Category Archives: boeken

over al die boeken die aan het wegrotten zijn in mijn boekenkast

Mijn favoriete vraag die ik nooit aan iemand stel is: “Hoeveel ongelezen boeken staan er in jouw boekenkast?” Ik vind het maar verwonderlijk dat iedereen altijd superveel boeken heeft die keurig op een rijtje staan te wachten tot ze gelezen worden. Het slaat namelijk nergens op, want als je een boek koopt, dan wil je het toch ook lezen? En als je een boek krijgt, dan wil je dat misschien wel en misschien niet lezen, maar in dat laatste geval lees je het toch gewoon uit beleefdheid? (Tenzij het Ulysses is of zo, maar goed, als iemand je dat boek geeft, dan is het misschien tijd om jullie vriendschap te verbreken.)

Niet dat mijn boekenkast veel beter is. Lang vreesde ik dat de helft van mijn ongeveer 150 romans tellende collectie ongelezen was, maar toen ik het een tijdje terug telde viel het mee: ‘slechts’ een derde van mijn boeken heb ik nooit opengeslagen (of misschien alleen even, om hem gauw weer terug te leggen omdat ik de eerste pagina al niks vond). Dat zijn maar 50 boeken. Ik had destijds bedacht om er een missie van te maken om al die krengen één voor één alsnog uit te lezen, maar om een of andere duistere reden voelde dat na een tijdje toch onprettig, en begon ik maar weer opnieuw in Harry Potter.

En inmiddels staan ze daar maar nog steeds, die boeken. Ik krijg er een onprettig gevoel bij, van al die ongeconsumeerde bladzijden, al die ongeziene woorden, al die onbekende ideeën… toen ik klein was, droomde ik van een bibliotheek à la Belle en het Beest: nu lijkt niets me verschrikkelijker. Al die verhalen waar de auteurs ongetwijfeld zo hard op hebben zitten zwoegen, al die personages waar ze hun hele ziel en zaligheid in gelegd hebben, al die boodschappen die mijn leven op z’n kop hadden moeten zetten, die zijn gewoon voer voor de zilvervisjes. Soms valt er wel eens eentje uit een boek tijdens het opnieuw inrichten van mijn boekenkast.

nope

nope

En ja, ik weet dat het eigenlijk niet écht uitmaakt, want mijn huis is heus (nog) niet volgebouwd met ongelezen boeken en zilvervisjes eten toch niet zo snel, maar al die boeken geven mij toch een enigszins unheimlich gevoel. Dat komt wellicht voor een groot deel doordat ik anderhalf keer dat boek van Marie Kondo heb gelezen (als e-book trouwens, he he). Die zegt altijd: boeken die al jaren ongelezen in je kast staan moet je sowieso weg doen, want die ga je toch niet meer lezen.

Ga ik die boeken niet lezen? Ik weet het niet. Misschien wel. Ik kan niet in de toekomst kijken, toch?

Ik bedoel, waarom zou ik een boek als De Idealisten van Zoë Keller (het schrijnendste voorbeeld uit mijn boekenkast, omdat ik hem altijd klaarleg op mijn nachtkastje zodra ik een andere roman uit heb maar dan tóch weer iets anders pak) nou niet gewoon lezen? The Guardian noemt het “het werk van een auteur op de toppen van haar kunnen” nota bene! Het is van de auteur van Notes on a Scandal! (Niet dat ik die ooit gelezen/gezien heb.) Het gaat over een Joodse New Yorkse familie in de verwarrende tijd na 9/11! Waarom zou ik dit weggooien als ik het nog niet gelezen heb?

Een oplossing voor mijn First World-boekenprobleem zou natuurlijk zijn om toch maar verder te gaan met het afwerken van al die ongelezen romans, ware het niet dat ik tegenwoordig nog maar redelijk weinig lees omdat ik heel dwangmatig een programma over mannen in jurken moet kijken (ben alweer toe aan seizoen 7!). Project Lees-Je-Kast-Uit zou dus een vijfjarenplan worden. Vooral omdat ik (hoewel ik het ergens ook wel zie zitten om het op te kloppen tot een #challenge met een #hashtag en iedere week er een uitgebreid #weekoverzicht over te #schrijven op mijn #blog) eigenlijk al moet huilen bij de gedachte dat ik nog iets ga moeten van mezelf. Ik moet al iedere dag afwassen en minstens één keer per maand stofzuigen, dat kost me al zoveel moeite.

