als je dan toch tijdens een crisis moet debuteren

Nog anderhalve week, en dan komt mijn allereerste boek uit. Ik heb er ontzettend veel zin in, maar tegelijkertijd … kan ik het nog steeds niet echt geloven. Dat mensen het boek gaan lezen. Dat ze de scènes voor zich gaan zien (en dat beelden in iedereens hoofd nét weer wat anders zijn). Dat ze personages leuk vinden, of juist heel stom.

Dat hun mening over míj verandert, omdat ze door het lezen van het boek ineens beseffen dat ik geniaal/dom/verdorven/naïef/raar/middelmatig ben. Ik bedoel, ik ben mijn personages niet (ik ben op zich niet zo van de oplichting en identiteitsfraude) en ik denk dat mensen dat wel begrijpen (ik bedoel, het zou wel een HEEL suffe manier zijn om jezelf als fraudeur te ontmaskeren, door er een boek over te schrijven). Maar hoe fictief dan ook, je kunt geen roman lezen zonder een mening te vormen over de schrijver. Toch? En dat is ook logisch, en dat is ook prima. Maar wel een beetje eng.

Gelukkig maar dat ik nog steeds niet kan geloven dat dit gaat gebeuren. Dat zorgt er nog voor dat ik niet gillend van paniek over straat ren. Nu kijk ik er vooral naar uit, het moment dat het Echt Echt is.

Waarschijnlijk had het ‘echter’ gevoeld als we niet in een coronacrisis hadden gezeten, als er een officiële boeklancering zou komen, als ik regelmatig vrienden en familie en collega’s zou zien tegen me zeiden “Hee Lisa je boek is er bijna”, en als ik niet de hele dag zou nadenken over corona (echt, ik heb ondertussen ALLE gedachten wel gehad, er verschijnt niets nieuws, waarom kan mijn brein dit onderwerp niet loslaten).

Best wel raar toch, om te debuteren tijdens dit unieke moment in de geschiedenis? Raar en ergens ook wel spannend. Ik heb mijn hele leven van dit moment gedroomd, maar in mijn dromen kwam de term ‘intelligente lockdown’ geen enkele keer voor. ‘Anderhalvemetersamenleving’ ook niet. Natuurlijk was ik heus wel bang dat er iets fout zou gaan. Ik dacht bijvoorbeeld dat de Derdewereldoorlog misschien wel zou beginnen en we de komende 10 jaar al ons spaargeld moesten uitgeven aan aardappels. Of dat de dijken zouden breken en dat we allemaal naar de Achterhoek moesten vluchten en het te druk zouden hebben met nieuwe huizen bouwen om te kunnen lezen. Of dat de zon zou ontploffen en we allemaal in één keer dood gingen. (Snappen jullie nu waarom ik altijd zo moe ben, met die hersenen van mij?)

Kortom: ik was altijd bang dat er iets tussen zou komen, tussen mijn boek en de wereld.

Maar dat ik zou debuteren op een moment waarop we massaal binnen zitten en het leven een soort van doorgaat, maar dan iets meer binnenshuis dan normaal … nope, dat had ik nooit kunnen verzinnen. Vergeleken met die doemgedachten van mij is deze situatie a walk in the park (op 1,5 meter afstand, natuurlijk). Dus ik ben #blij en #dankbaar dat ik mag debuteren tijdens de coronacrisis. Goed, economisch zijn dit geen geweldige tijden, en ik hoop echt dat er voor alle ondernemers/ZZP’ers/anderen die hierdoor financiële problemen ondervinden snel betere tijden aanbreken. (Nee, wacht: ik hoop dat er voor iedereen betere tijden aanbreken, want we kunnen er lollig over doen, maar al met al is dit natuurlijk een klote-situatie)

Maar in tegenstelling tot bij de rampscenario’s die ik heb verzonnen, is dit tenminste een ramp waarbij veel mensen tijd hebben om te lezen. Ik bedoel, wat ga je anders doen? We hoeven geen huizen te bouwen in de Achterhoek. En er zijn geen andere boekpresentaties waar je heen kan, of zo. Of überhaupt feestjes. En die zolders zijn nu ook al uitgeruimd. Eigenlijk … is dit de perfecte crisis om in te debuteren.

