en toen … was mijn boek er

Precies twee weken geleden zou ik een doos met auteursexemplaren van Bijna Echt ontvangen. Toevallig op een woensdag – mijn vrije dag. Gelukkig maar, want van concentreren was die dag natuurlijk écht geen sprake.

Woensdagochtend vroeg begon Het Grote Wachten. Ik deed extra veel make-up op. Ik dronk koffie met Tim op het balkon. Ik kreeg supermooie bloemen en zette ze in vazen. Ik ruimde iets op. Ik wachtte, ik wachtte, ik wachtte. Uiteindelijk ging ik maar Sims spelen om mezelf af te leiden. Rond een uur of half 6 dacht ik: het is te laat, hij komt niet meer. Dus ging ik wandelen. Nog geen 10 minuten later kreeg ik een appje van Myrthe van Blossom Books: dat mijn pakket er zo aan zou komen.

En toen ik thuiskwam stond er inderdaad een doos vol boeken op de eettafel. (En wijn, en hapjes, ha!) (Die had Tim trouwens aangenomen, de bezorger had niet ingebroken hoor). Eindelijk kon ik mijn eigen boek vasthouden. Ik kon het vastpakken en ermee gooien en erdoorheen bladeren. En dat heb ik ook precies gedaan (dat laatste wel heel erg snel en zonder daadwerkelijk naar de bladzijden te kijken want ik was véél te bang om fouten te ontdekken).

Je eigen boek in je handen hebben is een bizar gevoel en tegelijkertijd ook best wel ‘natuurlijk’. Je hebt er zo lang aan gewerkt, je weet dat het eraan komt, én je hebt de cover ook al heel vaak bekeken op het internet, dus het plaatje in je hoofd was redelijk correct. Het is net een baby krijgen, joh. (Maar dan zonder dat je uitscheurt tijdens de bevalling.)

Dus toen was Bijna Echt echt echt.

Tenminste, dat was het voor mij, want door een logistiek probleempje duurde het wat langer voordat hij in de winkel lag (hoewel hij wel al eerder op de e-reader verkrijgbaar was). Afgelopen zaterdag zie ik meer als de ‘echte’ lanceringsdag, want toen kreeg ik allemaal appjes en Instagram-berichten en foto’s van dat hij bij veel mensen thuisbezorgd was en in de boekwinkels lag (nog lang niet overal, maar … het begon!)

Sindsdien krijg ik allemaal berichten beginnen van mensen die hem aan het lezen zijn. Mensen die ik ken, en mensen die ik niet ken. Dat gevoel is echt geweldig maar ook doodeng. WANT WAT NOU ALS MIJN VRIENDEN ALTIJD VAN ME DACHTEN DAT IK EEN GEWELDIGE SCHRIJFSTER ZOU ZIJN EN DAT NU TEGENVALT. En bij de mensen die ik nog niet ken: WAT NOU ALS ZE ME GAAN CANCELEN EN OP TWITTER SCHRIJVEN ‘Lisa van Campenhout is trash 🚮’ (met die emoji erbij ja).

Dat is tot dusver nog niet gebeurd, maar wat er niet is, kan nog komen, natuurlijk. Ik vind het zo ontzettend leuk om de eerste reacties te lezen en er met lezers over te praten. Het is waanzinnig dat echte mensen iets lezen dat ík heb geschreven. En dat ze het nog leuk vinden ook! Sorry om nog zo’n cliché te gebruiken, maar: dit voelt als de vruchten plukken van je werk.

Dus …. iedereen die de afgelopen tijd Bijna Echt heeft gekocht, me er een berichtje over heeft gestuurd, een review heeft geschreven, er iets over op internet heeft gedeeld of wat dan ook: ontzettend bedankt, dat doet me zó goed! Je wilt niet weten hoe bijzonder het is om zoiets te horen over iets dat uit jouw hoofd komt (note to self: ik moet ook meer aan mensen laten weten wat ik van hun werk vind, ik denk er nooit aan om dat te doen maar het is zo waardevol!). Speciale roze unicorn glitter-thanks voor Lisette Jonkman, die niet alleen de lovende achterflapquote schreef maar ook nog het boek 9364 keer op Instagram heeft aanbevolen: je bent geweldig en ik ben je zeer dankbaar.