De enige gedachte die me altijd troost als ik kijk naar mijn boekenkast: als er in de nabije toekomst een natuurramp plaatsvindt, of een sneeuwstorm of zo, of als het water ineens twee meter hoog staat, of als het gewoon heel hard waait, en we kunnen niet naar buiten, en het internet doet het niet, dan heb ik tenminste wat te doen.

18 Comments

Filed under boeken

over boeken die ik (niet) gelezen heb

Hoe leuk het ook is om over boeken te praten, soms heb je even niets specifieks te melden. Dan kun je natuurlijk wel je mond houden, maar je kunt gewoon heel lui een vragenlijst invullen zodat je zelf geen onderwerp hoeft te verzinnen. Omdat ik nou ook weer niet zó lui ben, heb ik maar gewoon zelf een vragenlijst opgesteld en ingevuld. Bij dezen, mijn meninkjes over/ervaring met een heleboel boeken:

Vaakst herlezen boek: Het Vampierhandboek van Paul van Loon en Jack Didden. Ik nam dat boek tussen mijn achtste en mijn twaalfde ongeveer iedere twee maanden wel een keertje mee van de bieb. Reken maar uit, dit record verbreek ik nooit van mijn leven meer.

Boek dat het meest tegenviel: Dracula van Bram Stoker. Dat had alles te maken met de torenhoge verwachtingen die ik had dankzij Het Vampierhandboek.

Leukste boek met het teleurstellendste vervolg: Bridget Jones’s Diary van Helen Fielding, dat is echt het allergrappigste boek dat ik ooit gelezen heb, maar deel 2 is gewoon een kopie van deel 1 alleen dan stom. Needless to say, deel 3 ga ik niet proberen.

Boeken die zo eng waren dat ik er wakker van heb gelegen terwijl ik toch echt al volwassen was toen ik ze las: Ik ben niet bang van Niccolò Ammaniti en Roman over mijn vrouw van Emily Perkins. Vooral die laatste is echt creepy as hell.

Lievelingsboek uit mijn vroege kindertijd: Ik weet niet meer hoe het heette, maar het ging over een meisje dat een knuffel als BFF had en die knuffel op een dag kwijt was. Ik vond het zo geweldig dat mijn moeder het exemplaar uit de bibliotheek maar voor me kopieerde omdat het nergens meer te koop was (mooi hè, het leven voor bol.com).

Lievelingsboeken uit mijn late puberteit: Anders dan jij van Per Nilsson en Sprong in de leegte van Lydia Rood. Twee boeken die me nog steeds heel dierbaar zijn, het eerste omdat ik erdoor stopte met vlees eten (ja dat blijft je wel bij), het tweede omdat het zo mooi rauw en pijnlijk is geschreven dat ik al bijna weer moet huilen als ik eraan denk.

Andere boeken waarbij ik echt gênant hard heb gejankt: Harry Potter deel zeven, A casual vacancy (ook van J.K. Rowling, ik hou het drie jaar na het lezen hiervan trouwens nog steeds niet droog als ik Umbrella van Rihanna hoor) en een of ander boek over een wolf die door mensen was geadopteerd en toen op een hele lullige manier doodging.

Boek waarvan ik wou dat het realiteit werd: Harry Potter (nou ja, alleen de magie dan, niet de tovernaarsoorlogen en zo).

Choquerendste boek ooit gelezen: De mummie, of Ramses de gedoemde van Anne Rice. De hoofdpersoon had in dit boek seks met een mummie. Geen grap.

(Het ironische hieraan is dat ik dit op mijn 15e las aan het zwembad in Frankrijk, waar ik vrienden was geworden met drie telgen uit een megachristelijk gezin dat nogal serieus in de hel geloofde. Dit traumatiseerde me overigens nog meer dan die mummieseks, maar dat is een verhaal voor een andere keer.)

Hoofdpersonage met wie ik me het meest kan identificeren: Adrian Mole uit de Adrian Mole-boeken van Sue Townsend (niet lachen a.u.b.).

alchemist boeken tag coelho

Boek dat ik nu lees/boek met de mooiste vormgeving: De alchemist van Paulo Coelho (foto is gemaakt in de kamer van mijn zusje trouwens, voordat jullie denken dat ik een zieke make-upstash heb) (ik lees tegelijkertijd trouwens Het huis van de moskee van Kader Abdolah, maar ik kan niet vertellen of de vormgeving mooi is of niet want het is een e-book).