En dan zeggen ze dat piekeren nergens goed voor is.

8 Comments

Filed under lisa schrijft een boek

over rennen en bloggen

Ik wil meer buiten zijn. Dat is nu tijdens de coronacrisis nogal een open deur, maar ik bedoel eigenlijk: ik wil meer tijd doorbrengen in de natuur. Dat wil ik al jaren.

Het liefst zou ik ieder weekend een 4 uur durende wandeling door een of ander Duits bos of over de Posbank maken (dacht vroeger trouwens altijd dat dit gesponsord werd door de Postbank), maar omdat dat een vrij onrealistisch verlangen is, zowel nu als in ‘normale’ tijden, trok ik afgelopen februari mijn hardloopschoenen maar weer eens aan voor een rondje door het park.

Dat is trouwens niet de enige reden waarom ik toen ging hardlopen. Niet eens de belangrijkste, om eerlijk te zijn. Dat is namelijk: ik wilde kijken of ik weer zou kunnen rennen zonder kniepijn. (Mijn excuses voor de mensen die mijn blog al jaren volgen en dachten dat ik EINDELIJK was opgehouden met schrijven over mijn kniepijn)

(En voor de mensen die mijn blog al niet jaren volgen: ik was tussen mijn 18e en 24e een op-en-af fanatieke hardloper, tot ik ineens veel last kreeg van mijn knieën. Na bijna 3 jaar oefeningen van fysiotherapeuten die geen idee hadden (‘Ja knieën zijn rare dingen hè’), 34 pogingen om op nieuw te gaan rennen en 345 dramatische ik-kan-niet-hardlopen-mijn-leven-is-voorbij-blogs op Vijfkoffiegraag.nl, constateerde de sportarts dat ik te veel ruimte in mijn knieschijven had, maar dat mijn skelet vroeger toch ‘stabiel’ stond en nu niet meer, en dat ik er niet op moest rekenen dat ik ooit weer kon hardlopen. Vervolgens heb ik wéér veel fysio gehad zodat ik spieren kon opbouwen die de klappen op mijn knieën op konden vangen, van een fysio die persoonlijk beledigd was dat de sportarts had gezegd dat ik waarschijnlijk niet meer kon hardlopen, en ondertussen begon ik twee jaar jaar terug toch maar met groepsfitness om de tijd te doden)

Even over die groepslessen: ik had ik nooit verwacht dat ik die ZO leuk zou vinden. Ik ga er blijkbaar erg goed op als iemand mij vertelt wat ik moet doen, zodat ik zelf niet hoef te bedenken of de pijn het waard is (zo had ik een trainer die wekelijks woest “LISA! DIT IS GEEN SQUAT!” of “LISA! WAAROM DENK JIJ DAT DIT EEN PUSH-UP IS!” naar me riep, en hoewel ik dan dacht ‘hallo doe aardig ik ben een teer jong meisje’, heeft deze feedback me toch leren squatten en push-uppen.) Eigenlijk vond ik de groepslessen zo leuk, dat ik niet eens meer verlangde naar hardlopen.

Althans … niet écht. Het was altijd wel latent aanwezig. Als het lekker weer was en ik niet per se wist wat ik moest doen. Als ik andere mensen zag rennen. En om eerlijk te zijn is de droom om ooit gewoon één keertje een marathon te rennen nooit weggeweest.

Daarom wilde ik het toch weer proberen. Ik deed mijn fysio-oefeningen inmiddels al lang niet meer, maar ik ben wel een stuk sterker geworden van dat squatten, dus met die spieropbouw moet het goed zitten. De afgelopen jaren heb ik zelden last gehad van mijn knieën: af en toe een beetje op random momenten, en van de vakantie na een wandeling van 6 uur door de Plitvicemeren waarbij we verschrikkelijk veel moesten klimmen. Maar dat was ook wel een heftigere activiteit dan een rondje joggen.

