens geprobeerd, bewust minder slapen. Ik hoopte dat ik vanzelf zou wennen aan nachten van slechts zeven uur. Na drie dagen viel ik echter bijna in slaap in de bus (beter dan voor de bus, maar alsnog is het niet echt een succesverhaal). Die drie uur die ik ermee had gewonnen, zorgden dus niet bepaald voor meer leven in de tent.

Dat experiment is echter inmiddels ook alweer van een paar jaar terug, inmiddels ben ik weer wat ouder en wijzer en ben ik aan een nieuwe poging toe (eentje die misschien net wat minder ambitieus is, zoals… 7,5 uur slaap). Of ik zeg gewoon doei tegen de prestatiemaatschappij en ga vanavond eens écht vroeg naar bed. Met genoeg slaap hoef ik in ieder geval niet bang te zijn om vroegtijdig rimpels te krijgen. Dat is voor mij bijna net zo’n grote angst als geesten, dus kun je nagaan hoeveel beter ik slaap als ik me daar in ieder geval geen zorgen over hoef te maken.

 photo koffie slapen.jpg

Vijf koffie graag omdat ik niet zo gevoelig ben voor cafeïne

18 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement

een simpel leven

nagellak

Nagellak (nee grapje bloed) (nee grapje haarverf) (maar zo zien mijn handen er wel ongeveer uit na het nagellakken)

Toen ik een jaar of zestien was, kocht ik een boekje genaamd Coach jezelf naar succes. Ik was niet van plan geweest om een zelfhulpboek aan te schaffen, maar het lag in de Donner nogal opzichtig bijna niets te kosten, dus ik kon niets anders doen dan het meenemen. Van het boek is me weinig bijgebleven, behalve dan dat de auteur vroeger hoopte dat ze werd aangereden door een bus zodat ze een paar maanden op bed kon liggen, en dat je, als je een simpeler leven wilt, moet stoppen met het lakken van je nagels.

Dit idee vond ik direct heel intrigerend. Nagellak is namelijk inderdaad behoorlijk zonde van je tijd: eerst moet je het heel netjes en voorzichtig aanbrengen, daarna mag je minutenlang niks aanraken (doe je dat wel, dan zit het spul overal behalve op je nagels), en na één dag ziet het er sowieso al niet meer uit. Moet je alles er weer af gaan halen met van die stinkende nagellakremover. Aangezien ik niet bepaald ben gezegend met een vaste hand, zat mijn nagellak trouwens ook altijd over mijn gehele vingers verspreid, lekker charmant.

Toch bleef ik nog jarenlang nagellak gebruiken (het liefst in subtiele kleuren als knalpaars en zeegroen). Iedere keer als ik dat spul ‘s avonds voor het slapengaan van mijn vingertoppen aan het krabben was, moest ik weer denken aan hoeveel simpeler mijn leven zou zijn als ik er gewoon mee zou kappen.

Want ja, dit onderwerp leefde toch al bij me toen ik tiener was, zelfs al woonde ik nog bij mijn ouders en hoefde ik niets behalve naar school gaan (ik weet ook niet hoe ik mijn leven ingewikkeld kon vinden, maar ik vond het wel) (krijgen jullie nu ook allemaal dit nummer in je hoofd?). En het is nog steeds wel een themaatje, net als bij iedereen tegenwoordig, een ‘te ingewikkeld’ leven is echt iets van deze tijd: we hebben allemaal wel onze projectjes hier en daar, werkmail die ook in het weekend gewoon aankomt, belastingzaken, studeren naast je baan, verre vrienden die je altijd nog wel even kunt mailen… ik ben heus niet de enige die na een dag druk bezig zijn ineens beseft dat ik nog eigenlijk allemaal andere dingen had moeten doen. En als je het net een beetje voor elkaar denkt te hebben, wordt er iemand in je omgeving ziek, krijg je ineens een nieuwe buurman die je ‘s nachts wakker houdt met zijn harde muziek of moet je weer opnieuw beginnen met fysiotherapie vanwege een knieprobleem waarvan je net dacht dat je er voorgoed vanaf was.

We willen allemaal maar minder (waarom denk je anders dat Marie Kondo zo verschrikkelijk populair is?), maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Voor ieder afscheid van een prul of een activiteit lijken er drie nieuwe voor in de plaats te komen, als een soort Hydra van Lerna. Het is tegenwoordig ook zo makkelijk om iets te vinden wat je kan doen, een klusje, een hobby, een vrijwilligersfunctie. Een hele nieuwe levensinvulling is maar een paar muisklikken weg. De overvloed is leuk, maar probeert desondanks onze hoofden eraf te bijten.

(Lekker dramatisch gezegd, zo erg is het natuurlijk niet, we zijn allemaal heel druk, druk maar o zo gelukkig, laat daar geen misverstanden over bestaan!)