Percentage ongelezen boeken in mijn boekenkast: ongeveer 30 procent.

Boek dat beter is dan de film: The perks of being a wallflower van Stephen Chbosky. Ik vond de film ook wel goed, maar het was uiteindelijk toch een net niet sterk genoeg aftreksel van het boek (echt, ga dat lezen!).

Boek dat slechter is dan de film: Interview with the vampire van Anne Rice. Het boek is mooi maar de film is juist weer een soort espressovariant van dat boek (sorry ik heb deze uitspraak gestolen maar ben even vergeten van wie). In het boek zitten namelijk wat overbodige scènes die de vaart uit het verhaal halen, en het is bij lange na niet zo sfeervol als de film.

Boek dat ongeveer even goed is als de film: Into the wild. Totaal anders want het boek (geschreven door Jon Krakauer) is non-fictie, dus er is ook veel meer ruimte voor achtergrond en verklaringen enzovoort, maar ik vind ze allebei PRACHTIG. Het is niet dat ik de hoofdpersoon zo cool vind of zo (de mensen die een hekel aan de film hebben, hebben dat meestal omdat ze een hekel hebben aan die gast en vinden dat hij wordt geïdealiseerd), maar juist omdat het zo aan het denken zet over het leven in een samenleving en het leven buiten een samenleving, en over hoe treurig beide keuzes eigenlijk zijn.

Lievelingsschrijver: Renate Dorrestein (zo’n beetje de enige persoon wiens boeken is allemaal uitlees) (ik ben echt een dramatische niet-uitlezer).

Schrijver waarvan ik boeken vaker niet uitlees dan wel: Anne Rice. Sorry Anne. Ik begin altijd optimistisch maar het idee van het lezen van je boeken is toch altijd leuker dan het lezen van je boeken zelf.

Lievelingsboek aller tijden dat ik al vier jaar niet gelezen heb: The picture of Dorian Gray van Oscar Wilde. De laatste keer dat ik ‘m gelezen had was ik ZO onder de indruk van alle waarheden die ik in dit boek vond, dat ik bang ben dat een nieuwe lezing alleen maar tegen kan vallen.

Boeķ dat me WOEDEND maakte: De vriendschap van Connie Palmen. Ik vond het destijds (is al tien jaar geleden hoor) zo’n zeikverhaal dat ik er bijna van ging schuimbekken. (Andere boeken van C.P. vind ik trouwens wel weer goed, raar hoe zoiets werkt.)

Boek dat ik al haatte voordat het cool was om erop te haten: Twilight. Ik was een early adapter, laten we maar zeggen.

En hier hou ik het bij voor vandaag. Voel je trouwens vrij om deze vragen over te nemen op je eigen blog als je dat leuk vindt (ik zou niet weten waarom je dat zou willen, maar goed)!

13 Comments

Filed under boeken

big magic (of: mijn haat-liefdeverhouding met elizabeth gilbert)

 

Heb ik jullie wel eens het verhaal verteld van mijn moeder die Eten, Bidden, Beminnen (Eat Pray Love) van me wilde lenen? Dat verhaal waarin ik zei “Doe het niet, je gaat het haten!”, waarop zij zei “Nou ik wil het toch lezen!”? Dat verhaal over hoe ze het boek op weg naar Frankrijk het liefst uit het autoraam had gegooid, omdat ze het zo dramatisch slecht vond?

Oh wacht, dit verhaal heb ik inderdaad al verteld, maar ik vind het een leuke anekdote en jullie onthouden heus niet alles wat ik ooit heb geschreven, dus jullie krijgen ‘m gewoon opgewarmd opgediend. Laat ik er nog maar eens opnieuw aan toevoegen dat ik zelf een hele complexe relatie heb met dit boek: aan de ene kant vind ik het FANTASTISCH en krijg ik hierdoor superveel zin om me misselijk te vreten aan pasta arrabiata en te gaan mediteren tot ik een blauwe geest zie, maar aan de andere kant vind ik de grapjes stom en dat spirituele gedoe dat maar all over the place gaat tenenkrommend. Kijk, ik wil me best openstellen voor een beetje hocus-pocus, maar die hocus-pocus moet dan wel enigszins consequent blijven. En geloof me, mijn blogschema is nog consequenter dan EPL.