En nu ligt hij dus in de meeste winkels. Vanmiddag ben ik al even bij Scheltema in Amsterdam langsgegaan om te kijken hoe hij daar tussen de andere young adul-boeken lag. Zo absurd om iets in de winkel te zien dat ik zelf gemaakt heb (een flinke stapel nog wel!) maar niet meer echt ‘van mij’ is. Ik bedoel, ik kon moeilijk met die boeken de deur uitlopen. Dat heet dan diefstal. Dus ik hield het bij foto’s maken.

En blij zijn.

PS Als je mijn boek nog niet hebt gekocht maar dat nog wel wilt: heel graag! Als ze hem bij je lokale boekhandel niet hebben, kun je hem ook altijd nog daar laten bestellen, dat kost jou niets extra’s. Je kunt hem natuurlijk ook als e-book kopen. En als je denkt ‘meh, ik ben minimalist’: je zou me ook een groot plezier doen als je hem bij je bibliotheek zou aanvragen! Dan zien ze dat er interesse is en dan kopen ze het (sneller) in (denk ik zo).

5 Comments

Filed under lisa schrijft een boek

doe iets

Sinds George Floyd in Minneapolis werd vermoord door een agent, wordt mijn Instagram-timeline overspoeld met berichten over anti-racisme. In het begin scrolde ik erlangs, net zoals ik langs de meeste dingen scroll. Ik leef soms een beetje in mijn eigen wereld, en ik vond het heel erg wat er gebeurd is, maar ik dacht … dit is in Amerika, ik kan niets doen.

En, eerlijk is eerlijk: ik zag mezelf ook al als anti-racistisch, dus ik het voelde niet alsof die berichten voor mij bedoeld waren. Ik weet wat ‘white privilige’ is en dat ik ervan profiteer dat ik wit ben, of ik dat nu wil of niet. (Wil ik niet. Maar het is nu eenmaal zo.) Ik ben tegen zwarte piet. Als ik iets negatiefs denk over iemand die zwart of anderszins niet-wit is (in de media of IRL), probeer ik bij mezelf na te gaan of het écht gaat om wat die persoon doet, of dat ik toch onbewust racistische vooroordelen heb.

Dus ik had niet echt het idee dat ik wat moest doen. Maar daar hebben al die berichten op Instagram dus toch verandering in gebracht. Langzaam ben ik gaan beseffen dat ik als wit, geprivilegieerd mens mijn verantwoordelijkheid moet nemen. En met deze blogpost hoop ik anderen te overtuigen om dit ook te doen. (En met ‘anderen’ bedoel ik voornamelijk witte lezers, maar misschien ook lezers met een andere huidskleur die zelf niet al veel te maken krijgen met racisme)

Want we kunnen écht wel meer doen dan onszelf op de borst kloppen omdat we onszelf niet racistisch vinden. We kunnen actief proberen om racisme te beëindigen. Niet om onszelf alsnog op de borst te kloppen, maar omdat wij als imperfecte wezens deze imperfecte wereld beter kunnen maken.

Teken een petitie. Deel toch posts over racisme op social media, zelfs al denk je dat je volgers dit inmiddels wel weten. Zeg er wat van als iemand een (onbewust) racistische uitspraak doet, ook al vind je het eng. Je kunt niet alles in één keer goed doen (doe ik ook niet) maar je kunt wel je best doen. Doneer geld. Op https://blacklivesmatters.carrd.co/#donate staat een overzichtelijke lijst met organisaties en acties waar je aan kan doneren.

En als je nu denkt, ‘eh ik weet niet zo goed waar dit allemaal over gaat’: lees op internet over racisme en wat je ertegen kunt doen. Bekijk een documentaire, lees een boek. (Zelf wil ik beginnen in Me and White Supremacy – ik heb zelf ook nog veel over dit onderwerp te leren). Luister als zwarte mensen (en mensen met een andere huidskleur dan wit) vertellen over hun ervaringen met racisme – op Instagram, op het internet en in het echt (maar ga hen alsjeblieft niet zomaar aan hen vragen wat je moet doen. Google is your friend).

Misschien denk je nu: ‘poe poe, wat een Instagram-hype om te laten zien hoe goed je wel niet bent’. En ik snap de gedachte wel. Ik kan me voorstellen dat veel witte mensen het gevoel hadden dat ze ‘even’ iets moesten zeggen om te laten zien dat ze niet racistisch zijn, maar het daarna meteen weer vergaten. Als je je nu aangesproken voelt: je reactie is menselijk, maar je kunt beter. Kijk bijvoorbeeld op https://blacklivesmatters.carrd.co/ voor inspiratie voor die je kunt doen (zoals doneren en petities tekenen). Het lijkt misschien een beetje random om nú in actie te komen, maar je zult het toch ooit eens moeten doen. En nu is er momentum. Als we massaal aan de slag gaan, kunnen we samen veel bereiken.

Zie het als een springplank voor de rest van je leven.

6 Comments

Filed under voornemens

als je dan toch tijdens een crisis moet debuteren

Nog anderhalve week, en dan komt mijn allereerste boek uit. Ik heb er ontzettend veel zin in, maar tegelijkertijd … kan ik het nog steeds niet echt geloven. Dat mensen het boek gaan lezen. Dat ze de scènes voor zich gaan zien (en dat beelden in iedereens hoofd nét weer wat anders zijn). Dat ze personages leuk vinden, of juist heel stom.

Dat hun mening over míj verandert, omdat ze door het lezen van het boek ineens beseffen dat ik geniaal/dom/verdorven/naïef/raar/middelmatig ben. Ik bedoel, ik ben mijn personages niet (ik ben op zich niet zo van de oplichting en identiteitsfraude) en ik denk dat mensen dat wel begrijpen (ik bedoel, het zou wel een HEEL suffe manier zijn om jezelf als fraudeur te ontmaskeren, door er een boek over te schrijven). Maar hoe fictief dan ook, je kunt geen roman lezen zonder een mening te vormen over de schrijver. Toch? En dat is ook logisch, en dat is ook prima. Maar wel een beetje eng.

Gelukkig maar dat ik nog steeds niet kan geloven dat dit gaat gebeuren. Dat zorgt er nog voor dat ik niet gillend van paniek over straat ren. Nu kijk ik er vooral naar uit, het moment dat het Echt Echt is.

Waarschijnlijk had het ‘echter’ gevoeld als we niet in een coronacrisis hadden gezeten, als er een officiële boeklancering zou komen, als ik regelmatig vrienden en familie en collega’s zou zien tegen me zeiden “Hee Lisa je boek is er bijna”, en als ik niet de hele dag zou nadenken over corona (echt, ik heb ondertussen ALLE gedachten wel gehad, er verschijnt niets nieuws, waarom kan mijn brein dit onderwerp niet loslaten).

Best wel raar toch, om te debuteren tijdens dit unieke moment in de geschiedenis? Raar en ergens ook wel spannend. Ik heb mijn hele leven van dit moment gedroomd, maar in mijn dromen kwam de term ‘intelligente lockdown’ geen enkele keer voor. ‘Anderhalvemetersamenleving’ ook niet. Natuurlijk was ik heus wel bang dat er iets fout zou gaan. Ik dacht bijvoorbeeld dat de Derdewereldoorlog misschien wel zou beginnen en we de komende 10 jaar al ons spaargeld moesten uitgeven aan aardappels. Of dat de dijken zouden breken en dat we allemaal naar de Achterhoek moesten vluchten en het te druk zouden hebben met nieuwe huizen bouwen om te kunnen lezen. Of dat de zon zou ontploffen en we allemaal in één keer dood gingen. (Snappen jullie nu waarom ik altijd zo moe ben, met die hersenen van mij?)

Kortom: ik was altijd bang dat er iets tussen zou komen, tussen mijn boek en de wereld.

Maar dat ik zou debuteren op een moment waarop we massaal binnen zitten en het leven een soort van doorgaat, maar dan iets meer binnenshuis dan normaal … nope, dat had ik nooit kunnen verzinnen. Vergeleken met die doemgedachten van mij is deze situatie a walk in the park (op 1,5 meter afstand, natuurlijk). Dus ik ben #blij en #dankbaar dat ik mag debuteren tijdens de coronacrisis. Goed, economisch zijn dit geen geweldige tijden, en ik hoop echt dat er voor alle ondernemers/ZZP’ers/anderen die hierdoor financiële problemen ondervinden snel betere tijden aanbreken. (Nee, wacht: ik hoop dat er voor iedereen betere tijden aanbreken, want we kunnen er lollig over doen, maar al met al is dit natuurlijk een klote-situatie)

Maar in tegenstelling tot bij de rampscenario’s die ik heb verzonnen, is dit tenminste een ramp waarbij veel mensen tijd hebben om te lezen. Ik bedoel, wat ga je anders doen? We hoeven geen huizen te bouwen in de Achterhoek. En er zijn geen andere boekpresentaties waar je heen kan, of zo. Of überhaupt feestjes. En die zolders zijn nu ook al uitgeruimd. Eigenlijk … is dit de perfecte crisis om in te debuteren.