Dus trok ik op een zaterdag in februari naar het park, met een bonkend hoofd van koppijn en zware benen van de training van 2 dagen ervoor, gewoon puur omdat ik er zo’n zin in had. Ik had geen route of schema, ik ging op gevoel. Ik ging niet eens hard genoeg om ook maar een klein beetje buiten adem te raken. Ik zweette alleen omdat ik me veel te warm had aangekleed.

Er waren twee gedachten die continu door mijn hoofd spookten: 1) Heb Ik Al Pijn? en 2) Het is net als vroeger. Het hardlopen bracht me terug naar vroegere tijden. Mijn hardloophoogtepunt was immers zo rond mijn 21ste – evenals mijn bloghoogtepunt. Toen was ik op mijn fanatiekst – allebei 3 keer per week, bij allebei de statistieken tracken, u kent het wel.

Het werd al helemaal erg toen ik naar Parijs verhuisde (mijn excuses voor de mensen die mijn blog al jaren volgen en dachten dat ik EINDELIJK klaar was met schrijven over Parijs). Toen postte ik om de dag en zette ik mijn wekker gerust een uurtje vroeger om voor college nog even langs Bastille te kunnen hardlopen. En in het weekend rende ik bijna 10 kilometer langs de Seine. (Mijn Parijsperiode was mijn enige periode tijdens mijn studie dat ik geen tijdrovende bijbaan had, vandaar).

Ik mis die tijd wel een beetje hoor, die periode van duizend blogs schrijven en net zoveel blogs lezen. En natuurlijk het hardlopen, het buiten rennen en rennen, ene been voor de andere, heel meditatief, en dan thuis schrijven over rennen en blogs lezen over rennen.

Groepsfitness is leuk, het is geweldig, maar het is echt iets anders dan hardlopen. Bovendien: je doet het binnen.

Inmiddels kan ik al meer dan 2 maanden niet meer naar groepsfitness. Ik probeer de boel een beetje bij te houden met twee keer krachttraining per week. Als Tim me na afloop vraagt hoe het ging, zeg ik “Wel lekker, ben he-le-maal kapot!”. Ook ren ik twee keer per week. Als Tim me na afloop vraagt hoe het ging, zeg ik “Mm, ik weet niet niet, mijn knieën voelen een beetje raar.” En dat terwijl ik heel langzaam ren, en tussendoor veel stop. (For the record: ik ‘mag’ wel rennen met mijn knieën, als ik kniepijn heb dan levert dat geen blijvende schade op. Het is niet echt een blessure ook, het is alleen vervelend.)

Maar goed, ik ben nog niet op het punt geweest dat het écht pijn ging doen. Ik houd me steeds in. Je moet zoiets langzaam opbouwen. Ik hoop dan ook maar dat mijn lichaam eraan aan het wennen is, dat het denkt ‘oké, dit kan best, dit is niet zo erg’.

En anders ben ik tenminste even lekker buiten geweest.

12 Comments

Filed under hardlopen

nog maar één maand tot mijn boek uitkomt (omg)

Jawel, het is waar: op 29 mei komt Bijna echt uit! Jawel, dat is bijna een maand eerder dan gepland. We liepen erg op schema en door de corona-crisis verschoof er het een en ander, dus voor mij pakte het eigenlijk wel goed uit. Nu zal ik in mijn leven toch zo’n 22 dagen langer gepubliceerd auteur zijn dan verwacht (hoop dat mijn leven nog zo lang duurt dat die 22 dagen extra niks voorstellen, maar ik neem niets meer voor lief in deze tijd, niets meer).

Het is as we speak alweer bijna 3 maanden geleden dat ik mijn eerste versie heb ingeleverd, en stiekem ben ik er daarna (op wat korte pauzes waarop mijn redacteur of de persklaarmaker ernaar keek, maar holy shit wat waren die steeds snel) erg druk geweest met het verwerken van feedback en weer verwerken van feedback en weer verwerken van feedback. Dat was eigenlijk nog een stuk intensiever dan het schrijven het de eerste versie. Ik was er zo druk mee dat ik nauwelijks tijd heb gehad om te treuren over mijn verloren sociale leven door dat corona-gedoe. Had het universum toch mooi voor mij geregeld.

En ik ben nog niet helemaal klaar, want straks krijg ik ook nog de versie te zien van hoe het eruitziet als boek (in plaats van als Word-document), en die ga ik natuurlijk ook uitgebreid controleren. (Op dit soort momenten denk ik: Lisa, waarom heb je toch zo’n dik boek geschreven? Kon het niet wat korter? Dat controleren duurt LANG mensen, LANG)

(Ik zie wel echt op tegen het laatste gedeelte: als iemand die duizend keer checkt of ze een mailtje naar de juiste persoon heeft verstuurd, en continu in angst leeft dat haar telefoon haar gesprekken opneemt en op internet zet, kunnen jullie begrijpen dat ik hier niet gerust op ben. Sterker nog: ik ben DOODSBANG dat ineens de eerste versie van het boek in de winkels terecht komt, inclusief dat iemand ineens ‘XXX’ heet omdat ik geen naam kon verzinnen. Of dat er ineens midden in de tekst opmerkingen staan zoals “wat een kutboek” (niet dat mijn redacteur of ikzelf ooit zo’n opmerking in de tekst heeft gezet, but you never know, misschien was ik vergeten dat ik dat had gedaan)

Ik vind het zo spannend, jongens! Straks komt er gewoon een boek uit! En gaan mensen hier dingen van vinden! Daar ben ik best zenuwachtig voor. Niet dat ik denk dat iemand gaat zeggen “Omg dit is echt het slechtste boek aller tijden” (oké, daar ben ik natuurlijk wel een béétje bang voor, maar … dat zou toch raar zijn, niets kan qua slechtheid het derde Bridget Jones-boek overtreffen).

Ik ben meer bang voor reacties als … “Meh, ik had er meer van verwacht. 2 sterren.” Dat lijkt me zo erg – dat je iets maakt met zoveel overtuiging en hard werk (jullie moesten eens weten hoeveel avonden ik vroeg naar bed ben gegaan om vroeg te kunnen schrijven, terwijl ik ook karaoke had kunnen doen of voor de 84e keer Velvet Goldmine op had kunnen zetten), en dat het dan gewoon … niet zo geslaagd is. Ik vond het hartstikke leuk om te schrijven, maar ik wil ook dat mensen het leuk vinden om te lezen.

Natuurlijk mag iedereen vinden wat-ie wil vinden hoor, ik bedoel, er zijn mensen die mijn lievelingsboeken “meh” vinden, en ik vind heel veel lievelingsboeken van andere mensen “meh”. Ik kan dat best wel goed loskoppelen van mezelf, denk ik. Maar goed, ik moet de eerste vernietigende Goodreads-recensie nog lezen, dus ik laat tegen die tijd wel weten of ik sereen glimlachend mijn schouders heb opgehaald of dat ik huilend ter aarde ben gestort.

Klink ik nu te nega? Begrijp me niet verkeerd hoor, ik heb er superveel zin in dat mensen het gaat lezen – los van de angsten die denk ik iedere schrijver wel heeft. We zijn gewoon neurotische types. Ik ben trots op wat ik geschreven heb en ik wil het graag de wereld insturen. Ik heb al veel leuke reacties gekregen, zowel van mensen die ik ken als die ik niet ken. Vind het zo vet als mensen de moeite nemen om dat te doen. Kun je nagaan hoe het gaat voelen als het straks uit is en mensen het ECHT LEZEN. DIE DINGEN. DIE IN MIJN HOOFD GEVORMD ZIJN. Dat ze die voor zich gaan zien en er dingen over gaan vinden. Bizar toch! Ben zo benieuwd hoe dat gaat zijn. Ik hou jullie op de hoogte.

Psst … wil je 29 mei meteen het boek lezen? Of wil je me gewoon een plezier doen? Bestel ‘m dan alvast! Preorders zijn zeer goed voor de verkoop van een boek, omdat boekhandels hierdoor zien dat er interesse is in een boek en het dus meer gaan inkopen en dus GIGANTISCHE STAPELS van Bijna echt in de etalage leggen zodat nóg meer mensen ze gaan kopen. (Tenminste, zo zie ik het voor me.) Ik zou je willen vragen om het boek te kopen bij je lokale boekhandel, want die heeft het ook moeilijk in deze tijd (bij sommige kan het via de webshop, en anders via de mail/telefoon). Het kan bijvoorbeeld bij Scheltema of Donner. Alvast ontzettend bedankt!

19 Comments

Filed under lisa schrijft een boek

jan in de lachspiegel, of: even over rupaul’s drag race

Huishoudelijke mededeling voor de RPDR-kijkers: er zitten spoilers in over de laatste aflevering! Je bent gewaarschuwd.
Huishoudelijke mededeling voor de niet-kijkers: deze post is (denk ik) ook nog steeds leuk voor jullie. Het gaat namelijk niet écht over RPDR. Het gaat – zoals altijd – vooral over mezelf.

Ik hou van drag queens. Dat weten jullie. Later zal ik nog eens schrijven over mijn liefde voor drag in het algemeen, maar vandaag wil ik het specifiek hebben over de tv-show RuPaul’s Drag Race en dan vooral over Jan, mijn lievelingskandidaat van het huidige seizoen. Om jullie spirits een beetje te liften, dit is Jan:

Adorable, right?

Ik weet heus wel dat RuPaul’s Drag Race, een realityserie waarbij drag queens strijden om verkozen te worden tot Next Drag Superstar, best nep is. De mensen die meedoen zijn echt, maar er wordt zo veel in geknipt en geplakt dat je alle gebeurtenissen met een flinke korrel zout moet nemen.

Desondanks, of misschien juist daardoor, biedt RuPaul’s Drag Race niet alleen fantastische looks en optredens, maar ook een kijkje in de menselijke psyche. Je leert ieder seizoen nieuwe queens kennen, met wie je meeleeft of op wie je boos bent of tegen wie je opkijkt of met wie je je identificeert.

Dit seizoen was ik vooral onder de indruk van Jan, een 26-jarige (jonger dan ik, slecht voor mijn ego) drag queen uit New York. Jan zingt, danst en is ontzettend charmant en grappig. Ik was meteen na de eerste aflevering al fan. Ik bedoel, toen ze allemaal een outfit van tule moesten showen, was ze de enige die niet opkwam in een baljurk, maar in een bouwvakkersoutfit. En zo ging het eigenlijk iedere aflevering: ze pakte het iedere keer nét weer anders aan dan je zou verwachten.

En dat deed ze met zo veel enthousiasme: ze had steeds opnieuw zin in de challenges, en vooral zin om die te winnen, want Jan is rete-ambitieus. Daarom waren al haar looks zo uitgedacht. Daarom gaf ze in iedere challenge 200%. Daarom plaatst ze iedere week een professionele video online waarin ze het LFYL-nummer van de week zingt (oké, het is te laat om daar RPDR mee te winnen, maar onze harten wint ze er wel mee hoor ha ha ha).

Sommige mensen vinden haar too much, lees ik op internet. Te enthousiast, te veel bezig met de jury behagen. Hoewel ik het daar niet mee eens ben, snap ik wat ze bedoelen. Een goed voorbeeld zijn haar muziekvideo’s: Jan kan goed zingen, maar … ze zet haar uithalen niet spaarzaam in. Sterker nog. ze haalt keihard uit bij ongeveer ieder woord dat ze zingt. Dat maakt het eigenlijk best onprettig om naar te luisteren.

Maar dat ‘te veel’ trekt mij juist ontzettend aan. Ik ben geen drag queen (ik kan niet eens normale eyeliner opdoen) maar ik heb ook creatieve ambities. Ik bedoel, ik heb een boek geschreven! Toen ik bezig was aan mijn manuscript, merkte ik de hele tijd dat ik er dingen bovenop wilde gooien. Meer, beter, extra, superdeluxespeciaal. Alles om Het Allerbeste Boek Aller Tijden te schrijven. Of dat gelukt is, moeten we nog zien, maar wat ik wil zeggen: ik snap Jan wel.

(For the record, dit is Jan zonder pruik en make-up)

Haar enthousiasme is dan weer iets wat ik niet herken maar zou wíllen hebben. Jan zit nogal hoog in d’r energie en is altijd bubbly en blij (behalve als ze aan het huilen is omdat ze niet gewonnen heeft). Ik vind altijd alles Zwaar en Moeilijk en Gedoe en ben eigenlijk een beetje teruggetrokken en cynisch. Ik vind het zo inspirerend om te zien hoe iemand zo unapologetically enthousiast en positief en out there is. Ik wil dat ook!

En dat is waarom ik RuPaul’s Drag Race toch zo graag kijk. Het houdt je een spiegel voor. Oké, door al dat geknip en geplak meer een lachspiegel, maar toch: een spiegel. Je ziet hoe andere mensen hun dromen najagen en hoe ze dat aanpakken. Je herkent jezelf in de kandidaten en voelt je daardoor wat meer verbonden met de mensheid. En je ziet wat je anders zou willen aanpakken in je eigen leven.

Inmiddels is Jan eruit gestuurd omdat ze too much was. Best ironisch voor een drag queen. Maar als echte Jan-stan* ben ik ontzettend trots op haar. Ik kijk liever naar iemand die zo ambitieus en enthousiast is dat ze veel te veel geeft, dan naar iemand die zich inhoudt.

Ik kan niet wachten tot deze quarantaine voorbij is en ze een keer optreedt in Amsterdam. Ik zal haar ongegeneerd enthousiast toejuichen. Tot die tijd blijf ik lekker d’r muziekvideo’s kijken. Ik ben inmiddels wel gehecht aan al die uithalen.

*Voor wie niet zoveel op internet zit als ik: een stan is ……. de hoofdpersoon uit dit Eminem-nummer

5 Comments

Filed under geniale mensen

dingen die ik heb gedaan sinds ik nauwelijks meer de deur uitga

Ofwel: het leven in een corona-tijdperk.

  • Ik ben voor de 883e keer in mijn leven begonnen met mediteren, ik doe het iedere ochtend. Dat schijnt sowieso het beste moment om te mediteren te zijn, maar ik had nooit zin om mijn wekker ervoor te zetten. Nu kan ik relatief pijnloos ontdekken hoe het bevalt. Zoals jullie in de rest van de blogpost zullen merken, heeft het me nog niet echt de innerlijke rust gebracht waar ik op had gehoopt.
  • Ik heb 1 push-up op mijn tenen gedaan! Daarna kwam ik letterlijk niet meer omhoog. Maar toch, dit is er één meer dan me vroeger lukte! Misschien kan ik er tegen de tijd dat de sportschool weer opengaat wel 3!
  • Tim en ik hebben Midsommar gekeken. Midsommar is een soort thriller over een Zweedse sekte, met veel dood, verderf en andere narigheid. Ik dacht dat ik het wel aankon nu ik nooit meer alleen thuis ben. Fout gedacht. Deze film (en vooral de laatste scène) heeft mijn geest gebroken. En dat ondanks (of waarschijnlijk doordat) de film esthetisch gezien geweldig was. Zelfs die laatste scène. Ik wil niets spoileren, maar laten we zeggen: die flora in combinatie met die fauna, dat blijf ik de rest van m’n leven voor me zien als ik ‘s avonds m’n ogen sluit. (Weet iemand wat ik bedoel? Ik ben er kapot van, maar ik wil er toch steeds over praten, heel hinderlijk.)
  • Heel veel sojacappuccino’s gedronken, want dan kan nu ik thuiswerk. Living the life.
  • 896345 keer per dag naar nieuwswebsites gesurft.
  • Me veel zorgen gemaakt over de gezondheid van iedereen en de economische gevolgen voor velen.
  • Getwijfeld of ik nou een gek hoestje had, of dat ik me gewoon weer eens had verslikt in mijn eigen speeksel.
  • Vrijwel dagelijks 2 vesten over elkaar gedragen.
  • Een bijna-vechtpartij gezien vanuit mijn raam (geen idee waar die over ging, maar er werd in ieder geval geen anderhalve meter afstand gehouden).
  • Houseparty geïnstalleerd, geschrokken van mijn eigen verwilderde hoofd.
  • Veel Mad Men gekeken, gedroomd van alle kleding die ik kan dragen als ik weer naar kantoor mag.
  • Overigens heb ik me wel iedere dag ‘gewoon’ aangekleed en make-up op mijn gezicht gesmeerd, maar het voelt allemaal toch een beetje nutteloos. Ik bedoel ja, Tim is er natuurlijk, maar die hoort altijd van me te houden, toch?
  • Een paar hardlooptrainingen gedaan (op rustige plekken), en tot nu toe is mijn knie niet naar de knoppen. Maar wat er niet is, kan nog komen!
  • Veel FOMO gehad. Jawel mensen, je zou denken dat je juist niets mist als iedereen binnen zit. Maar als long-time blogger vergelijk ik mezelf namelijk al snel met andere mensen die veel op internet zitten en ik heb het idee dat al die mensen juist nu massaal geweldige dingen samen aan het doen zijn: Instagramchallenges bedenken en waardevolle coronacontent maken en bonden 4 life, terwijl ik hier een beetje in mijn eentje zit me op mijn ademhaling te concentreren. Nu zou je zeggen: je kunt toch gewoon meedoen, maar daar ben ik dan weer te lamlendig voor. Nu zou je zeggen: stel je dan ook niet zo aan, maar … ik kan het niet helpen. Het was zo erg dat ik vorige week mezelf maar heb verboden om op Instagram te gaan (hield ik 2 dagen vol).
  • Ik heb Sims 3 maar weer geïnstalleerd. Ik was vroeger totaal verslaafd aan Sims 2 (Sims 3 heb ik 2x gespeeld en toen had ik geen zin meer), maar ik heb het nu al jaren niet aangeraakt omdat … ik het een beetje zinloos vond, of zo? Ik vond het altijd wat deprimerend om mijn sims steeds te laten trainen en promotie te laten maken terwijl ik bijna een blaasontsteking opliep omdat ik weigerde het spel te pauzeren om naar de wc te gaan. Maar nu had ik het opnieuw geïnstalleerd met als doel om alleen maar huizen te bouwen en zo heel creatief en verantwoord bezig te zijn enzo. Nou ja, een week later ben ik bezig om mijn alter ego Chloé (met superlang platinablond haar en immer opgetrokken wenkbrauwen, alsof ze net botox heeft gespoten) internationaal superspionne te laten worden door heel veel achter schaakborden te zitten en op de loopband te rennen. Ach, ik heb toch al FOMO, dus FOMO van mijn eigen schaakkunsten kan er ook nog wel bij.
  • Verder gewerkt aan mijn boek! Het gaat wat moeizaam, omdat ik nu aan precies dezelfde eettafel schrijf als waar ik ook mijn gewone werk doe, en dat is niet heel stimulerend. Maar toch gaat het wel goed, ik ben bijna klaar met de tweede versie. Superspannend. Ik zag gisteren trouwens de zomercatalogus van Blossom Books en daar staat mijn boek ook in! Zo leuk om te zien.

Hoe gaat het met jullie? Ik hoop dat het naar omstandigheden goed gaat en je niet al te veel zorgen hebt of gek wordt van het binnen zitten. Sterkte <3

7 Comments

Filed under dit past echt nergens in