Goed, op naar het volgende onderwerp. Ik weet niet of jullie het weten, maar de schrijfster van EPL, Elizabeth Gilbert, heeft een tijdje geleden een boek uitgebracht over creativiteit, Big Magic. Hierin schrijft ze over hoe je als gewone brave burger meer creativiteit in je leven kunt brengen. Het boek staat vol tips als “Blijf gewoon stug doorschrijven als je werk ergens wordt afgewezen, dat heb ik ook gedaan” en “Probeer je geschrijf niet te zien als je echtgenoot, maar als je stiekeme minnaar” en “Probeer niet financieel afhankelijk te worden van je creativiteit, want dan kun je niet meer onbekommerd creatief zijn” en “Als je oud bent en je je gefrustreerd voelt omdat je nog geen literair succes hebt, stop er dan mee, want je wordt er duidelijk niet gelukkig van” (waar ‘schrijven’ staat kan trouwens ook ‘schilderen’ staan, of ‘kunstschaatsen’, of ‘kabouterhuisjes knutselen’, of wat dan ook).

Allemaal leuke een broodnuchtere adviezen. Ik ben dan ook zeer blij dat ik dit boek heb gevraagd voor Kerstmis (ik zei tegen mijn moeder “Ik durf dit bijna niet uit te pakken waar jij bij bent!” en mijn moeder zei: “Ik wil het ook wel eens lezen!” waarop ik zei: “Doe het niet, je gaat het haten!” waarop zij zei “Nou ik wil het toch lezen!”).

Helaas is ook dit boek niet alleen maar leuk, want gek genoeg kon Gilbert het toch weer niet laten ook hierin weer een paar spoken te stoppen. Het beste voorbeeld: volgens haar is creativiteit letterlijk magisch (“In de Zweinsteinse betekenis van het woord”). Haar theorie: ideeën zweven door de lucht, tot ze iemand vinden die iets met ze wil doen, en als diegene weigert (dus als je te lui bent om een kunstwerk te maken naar aanleiding van je fantastische ingeving (die je dus niet aan jezelf te danken hebt, maar die jou gewoon is aan komen waaien)), dan zweeft het idee weer naar iemand anders die er wat dankbaarder mee omgaat (VERDIEND!!!). Het klinkt prachtig, maar is natuurlijk totaal idioot. Hoezo ben jij zo speciaal dat een idee jou kiest uit zeven miljard mensen? En hoeveel mensen is-ie al langsgegaan voordat hij het bij jou probeerde? Wat voor wanhopige afgelikte boterham is dat idee wel niet?

Volgens Gilbert verlaten ideeën je dus als je ze geen aandacht heeft. Haar zou dat ook zijn overgekomen toen ze een boekidee over het kappen van regenwoud in Brazilië verwaarloosde. Dat idee heeft ze toen per ongeluk doorgegeven aan de schrijfster Ann Pachett, want die bleek later bijna exact hetzelfde boek geschreven te hebben als dat boek dat Gilbert niet schreef. Hoe het idee volgens Gilbert is overgelopen?

Met een kus tijdens een paneldiscussie over bibliotheken.

Jep. Er stond niet bij wie waar precies kuste, dus het kan van de ene op de andere lichaamsopening zijn gegaan, maar het lijkt me dat ze d’r toch gewoon op d’r wang kuste, dus hoe dat idee dan zo van het ene in het andere lijf terechtkomt is mij een raadsel (tenzij je poriën meetelt als lichaamsopeningen).

En dan moeten jullie bedenken dat deze vrouw wel van haar creativiteit kan leven.

Maar goed, net als dat Eat Pray Love er mede voor gezorgd heeft dat ik ben begonnen met yoga, zit ik nu toch voor de eerste keer sinds meer dan een maand een blog te typen. En dat is ook wat waard.