Dit resulteert in verplicht mediteren en overwerkyoga (zoals beschreven in dit goede, iets te herkenbare artikel). Als iemand nog zwaardvechttips heeft, hoort ik het dan ook graag. Maar goed, op drukke momenten kan ik tenminste dankbaar zijn dat ik tegenwoordig geen rekening hoef te houden met hoe mijn vingers eruit zien: met nagellakken ben ik na al die jaren nu eindelijk gestopt. Het was de beste beslissing OOIT.

17 Comments

Filed under tijdmanagement

mijn hoofd, de eerstejaarsstudenten en het hondje

Ik heb last van concentratieproblemen. Altijd al gehad, geloof ik. Op de basisschool wist ik tijdens het gezamenlijk lezen nooit waar we waren, omdat ik in mijn gedachten mijn Rollercoaster Tycoon-imperium aan het uitbreiden was of me zorgen maakte over de verspreiding van mond-en-klauwzeer bij varkens. Toen ik, eenmaal op de middelbare school, aan mijn broertje vroeg hoe hij in vredesnaam nog voldoendes kon halen voor geschiedenis terwijl hij nooit leerde, zei hij dat hij gewoon goed oplette in de les en zo genoeg meekreeg. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing: waren er serieus mensen die konden opletten bij geschiedenis? En waren deze mensen ook nog eens familie van mij?

(Je mag het best ironisch vinden dat ik nu voor de klas sta, hoor. Ik vind het zelf vooral handig: als ik een modelleerling was geweest, zou ik niet zo vaak positief verrast worden door de oplettendheid van leerlingen.)

Ook nu ik supervolwassen ben, zijn mijn gedachten nog altijd overdreven actief. Als ieder hoofd een feestje was, was die van mij er eentje met alleen maar eerstejaarsstudenten die pas sinds een paar maanden legaal mogen drinken en dus alles onderkotsen. (Ziet u het voor u?) Het is nogal chaotisch en vaak vermoeiend, maar in ieder geval niet saai – er is altijd wel iemand om mee te praten, bestaand of niet-bestaand (ik prefereer het laatste, want door die fictieve babbeltjes met bestaande mensen raak ik later wel eens in de war: hebben we dit gesprek nou echt gehad, of heb ik het gewoon verzonnen?).

Natuurlijk ben ik niet de enige ter wereld met deze problemen en hoef ik niet helemaal zelf te verzinnen hoe ik mijn hoofd een beetje rustig moet krijgen. Ik heb dan ook alles uit de handboeken geprobeerd om die bezopen studenten weg te krijgen. Meditatie hielp een tijdje, maar hoe vaker ik het deed, hoe minder effectief het leek. Yoga werkte ook even, en goed ook – ik vond die poses in het begin zo ingewikkeld dat ik niets anders kon dan me volledig concentreren op wat mijn yogaleraar van me verlangde. Na iedere les voelde ik me bijna zweven, zo licht was ik door de afwezigheid van partyruis. Een paar maanden later begon ik dat hele downward facing dog-gebeuren wel een beetje onder de knie te krijgen, waardoor er weer ruimte ontstond voor gedachten. Dat kleine kiertje veranderde al snel in een groot gapend gat waardoor alle weggestuurde studenten lachend terug naar binnen klommen.

Iemand vertelde me dat ik mijn aandacht moet zien als een  jong hondje dat overal op af wil rennen, maar dat moet leren om netjes bij mijn voeten te komen liggen. Ik moest meteen denken aan het hondje van een vriendin van me, dat, toen ik gehurkt zat om haar te aaien (het hondje, niet de vriendin), op mijn schoot kwam zitten. Het was een oncomfortabel maar wonderschoon moment, aangezien honden normaliter een natuurlijke afkeer van me hebben (net als baby’s) (nu was dat hondje zo klein dat hij meer op een konijn leek, maar toch.) Ik wilde het, toen het onderwerp ‘honden’ werd aangesneden, direct liever hebben over wat voor overwinning het was dat ik gewoon geconnect heb met een hond, maar goed, dat is een beetje ongepast als iemand je probeert te helpen met je concentratieproblemen, dus vertelde ik dit hem maar alleen in mijn gedachten.

Op een dag gaat het me lukken, op een dag ben ik de studenten en het hondje de baas en zal er wat rust in de tent komen (doet dit jullie ook zo denken aan Villa Volta???). Echt, heus, sowieso. Maar het gaat nog wel even duren, ben ik bang. Tot die tijd blijft het lekker druk, lekker vermoeiend, maar in ieder geval niet eenzaam, want ik kan er altijd met iemand over praten – al is het maar in mijn hoofd.

11 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement