Category Archives: tijdmanagement

over leven en slapen

Ik wil niet opscheppen of zo, maar ik ben dus best wel goed in in slaap vallen. Nee, echt. Ik hoef maar het licht uit te doen en ik ben weg tot mijn wekker gaat, zo’n acht uur later.

Goed, dit gebeurt niet altijd-altijd, ik heb ook nachten die minder geslaagd zijn, bijvoorbeeld als ik tot laat heb doorgewerkt (dan sta ik in bed nog steeds in powerwoman-stand) of als ik weet dat ik de volgende ochtend op moet schieten (dan word ik steeds wakker omdat ik denk dat ik me verslapen heb). Toen er een tijdje veel inbraken waren in mijn flat in Noord sliep ik niet goed, en toen ik in mijn nieuwe woning Insidious 2 had gekeken werd ik ook constant tussendoor wakker (een vriendin van me heeft me laten beloven dat ik NOOIT meer films met geesten ga kijken want ik kan er gewoon niet tegen).

Maar inmiddels hoef ik me ‘s nachts geen zorgen meer te maken en slaap ik meestal als een roos. Desondanks denk ik iedere ochtend: nounou, vanavond moet ik weer eens wat vroeger naar bed, want ik ben nu veel te moe. En dat terwijl ik toch wel iedere nacht bijna acht uur slaap. Ik ben namelijk een beetje snel moe. Of beter gezegd: ik denk dat ik snel moe ben. Of nog beter gezegd: ik denk dat ik denk dat ik snel moe ben.

Kijk, het zit zo: een andere vriendin van me sliep vroeger 10 uur per nacht. Ze dacht dat ze het nodig had en verspilde sowieso minder tijd dan ik, dus zij kon wel vroeg naar bed. Ze was ook altijd best wel vroeg moe. Op een gegeven moment besloot ze echter te kijken wat er gebeurde als ze minder zou slapen.
Wat bleek: ze was ineens veel energieker!
Ze had zichzelf gewoon moe geslapen.

En ja, soms ben ik een beetje bang dat ik dat ook doe. Sleep is for the weak, zeggen alle coole en productieve mensen, en slapen kun je ook als je dood bent. Goed, nu ga je eerder dood als je te weinig slaapt en daardoor zo moe bent dat je niet ziet dat je onder een bus loopt, maar dat gebeurt nou ook weer niet zo snel, en de voordelen lijken alleen maar groter dan de nadelen: weinig slaap betekent meer tijd voor feestjes, meer tijd om je eigen bedrijf op te zetten, meer tijd voor Netflix. Meer tijd om te leven, dus. Hoewel acht uur slaap per nacht zo’n beetje overal wordt aangeraden, ben ik zo’n beetje de enige sukkel die zich hier ook echt aan houdt.

Ik heb het wel eens geprobeerd, bewust minder slapen. Ik hoopte dat ik vanzelf zou wennen aan nachten van slechts zeven uur. Na drie dagen viel ik echter bijna in slaap in de bus (beter dan voor de bus, maar alsnog is het niet echt een succesverhaal). Die drie uur die ik ermee had gewonnen, zorgden dus niet bepaald voor meer leven in de tent.

Dat experiment is echter inmiddels ook alweer van een paar jaar terug, inmiddels ben ik weer wat ouder en wijzer en ben ik aan een nieuwe poging toe (eentje die misschien net wat minder ambitieus is, zoals… 7,5 uur slaap). Of ik zeg gewoon doei tegen de prestatiemaatschappij en ga vanavond eens écht vroeg naar bed. Met genoeg slaap hoef ik in ieder geval niet bang te zijn om vroegtijdig rimpels te krijgen. Dat is voor mij bijna net zo’n grote angst als geesten, dus kun je nagaan hoeveel beter ik slaap als ik me daar in ieder geval geen zorgen over hoef te maken.

 photo koffie slapen.jpg

Vijf koffie graag omdat ik niet zo gevoelig ben voor cafeïne

18 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement

een simpel leven

nagellak

Nagellak (nee grapje bloed) (nee grapje haarverf) (maar zo zien mijn handen er wel ongeveer uit na het nagellakken)