10 Comments

Filed under boeken

over heleen van royen, postfeminisme en boze mensen

Volgens Instagram is het maar liefst 29 weken geleden dat ik een foto plaatste van een ranzig cappuccinokopje en een stapel boeken van Heleen van Royen. Het was januari en ik ging beginnen aan mijn semesternota, een klein onderzoek dat volledig in het teken stond van postfeministische ideologie in het werk van deze schrijfster. Het was een van de drie onderwerpen waar ik uit had kunnen kiezen en ik vond het fantastisch, want eigenlijk had ik mijn scriptie over de beeldvorming rondom Van Royen willen schrijven (dat ging niet door omdat iemand het een paar jaar terug al had gedaan, helaaspindakaas). Deze schrijfster is superinteressant om te onderzoeken omdat ze veel in de media komt, zeer goeie verkoopcijfers heeft, dramatische recensies krijgt, veel mensen boos maakt en vervolgens haar selfies exposeert in het Letterkundig Museum (en nog meer mensen boos maakt). Bovendien vond ik dat ene boek dat ik van haar gelezen had (Godin van de jacht) heel leuk, dat scheelt ook.

Anyway, ik schreef m’n semesternota over postfeministische ideologie in De mannentester, De gelukkige huisvrouw, De hartsvriendin en Stout, en daarna was het tijd voor mijn scriptie. Ik wilde sowieso iets doen met vrouwen (ben gek op vrouwen) en samen met mijn scriptiebegeleider kwam ik uit op een onderzoek over de relatie tussen gender en succes en de beeldvorming hieromtrent bij hedendaagse schrijfsters. Mijn casussen: Connie Palmen, Renate Dorrestein en Heleen van Royen.

Hoewel alle drie deze casussen interessant zijn om te bespreken, ga ik het nu toch alleen over Van Royen hebben. Dat had ik namelijk 29 weken geleden beloofd aan Lin, en sindsdien heeft ze me er regelmatig aan herinnerd om deze blog te schrijven. Allemaal even applaudisseren voor haar volhardendheid – ik geloof dat nog nooit iemand me zo langdurig reminders heeft gestuurd. Ik ben ontroerd (en voel de pressure, keihard).

En toch schreef ik deze blog maar niet. Noem het de druk, te druk, noem het scriptiestress, noem het letterkundemoeheid, noem het blogmoeheid – maar ik denk eigenlijk dat het gewoon kwam doordat ik geen idee had in welke vorm ik de blog moest gieten, want ik heb zoveel te vertellen! Uiteindelijk heb ik besloten mijn bevindingen puntsgewijs te benoemen, lekker onwetenschappelijk:

1. Alle mannen zijn eikels

Haha nee grapje nu ff serieus:

1. Godin van de jacht blijft imho toch het beste boek van Van Royen. De gelukkige huisvrouw is goed op momenten dat de hoofdpersoon ‘normaal’ is (vooral als ze zegt dat ze Ivo Niehe onweerstaanbaar vindt), maar de gedeelten over haar postnatale depressie vond ik wat minder. De mannentester is wel leuk maar compleet losgeslagen en bizar en daardoor niet echt een geheel. De hartsvriendin is ook compleet losgeslagen, maar zo leuk en grappig dat dit toch mijn tweede lievelings is (wanneer komt het vervolg nou?!?). Stout, het lifestyleboek dat Van Royen samen met Marlies Dekkers maakte, is raar en vervelend (allemaal onboeiende presentatrices (ik bedoel powervrouwen) gaan vertellen over zaken als wat hun moeder voor werk deed en hoe ‘stout’ ze zelf zijn, wat moet ik met deze info). Verdere inhoud: awkward seksverhalen, foto’s van ondergoed en de dochter van Van Royen die vertelt dat ze het niet leuk vindt als haar moeder te bloot naar buiten gaat (of was het de dochter van Dekkers? Dat weet ik niet meer zeker).

2. Recensenten lezen echt alleen maar wat ze willen lezen. Voor zowel mijn semesternota als mijn scriptie heb ik zo’n beetje alle recensies die ooit over Van Royens boeken verschenen zijn gelezen, en die staan vol fouten. Zo stond ergens dat de hoofdpersoon in De Mannentester frigide was, terwijl ze LETTERLIJK zegt dat ze dat niet is. Dat brak mijn laatste beetje geloof in de mensheid wel……………

3. Nog even over recensenten, die hebben dus serieus bijna allemaal een hekel aan haar boeken. Wanneer Van Royen debuteert, besteden de meesten achterlijk veel woorden aan het beschrijven van de ‘hype’ rondom ‘Heleen’, waarmee ze regelmatig letterlijk of minder letterlijk zeggen dat ze he-le-maal geen zin hebben om haar werk te recenseren, maar het nu eenmaal moeten. In het begin wordt overigens aangenomen dat Van Royen een product is van haar uitgeverij en dat haar imago dus is opgelegd door een slimmerik, later wordt gezien dat Van Royen a) geen snelvoorbijgaande hype is en b) zelf de richting van haar carrière bepaalt. Vanaf dan wordt er gesproken over ‘het fenomeen Van Royen’. Telkens schrijven ze weer dat ze zo’n slimme zakenvrouw is, maar veel woorden aan haar boeken zelf maken ze nog steeds niet vuil.