En dan zeggen ze dat piekeren nergens goed voor is.

16 Comments

Filed under lisa schrijft een boek

over rennen en bloggen

Ik wil meer buiten zijn. Dat is nu tijdens de coronacrisis nogal een open deur, maar ik bedoel eigenlijk: ik wil meer tijd doorbrengen in de natuur. Dat wil ik al jaren.

Het liefst zou ik ieder weekend een 4 uur durende wandeling door een of ander Duits bos of over de Posbank maken (dacht vroeger trouwens altijd dat dit gesponsord werd door de Postbank), maar omdat dat een vrij onrealistisch verlangen is, zowel nu als in ‘normale’ tijden, trok ik afgelopen februari mijn hardloopschoenen maar weer eens aan voor een rondje door het park.

Dat is trouwens niet de enige reden waarom ik toen ging hardlopen. Niet eens de belangrijkste, om eerlijk te zijn. Dat is namelijk: ik wilde kijken of ik weer zou kunnen rennen zonder kniepijn. (Mijn excuses voor de mensen die mijn blog al jaren volgen en dachten dat ik EINDELIJK was opgehouden met schrijven over mijn kniepijn)

(En voor de mensen die mijn blog al niet jaren volgen: ik was tussen mijn 18e en 24e een op-en-af fanatieke hardloper, tot ik ineens veel last kreeg van mijn knieën. Na bijna 3 jaar oefeningen van fysiotherapeuten die geen idee hadden (‘Ja knieën zijn rare dingen hè’), 34 pogingen om op nieuw te gaan rennen en 345 dramatische ik-kan-niet-hardlopen-mijn-leven-is-voorbij-blogs op Vijfkoffiegraag.nl, constateerde de sportarts dat ik te veel ruimte in mijn knieschijven had, maar dat mijn skelet vroeger toch ‘stabiel’ stond en nu niet meer, en dat ik er niet op moest rekenen dat ik ooit weer kon hardlopen. Vervolgens heb ik wéér veel fysio gehad zodat ik spieren kon opbouwen die de klappen op mijn knieën op konden vangen, van een fysio die persoonlijk beledigd was dat de sportarts had gezegd dat ik waarschijnlijk niet meer kon hardlopen, en ondertussen begon ik twee jaar jaar terug toch maar met groepsfitness om de tijd te doden)

Even over die groepslessen: ik had ik nooit verwacht dat ik die ZO leuk zou vinden. Ik ga er blijkbaar erg goed op als iemand mij vertelt wat ik moet doen, zodat ik zelf niet hoef te bedenken of de pijn het waard is (zo had ik een trainer die wekelijks woest “LISA! DIT IS GEEN SQUAT!” of “LISA! WAAROM DENK JIJ DAT DIT EEN PUSH-UP IS!” naar me riep, en hoewel ik dan dacht ‘hallo doe aardig ik ben een teer jong meisje’, heeft deze feedback me toch leren squatten en push-uppen.) Eigenlijk vond ik de groepslessen zo leuk, dat ik niet eens meer verlangde naar hardlopen.

Althans … niet écht. Het was altijd wel latent aanwezig. Als het lekker weer was en ik niet per se wist wat ik moest doen. Als ik andere mensen zag rennen. En om eerlijk te zijn is de droom om ooit gewoon één keertje een marathon te rennen nooit weggeweest.

Daarom wilde ik het toch weer proberen. Ik deed mijn fysio-oefeningen inmiddels al lang niet meer, maar ik ben wel een stuk sterker geworden van dat squatten, dus met die spieropbouw moet het goed zitten. De afgelopen jaren heb ik zelden last gehad van mijn knieën: af en toe een beetje op random momenten, en van de vakantie na een wandeling van 6 uur door de Plitvicemeren waarbij we verschrikkelijk veel moesten klimmen. Maar dat was ook wel een heftigere activiteit dan een rondje joggen.

Dus trok ik op een zaterdag in februari naar het park, met een bonkend hoofd van koppijn en zware benen van de training van 2 dagen ervoor, gewoon puur omdat ik er zo’n zin in had. Ik had geen route of schema, ik ging op gevoel. Ik ging niet eens hard genoeg om ook maar een klein beetje buiten adem te raken. Ik zweette alleen omdat ik me veel te warm had aangekleed.

Er waren twee gedachten die continu door mijn hoofd spookten: 1) Heb Ik Al Pijn? en 2) Het is net als vroeger. Het hardlopen bracht me terug naar vroegere tijden. Mijn hardloophoogtepunt was immers zo rond mijn 21ste – evenals mijn bloghoogtepunt. Toen was ik op mijn fanatiekst – allebei 3 keer per week, bij allebei de statistieken tracken, u kent het wel.

Het werd al helemaal erg toen ik naar Parijs verhuisde (mijn excuses voor de mensen die mijn blog al jaren volgen en dachten dat ik EINDELIJK klaar was met schrijven over Parijs). Toen postte ik om de dag en zette ik mijn wekker gerust een uurtje vroeger om voor college nog even langs Bastille te kunnen hardlopen. En in het weekend rende ik bijna 10 kilometer langs de Seine. (Mijn Parijsperiode was mijn enige periode tijdens mijn studie dat ik geen tijdrovende bijbaan had, vandaar).

Ik mis die tijd wel een beetje hoor, die periode van duizend blogs schrijven en net zoveel blogs lezen. En natuurlijk het hardlopen, het buiten rennen en rennen, ene been voor de andere, heel meditatief, en dan thuis schrijven over rennen en blogs lezen over rennen.

Groepsfitness is leuk, het is geweldig, maar het is echt iets anders dan hardlopen. Bovendien: je doet het binnen.

Inmiddels kan ik al meer dan 2 maanden niet meer naar groepsfitness. Ik probeer de boel een beetje bij te houden met twee keer krachttraining per week. Als Tim me na afloop vraagt hoe het ging, zeg ik “Wel lekker, ben he-le-maal kapot!”. Ook ren ik twee keer per week. Als Tim me na afloop vraagt hoe het ging, zeg ik “Mm, ik weet niet niet, mijn knieën voelen een beetje raar.” En dat terwijl ik heel langzaam ren, en tussendoor veel stop. (For the record: ik ‘mag’ wel rennen met mijn knieën, als ik kniepijn heb dan levert dat geen blijvende schade op. Het is niet echt een blessure ook, het is alleen vervelend.)

Maar goed, ik ben nog niet op het punt geweest dat het écht pijn ging doen. Ik houd me steeds in. Je moet zoiets langzaam opbouwen. Ik hoop dan ook maar dat mijn lichaam eraan aan het wennen is, dat het denkt ‘oké, dit kan best, dit is niet zo erg’.

En anders ben ik tenminste even lekker buiten geweest.

12 Comments

Filed under hardlopen

nog maar één maand tot mijn boek uitkomt (omg)

Jawel, het is waar: op 29 mei komt Bijna echt uit! Jawel, dat is bijna een maand eerder dan gepland. We liepen erg op schema en door de corona-crisis verschoof er het een en ander, dus voor mij pakte het eigenlijk wel goed uit. Nu zal ik in mijn leven toch zo’n 22 dagen langer gepubliceerd auteur zijn dan verwacht (hoop dat mijn leven nog zo lang duurt dat die 22 dagen extra niks voorstellen, maar ik neem niets meer voor lief in deze tijd, niets meer).

Het is as we speak alweer bijna 3 maanden geleden dat ik mijn eerste versie heb ingeleverd, en stiekem ben ik er daarna (op wat korte pauzes waarop mijn redacteur of de persklaarmaker ernaar keek, maar holy shit wat waren die steeds snel) erg druk geweest met het verwerken van feedback en weer verwerken van feedback en weer verwerken van feedback. Dat was eigenlijk nog een stuk intensiever dan het schrijven het de eerste versie. Ik was er zo druk mee dat ik nauwelijks tijd heb gehad om te treuren over mijn verloren sociale leven door dat corona-gedoe. Had het universum toch mooi voor mij geregeld.

En ik ben nog niet helemaal klaar, want straks krijg ik ook nog de versie te zien van hoe het eruitziet als boek (in plaats van als Word-document), en die ga ik natuurlijk ook uitgebreid controleren. (Op dit soort momenten denk ik: Lisa, waarom heb je toch zo’n dik boek geschreven? Kon het niet wat korter? Dat controleren duurt LANG mensen, LANG)

(Ik zie wel echt op tegen het laatste gedeelte: als iemand die duizend keer checkt of ze een mailtje naar de juiste persoon heeft verstuurd, en continu in angst leeft dat haar telefoon haar gesprekken opneemt en op internet zet, kunnen jullie begrijpen dat ik hier niet gerust op ben. Sterker nog: ik ben DOODSBANG dat ineens de eerste versie van het boek in de winkels terecht komt, inclusief dat iemand ineens ‘XXX’ heet omdat ik geen naam kon verzinnen. Of dat er ineens midden in de tekst opmerkingen staan zoals “wat een kutboek” (niet dat mijn redacteur of ikzelf ooit zo’n opmerking in de tekst heeft gezet, but you never know, misschien was ik vergeten dat ik dat had gedaan)

Ik vind het zo spannend, jongens! Straks komt er gewoon een boek uit! En gaan mensen hier dingen van vinden! Daar ben ik best zenuwachtig voor. Niet dat ik denk dat iemand gaat zeggen “Omg dit is echt het slechtste boek aller tijden” (oké, daar ben ik natuurlijk wel een béétje bang voor, maar … dat zou toch raar zijn, niets kan qua slechtheid het derde Bridget Jones-boek overtreffen).

Ik ben meer bang voor reacties als … “Meh, ik had er meer van verwacht. 2 sterren.” Dat lijkt me zo erg – dat je iets maakt met zoveel overtuiging en hard werk (jullie moesten eens weten hoeveel avonden ik vroeg naar bed ben gegaan om vroeg te kunnen schrijven, terwijl ik ook karaoke had kunnen doen of voor de 84e keer Velvet Goldmine op had kunnen zetten), en dat het dan gewoon … niet zo geslaagd is. Ik vond het hartstikke leuk om te schrijven, maar ik wil ook dat mensen het leuk vinden om te lezen.

Natuurlijk mag iedereen vinden wat-ie wil vinden hoor, ik bedoel, er zijn mensen die mijn lievelingsboeken “meh” vinden, en ik vind heel veel lievelingsboeken van andere mensen “meh”. Ik kan dat best wel goed loskoppelen van mezelf, denk ik. Maar goed, ik moet de eerste vernietigende Goodreads-recensie nog lezen, dus ik laat tegen die tijd wel weten of ik sereen glimlachend mijn schouders heb opgehaald of dat ik huilend ter aarde ben gestort.

Klink ik nu te nega? Begrijp me niet verkeerd hoor, ik heb er superveel zin in dat mensen het gaat lezen – los van de angsten die denk ik iedere schrijver wel heeft. We zijn gewoon neurotische types. Ik ben trots op wat ik geschreven heb en ik wil het graag de wereld insturen. Ik heb al veel leuke reacties gekregen, zowel van mensen die ik ken als die ik niet ken. Vind het zo vet als mensen de moeite nemen om dat te doen. Kun je nagaan hoe het gaat voelen als het straks uit is en mensen het ECHT LEZEN. DIE DINGEN. DIE IN MIJN HOOFD GEVORMD ZIJN. Dat ze die voor zich gaan zien en er dingen over gaan vinden. Bizar toch! Ben zo benieuwd hoe dat gaat zijn. Ik hou jullie op de hoogte.

Psst … wil je 29 mei meteen het boek lezen? Of wil je me gewoon een plezier doen? Bestel ‘m dan alvast! Preorders zijn zeer goed voor de verkoop van een boek, omdat boekhandels hierdoor zien dat er interesse is in een boek en het dus meer gaan inkopen en dus GIGANTISCHE STAPELS van Bijna echt in de etalage leggen zodat nóg meer mensen ze gaan kopen. (Tenminste, zo zie ik het voor me.) Ik zou je willen vragen om het boek te kopen bij je lokale boekhandel, want die heeft het ook moeilijk in deze tijd (bij sommige kan het via de webshop, en anders via de mail/telefoon). Het kan bijvoorbeeld bij Scheltema of Donner. Alvast ontzettend bedankt!

19 Comments

Filed under lisa schrijft een boek