Toen ik een jaar of zestien was, kocht ik een boekje genaamd Coach jezelf naar succes. Ik was niet van plan geweest om een zelfhulpboek aan te schaffen, maar het lag in de Donner nogal opzichtig bijna niets te kosten, dus ik kon niets anders doen dan het meenemen. Van het boek is me weinig bijgebleven, behalve dan dat de auteur vroeger hoopte dat ze werd aangereden door een bus zodat ze een paar maanden op bed kon liggen, en dat je, als je een simpeler leven wilt, moet stoppen met het lakken van je nagels.

Dit idee vond ik direct heel intrigerend. Nagellak is namelijk inderdaad behoorlijk zonde van je tijd: eerst moet je het heel netjes en voorzichtig aanbrengen, daarna mag je minutenlang niks aanraken (doe je dat wel, dan zit het spul overal behalve op je nagels), en na één dag ziet het er sowieso al niet meer uit. Moet je alles er weer af gaan halen met van die stinkende nagellakremover. Aangezien ik niet bepaald ben gezegend met een vaste hand, zat mijn nagellak trouwens ook altijd over mijn gehele vingers verspreid, lekker charmant.

Toch bleef ik nog jarenlang nagellak gebruiken (het liefst in subtiele kleuren als knalpaars en zeegroen). Iedere keer als ik dat spul ‘s avonds voor het slapengaan van mijn vingertoppen aan het krabben was, moest ik weer denken aan hoeveel simpeler mijn leven zou zijn als ik er gewoon mee zou kappen.

Want ja, dit onderwerp leefde toch al bij me toen ik tiener was, zelfs al woonde ik nog bij mijn ouders en hoefde ik niets behalve naar school gaan (ik weet ook niet hoe ik mijn leven ingewikkeld kon vinden, maar ik vond het wel) (krijgen jullie nu ook allemaal dit nummer in je hoofd?). En het is nog steeds wel een themaatje, net als bij iedereen tegenwoordig, een ‘te ingewikkeld’ leven is echt iets van deze tijd: we hebben allemaal wel onze projectjes hier en daar, werkmail die ook in het weekend gewoon aankomt, belastingzaken, studeren naast je baan, verre vrienden die je altijd nog wel even kunt mailen… ik ben heus niet de enige die na een dag druk bezig zijn ineens beseft dat ik nog eigenlijk allemaal andere dingen had moeten doen. En als je het net een beetje voor elkaar denkt te hebben, wordt er iemand in je omgeving ziek, krijg je ineens een nieuwe buurman die je ‘s nachts wakker houdt met zijn harde muziek of moet je weer opnieuw beginnen met fysiotherapie vanwege een knieprobleem waarvan je net dacht dat je er voorgoed vanaf was.

We willen allemaal maar minder (waarom denk je anders dat Marie Kondo zo verschrikkelijk populair is?), maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Voor ieder afscheid van een prul of een activiteit lijken er drie nieuwe voor in de plaats te komen, als een soort Hydra van Lerna. Het is tegenwoordig ook zo makkelijk om iets te vinden wat je kan doen, een klusje, een hobby, een vrijwilligersfunctie. Een hele nieuwe levensinvulling is maar een paar muisklikken weg. De overvloed is leuk, maar probeert desondanks onze hoofden eraf te bijten.

(Lekker dramatisch gezegd, zo erg is het natuurlijk niet, we zijn allemaal heel druk, druk maar o zo gelukkig, laat daar geen misverstanden over bestaan!)

Dit resulteert in verplicht mediteren en overwerkyoga (zoals beschreven in dit goede, iets te herkenbare artikel). Als iemand nog zwaardvechttips heeft, hoort ik het dan ook graag. Maar goed, op drukke momenten kan ik tenminste dankbaar zijn dat ik tegenwoordig geen rekening hoef te houden met hoe mijn vingers eruit zien: met nagellakken ben ik na al die jaren nu eindelijk gestopt. Het was de beste beslissing OOIT.

