Monthly Archives: August 2020

het ene uur is het andere niet

Dat hele coronagedoe is zwaar klote, maar het heeft me één ding opgeleverd: ik heb eindelijk tijd om genoeg naar de sportschool te gaan. Ik probeerde vroeger altijd drie keer per week te trainen. Twee keer lukte, maar die derde keer kwam er altijd wel wat tussen: een borrel, een familieverjaardag, een uitje. Nu heb ik zelden plannen. Elk nadeel heb ze voordeel, al had ik het natuurlijk liever anders gezien.

(Even ter verduidelijking, ik volg in de sportschool alleen maar lessen en die zijn op vaste tijden: als ik gewoon zelfstandig op van die apparaten had getraind, was ik wat flexibeler geweest. Maar goed, als ik gewoon zelfstandig op van die apparaten had getraind, zou ik elke keer na 10 minuten weer naar huis zijn gegaan om chocola te eten op de bank)

Nu sport ik dus drie keer per week. Dat is natuurlijk niet écht veel, maar toch voelt het alsof ik er heel veel tijd doorbreng. Soms vraag ik me zelfs af of het niet een beetje té veel is. Niet dat ik het niet leuk vind hoor, dat sporten – het is serieus mijn favoriete hobby – maar zou ik mijn tijd niet nuttiger moeten besteden? Zou ik niet meer kranten moeten lezen, of mijn sociale leven beter moeten onderhouden, of het balkon moeten opruimen?

Dat is ook wel weer een rare gedachte, want een week heeft 168 uur*, en 3 uur van de 168 is bijna 2%. Kijken we naar mijn wakkere uren (112) dan sport ik daarvan bijna 3%. Zelfs als je 6 keer per week een uur zou sporten, sport je maar een dikke 5% van je wakkere tijd, ervan uitgaande dat je 8 uur per nacht slaapt.

Maar voor sporten heb je wel meer tijd nodig dan alleen zuivere sporttijd. Je moet je kleren klaarleggen, je moet erheen gaan, je moet wachten tot de les begint. Je moet terug, je moet douchen, je moet aan je geliefde vertellen hoe kapot je wel niet bent.

En je moet er andere dingen omheen plannen. Als ik om 18.30 een les volg, kan ik pas eten rond 19.45 (als Tim het eten klaarmaakt) (wat vrijwel altijd wel zo is als ik ga sporten) en dat voelt meteen weer zo laat. Die ongeveer anderhalf uur die ik tussen mijn werk en sporten heb, weet ik heus wel in te vullen, maar doordat ik altijd één oog op de klok hou, voelt het toch niet als ‘echt vrije tijd’ Ik kan niet én sporten én nog afspreken met vrienden als ik de volgende dag moet werken. Nog altijd besteed ik meer tijd aan Netflixen dan aan sporten, maar dat kan in tenminste tijdens het eten doen. En Instagram, of stomme dingen lezen op Reddit? Daar hoef je ook geen tijd voor in te plannen. Dat gaat gewoon vanzelf.

Een andere reden waarom het voelt alsof het zoveel is, is omdat het gewoon veel meer indruk maakt. Ik bedoel, sporten is afzien! Je moet al je wilskracht gebruiken om nog één extra lunge te doen. Soms verdrink ik bijna in mijn eigen zweet. Dat herinner je je wel ja, in tegenstelling tot die uren waarop je door je telefoon scrollt. En dan heb ik niet eens over die endorfineboost, die me steeds laat denken OMG BURPEES ZIJN HET LEUKSTE OOIT WANNEER MAG IK WEER?!? (Serieus I love burpees, kan er de hele dag over fantaseren)

Dus ja. Het ene uur is het andere niet. En dat is misschien maar goed ook, want doordat het lijkt alsof ik ‘altijd maar sport’ voel ik me tegenwoordig een heuse fitgirl. Met m’n 3%.

* Andere interessante berekeningen: van mijn wakkere tijd werk ik 29% (dat is nog geen één derde!). Toen ik nog naar mijn werk reisde (wat ik nooit als ontspannend ervoer, zelfs niet als ik een leuk boek las) was ik in totaal 37,5 procent van mijn wakkere uren kwijt aan werkgerelateerde zaken: dat is nog steeds niet eens de helft van de tijd, en slechts 66% van de wakkere tijd op dagen dat ik werkte, al voelde het minstens als 80%. Dat ik niet meer zo vaak in de trein zit is ook wel echt een voordeel van deze rottijd. (Hier ben ik trouwens over na gaan denken dankzij het boek 168 Hours van Laura Vanderkam, een absolute aanrader voor iedereen die het interessant vindt om na te denken over tijd en hoe je die effectief besteedt.)