4. Ik wist dat Van Royen heftige reacties opriep, maar tijdens mijn onderzoek schrok ik er best wel van dat mensen echt HEEL ERG BOOS op haar zijn, vooral vanwege haar ‘narcistische’ gedrag. De term ‘aandachtshoer’ valt regelmatig. Natuurlijk snap ik de reacties wel – controverse roept altijd agressie op, en een foto maken van hoe je een tampon uittrekt is natuurlijk niet helemaal sociaal geaccepteerd. Plus literatuurliefhebbers hebben vaak de neiging om te denken dat literatuur alleen maar heel goed moet zijn en dat het hele circus eromheen niets boeit. Maar goed, dit soort mensen hebben duidelijk geen Nederlands gestudeerd (haha sorry, ik kon het niet laten), want anders hadden ze wel geweten dat Jan Cremer bestaat bij gratie van aandachtshoererij. Of dat De Grote Gerard Reve Show ook een ding is. Niets mis mee als je de boeken van Van Royen niet goed vindt en van mening bent dat ze alle aandacht niet verdient, maar al die haat is, naast slecht voor je hart, ook best wel naïef.

5. Van Royen vindt zichzelf trouwens reuze feministisch. Stout was natuurlijk bedoeld om vrouwen te empoweren, vertelt ze (ja oké, er stond ook echt een gedeelte waarin vrouwen werden aangespoord om hun eigen centen te verdienen. Ik moet toegeven: dat is ook meer mijn feminisme dan dat ‘alles kan alles mag als jij maar blij bent meid!!!’-feminisme). Verder kan ik het haar beter in haar eigen woorden laten vertellen:

“Ik denk oprecht dat veel van de toestanden die er rond mij ontstaan, te maken hebben met het feit dat ik een vrouw ben. En dat ik me niet gedraag zoals een vrouw zich hoort te gedragen. Mijn tegendraadsheid wordt veel minder geaccepteerd dan die van mannen. Harry Mulisch had op een gegeven moment duizend vrouwen versleten. Dat zette hij zelfs in Amerika in de krant. Duizend vrouwen. Niemand die het over de slet Mulisch had. Maar ik geloof dat ik er toch beter geen krantenbericht uit kan sturen als ik de duizendste man heb bereikt.” (HP/De Tijd, 2009)

“Dat vind ik dus al zeer verontrustend: dat dat woord niet bestaat, het mannelijke equivalent van aandachtshoer. […] ik heb inmiddels veel boeken geschreven en krijg daar de aandacht voor die ik kennelijk verdien. Als die boeken er niet waren, was die aandacht voor mij er ook niet. Als ik stop met schrijven, zoek ik ook geen aandacht meer. Dat is allemaal nep, en dat weet ik.” (Nieuwe Revu, 2013)

6. Het klinkt nu misschien alsof ik vet fan ben van Van Royen, maar dat valt wel mee. Alleen die overdreven negativiteit van andere mensen moet toch even besproken worden. Kunnen ze niet tegen hè, een vrouw die zichzelf zo in de spotlights durft te zetten. En ik vind d’r ook leuk hoor. Kijk dat nou zitten met dat champagneglas cola light:

7. Nu ik deze (voor mijn doen veel (veeeeel) te lange) blog heb getypt, bedenk ik me ineens dat ik nog geen woord heb gerept over het postfeminisme in de boeken van Van Royen. En dat terwijl dat nou juist zo interessant was, verdomme! Maar daar kan ik eigenlijk net zo goed een aparte blog over schrijven. Dat zal ik dan binnenkort doen, oké? Weet niet of het er spoedig van komt, maar ik beloof dat ik hem binnen 29 weken plaats.