3 Comments

Filed under sport die geen hardlopen is

wat ik nog wil doen voordat de zomer voorbij is

Aan het einde van de zomer ruikt de lucht ‘s ochtends anders. Ik moet bij deze geur altijd terugdenken aan mijn twee favoriete eindes van de zomer: die keer toen ik 18 was en bijna zou beginnen aan mijn studie psychologie, en die keer toen ik 19 was en bijna zou beginnen aan mijn studie Nederlands. De geur van de lucht, tussen zomer en herfst in, zit vol beloftes van spanning en meeslependheid. Ook nu ik geen ellenlange zomervakantie meer heb als pauze tussen mijn oude en mijn nieuwe leven.

Ik ben geneigd om zin te krijgen in de herfst: panty’s, kaarsjes, pompoen eten. Maar ik hou me in. Want ‘officieel’ is het nog bijna een maand lang zomer, en hoewel er de komende weken regen voorspeld wordt, is het voorlopig nog geen weer voor pany’s.

(Als ik überhaupt nog in staat ben om nog panty’s te dragen – sinds het begin van de coronacrisis heb ik het één keer geprobeerd, en toen heb ik toch maar gauw weer een broek aangetrokken)

Daarom probeer ik nog genieten van de zomer die er nog is. Ik heb even nagedacht over wat ik ‘deze zomer’ nog graag zou willen doen. Dit blijken vooral dingen te zijn die met eten en drinken te maken hebben, maar dat krijg je hè, in deze toch wel sociaal-arme, activiteiten-arme coronatijden (of misschien ben ik gewoon oud en saai).

IJskoffie maken

5 jaar geleden heb ik voor het laatst ijskoffie gemaakt, en dat was me toch een partij ranzig. Zeker weten hoe het komt doe ik niet, maar ik vermoed dat ik te veel ijsklontjes heb gebruikt en dat het daardoor wat te waterig werd. (Maar nog steeds denk ik: ZO vies kan waterige koffie toch niet zijn? Het was echt heel heel erg smerig)

Maar ijskoffie zou in principe heel lekker moeten zijn, niet ingewikkeld om te maken, en vooral: heerlijk zomers.

Omdat ik aan mezelf wil laten zien dat mijn plannen heel serieus neem, heb ik gisteravond vier espresso’s gezet, de helft in de koelkast gedaan en de andere helft ingevroren, gewoon in ijsblokjeshouders. De volgende dag kon ik ijskoffie maken voor Tim en mij.

Protip: vries je koffie NOOIT in. Mijn keuken was een slachtveld. De espressoblokjes wilden er namelijk niet uitkomen, maar er braken wel hoekjes af, zodat er stukjes bevroren koffie door de hele keuken vlogen terwijl ik als een razende met die ijsblokjesouder op het aanrecht stond te rammen in de hoop dat ze los zouden komen (op het moment dat ze dat ein-de-lijk deden, vlogen ze natuurlijk ook weer alle kanten op). Het duurde zo lang dat de koud opgeschuimde sojamelk al helemaal op kamertemperatuur was.

Het was wel érg lekker.

Zwemmen (in het plaatselijke zwembad)

Ik heb deze zomer wel een paar keer gezwommen: in stinkend parkwater, in een zwembad op een vakantiepark, bij mijn familie in de tuin. Maar er is een belangrijk zwembad dat ik nog niet heb gehad, en dat is het plaatselijke openbare zwembad. Ik wilde supergraag toen het zo warm was, maar de kaartjes waren steeds uitverkocht (er mochten natuurlijk niet zoveel mensen binnen door corona). Nu is het niet meer snikheet, maar ik moet en zal een keer zwemmen. Ik ga dus nog een kaartje kopen voor ergens de komende weken, zelfs al regent het pijpenstelen. Dat zal ze leren!

Pizza eten en Aperol Spritz drinken op een terras in de buurt

Hebben Tim en ik vorig jaar gedaan, hebben we het jaar ervoor gedaan, dus is een traditie. Vind ik. En het is ook een traditie om dit ergens eind augustus te doen, want ik herinner me alle wespen die we moesten negeren nog levendig.

Bubacream eten

The Vegan Junk Food Bar is met een nieuw concept gekomen: Bubacream, een soort fancy unicorn glitter rainbow-achtig ijs met idiote toppings zoals snoepjes, passievrucht, oreo’s en bloemetjes. En dat is dus redelijk bij mij in de buurt te koop. Als rechtgeaarde moderne semi-jonge veganist móet ik dat natuurlijk proberen. Ik bedoel, dit soort dingen bestaan meestal alleen met niet-vegan ijs, dus ik moet mijn kans grijpen. Yolo enzo. (Ben wel al misselijk nu ik eraan denk)

Wandelen in De Natuur (voordat het herfst is)

Ik ben zo iemand die altijd boswandelingen wil maken, maar het nooit doet, want hallo ik woon in Amsterdam en hoe kom je dan in een bos? (Het Amsterdamse Bos telt niet) Maar tegenwoordig heb ik een rijbewijs, wat betekent dat ik overal heen kan waar ik maar wil. Wat ik dus ook nog een keer wil doen voordat de herfst begint. Niet dat ik dat deze zomer nog niet heb gedaan (ik heb al meerdere wandelingen gemaakt) of dat ik het niet van de herfst wil doen (ik wil van de herfst wéér wandelen) maar ik heb wat in te halen.

Heb jij nog dingen die je deze zomer wil doen? (Of heb je misschien nog ideeën voor mij die niet (of juist wel) met eten te maken hebben?)

12 Comments

Filed under voornemens

anders bloggen

Over twee maanden bestaat Vijf Koffie Graag alweer 10 jaar. 10 jaar! Ik was toen 19 en net begonnen aan mijn studie Nederlands in Amsterdam. Tot mijn grote ongenoegen woonde ik nog thuis, omdat ik geen kamer kon vinden. Ik was verslingerd aan Oh oh Cherso en probeerde al mijn vrienden en bloglezers te overtuigen om fan te worden van Patrick Wolf (zonder succes).

De afgelopen 10 jaar is er geen moment geweest waarop ik geen ‘blogger’ was – er ging heus weleens een maand voorbij waarin ik even niets postte, maar ik kwam altijd terug. Het is fijn om iets te creëren. Om jaren later terug te lezen wat ik toen schreef. Om een plek op het internet te hebben die helemaal van mij is.

Naarmate de jaren verstreken, veranderde hoe ik schreef. In het begin postte ik nog weleens een kort stukje zonder kop of staart, maar later werden mijn blogs langer en ingewikkelder. Ze werden beter, vind ik, maar ook tijdrovender. Gemiddeld was ik zo’n 4 uur met een blog bezig – waarvan slechts 1 uur naar het daadwerkelijke schrijven ging, en 3 uur naar het perfectioneren van wat ik geschreven had.

Dat is ook de reden waarom ik zo weinig blog: het kost gewoon te veel tijd.

Wel jammer, want ik heb een heleboel ideeën om over te schrijven. Maar doordat het zo lang duurt kan het nooit ff tussendoor en zodra ik op ‘publish’ klik heb ik altijd koppijn en vierkante ogen.

Natuurlijk, ik zou het sneller kunnen doen, minder mijn best doen om ‘leuk’ te schrijven, minder vaak checken op typefouten (die ik er toch nooit allemáál uithaal) maar dan kan ik de helft van wat ik wil vertellen niet kwijt. (Ik heb gewoon veel gedachten) Bovendien heb ik toch een bepaalde standaard gezet, en het idee dat jullie mijn blog saai zouden vinden, maakt me toch wel verdrietig. Ik bedoel, ik ben in het echt al saai genoeg, laat mij dan op internet wél leuk zijn.

Onlangs dacht ik er voor het eerst over om misschien maar helemaal te stoppen. Die dingen die ik wil delen, die kan ik toch ook kwijt op Instagram? Dat doen wel meer mensen die vroeger actief blogden. Is bloggen trouwens niet gewoon dood?

Maar ja, met Instagram kan ik al helemáál weinig, want daar ben ik net zo perfectionistisch mee als met mijn blog: alleen ben ik een stuk beter in schrijven dan in fotograferen. Daarom levert Instagram me nóg meer koppijn op. Sad life, ik weet het.

Dus. Misschien moet ik toch maar weer teruggaan naar het bloggen. Maar dan anders:

  • Ik wil alleen nog maar blogs van rond de 500 woorden schrijven
  • Ik wil ze het liefst binnen een uur schrijven (misschien timer zetten?)
  • Ik wil minder perfectionistisch zijn
  • Ik wil blogs waarin ik te veel wil vertellen opdelen in meerdere kortere blogs
  • Ik wil vaker bloggen over waar ik me mee bezighoud en niet over wat een ‘leuk’ onderwerp is
  • Ik wil niet meer zoveel nadenken over hoe een blog ‘over gaat komen’ (lees: ik moet meer voor mezelf bloggen, en minder voor Het Publiek)
  • Ik wil bloggen weer onderdeel van mijn leven maken, zoals vroeger

Als ik dit zo typ, denk ik ergens: god, daar gáán we weer, een blogger die nooit blogt en met grote woorden ga verklaren dat ze Weer Helemaal Back On Track Is Jongens En Meisjes En Iedereen Daartussenin. (Dat is meestal de laatste blog voordat de blogger de handdoek definitief in de ring gooit.) Maar goed, ik had me net voorgenomen om te schrijven over wat me bezighoudt en niet over wat leuke blogonderwerpen zijn. En dat is dit dus.

Volgende keer zal ik iets schrijven over het boek Digitaal Minimalisme van Cal Newport en hoe dit boek me ook wel anders na heeft laten denken over bloggen. En misschien schrijf ik daarna nóg een blog over wat ik anders doe sinds ik dit boek gelezen heb. Kijk mij eens mijn eigen voornemens in de praktijk brengen!

16 Comments

Filed under leven