26 Comments

Filed under boeken

ik lees wel eens wat, deel twaalf

Ik zou willen zeggen dat, nu januari ten einde loopt, het ‘ineens’ tot me ‘doordringt’ dat ik nog niets geblogd heb over de boeken die ik in december las. Dat zou echter een leugen zijn. Ik had gewoon geen zin om over dit onderwerp te schrijven. Nou ja, beter gezegd, ik had wel zin om erover te schrijven, maar niet om het te publiceren. Want volgens mij vinden jullie mijn blogs over boeken niet zo leuk, aan de reacties te merken. Of lijkt dat maar zo? Eerlijk zeggen.

Anyway, bij dezen de boeken die ik heb gelezen in de laatste maand van 2014:

robert galbraith cuckoo's calling harry potter steen der wijzen geheime kamer j.k. rowling

The Cuckoo’s Calling – Robert Galbraith

Ik heb echt bizar lang over dit boek gedaan. Maanden geleden begon ik er al in, maar hij leek wel behekst, want ik kreeg ‘m gewoon niet uit. Komt ten eerste doordat hij nogal dik is en ten tweede doordat ik tussendoor veel moest lezen voor mijn studie. Ik vond het niet zo erg: hoe lang je over een Rowling doet hoe beter, toch?

Voor diegenen die onder een steen leven: dit boek is dus onder pseudoniem geschreven door de auteur van Harry Potter. Privédetective Comoran Strike onderzoekt de dood van topmodel Lula Landy. Iedereen denkt dat ze zelfmoord gepleegd heeft, maar haar broer gelooft er niks van en wil weten wie haar heeft vermoord. Laat ik maar beginnen met zeggen dat je alles van Rowling kunt lezen zonder te weten waar het over gaat, want WAT een schrijver is dat. De personages, de plotstwists, de details – deze vrouw is geniaal. Verplichte kanttekening: deze is wel ietsjes langdradig en iets minder fantastisch dan de HP-boeken of A Casual Vacancy (velen vonden die laatstgenoemde wat minder, maar omg, hij is zo mooi! Steek je hand op als je nu ook altijd heel hard moet huilen als je ergens Umbrella van Rihanna hoort!).

Harry Potter en de steen der wijzen – J.K. Rowling

De dag voor Kerstmis besloot ik dat het eindelijk tijd was om Harry Potter te herlezen, iets dat ik al jaren wil, maar nooit durfde omdat ik bang was dat ik het a) minder leuk zou vinden dan vroeger b) het zo leuk zou vinden dat ik mijn dreuzelleven niet meer aankon c) geen tijd zou hebben om alle boeken uit te lezen en/of d) dat ik niets anders meer zou doen dan lezen en daarom zou falen op alle andere gebieden in het leven. Daar was ik toen ik begon met lezen nog steeds een beetje bang voor, maar hoe langer ik nadacht over waar ik spijt van zou hebben als ik op dit moment ineens dood neerviel, hoe duidelijker het werd dat dat toch echt zou zijn dat ik Harry Potter de laatste jaren niet meer herlezen had. Dus ik begon, en ik vond het SUPERLEUK, en ik had geen last van rampscenario’s a, b, c of d (zelfs niet van b, maar dat komt voornamelijk omdat die toverwereldoorlog bij nader inzien toch best creepy is).

Harry Potter en de geheime kamer – J.K. Rowling

Sommige dingen uit die boeken snap ik, in retroperspectief, eigenlijk niet helemaal. Hoe zit dat nou met die scène waarin Lucius dat boek stiekem aan Ginny gaf? Ik zag het niet helemaal voor me. De eerste delen herlezen is voor mij toch vooral opletten of ik hints naar latere delen kan ontdekken, want pas aan het einde van deel 4 is de boel echt aan, om het maar zo te zeggen. Neemt niet weg dat ik deel 1 en 2 op zichzelf ook heerlijke boeken vind. Ik vind het trouwens wel grappig dat ik het personage Hermelien nu veel beter op waarde kan schatten dan toen ik jonger was. Waarom zag ik vroeger niet dat zij zo’n held was? Ze kan praktisch alles. Sneep vind ik nu dan weer wat minder. Ik bedoel, laat het duidelijk zijn, al van jongs af aan was Sneep mijn favoriete personage (ik heb gewoon iets met mannen met grote neuzen en vies haar, oké?), maar hij is ZO GEMEEN! Waarom zag ik dat nooit? Ik was een raar kind.

29 Comments

Filed under boeken