17 Comments

Filed under tijdmanagement

mijn hoofd, de eerstejaarsstudenten en het hondje

Ik heb last van concentratieproblemen. Altijd al gehad, geloof ik. Op de basisschool wist ik tijdens het gezamenlijk lezen nooit waar we waren, omdat ik in mijn gedachten mijn Rollercoaster Tycoon-imperium aan het uitbreiden was of me zorgen maakte over de verspreiding van mond-en-klauwzeer bij varkens. Toen ik, eenmaal op de middelbare school, aan mijn broertje vroeg hoe hij in vredesnaam nog voldoendes kon halen voor geschiedenis terwijl hij nooit leerde, zei hij dat hij gewoon goed oplette in de les en zo genoeg meekreeg. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing: waren er serieus mensen die konden opletten bij geschiedenis? En waren deze mensen ook nog eens familie van mij?

(Je mag het best ironisch vinden dat ik nu voor de klas sta, hoor. Ik vind het zelf vooral handig: als ik een modelleerling was geweest, zou ik niet zo vaak positief verrast worden door de oplettendheid van leerlingen.)

Ook nu ik supervolwassen ben, zijn mijn gedachten nog altijd overdreven actief. Als ieder hoofd een feestje was, was die van mij er eentje met alleen maar eerstejaarsstudenten die pas sinds een paar maanden legaal mogen drinken en dus alles onderkotsen. (Ziet u het voor u?) Het is nogal chaotisch en vaak vermoeiend, maar in ieder geval niet saai – er is altijd wel iemand om mee te praten, bestaand of niet-bestaand (ik prefereer het laatste, want door die fictieve babbeltjes met bestaande mensen raak ik later wel eens in de war: hebben we dit gesprek nou echt gehad, of heb ik het gewoon verzonnen?).

Natuurlijk ben ik niet de enige ter wereld met deze problemen en hoef ik niet helemaal zelf te verzinnen hoe ik mijn hoofd een beetje rustig moet krijgen. Ik heb dan ook alles uit de handboeken geprobeerd om die bezopen studenten weg te krijgen. Meditatie hielp een tijdje, maar hoe vaker ik het deed, hoe minder effectief het leek. Yoga werkte ook even, en goed ook – ik vond die poses in het begin zo ingewikkeld dat ik niets anders kon dan me volledig concentreren op wat mijn yogaleraar van me verlangde. Na iedere les voelde ik me bijna zweven, zo licht was ik door de afwezigheid van partyruis. Een paar maanden later begon ik dat hele downward facing dog-gebeuren wel een beetje onder de knie te krijgen, waardoor er weer ruimte ontstond voor gedachten. Dat kleine kiertje veranderde al snel in een groot gapend gat waardoor alle weggestuurde studenten lachend terug naar binnen klommen.

Iemand vertelde me dat ik mijn aandacht moet zien als een  jong hondje dat overal op af wil rennen, maar dat moet leren om netjes bij mijn voeten te komen liggen. Ik moest meteen denken aan het hondje van een vriendin van me, dat, toen ik gehurkt zat om haar te aaien (het hondje, niet de vriendin), op mijn schoot kwam zitten. Het was een oncomfortabel maar wonderschoon moment, aangezien honden normaliter een natuurlijke afkeer van me hebben (net als baby’s) (nu was dat hondje zo klein dat hij meer op een konijn leek, maar toch.) Ik wilde het, toen het onderwerp ‘honden’ werd aangesneden, direct liever hebben over wat voor overwinning het was dat ik gewoon geconnect heb met een hond, maar goed, dat is een beetje ongepast als iemand je probeert te helpen met je concentratieproblemen, dus vertelde ik dit hem maar alleen in mijn gedachten.

Op een dag gaat het me lukken, op een dag ben ik de studenten en het hondje de baas en zal er wat rust in de tent komen (doet dit jullie ook zo denken aan Villa Volta???). Echt, heus, sowieso. Maar het gaat nog wel even duren, ben ik bang. Tot die tijd blijft het lekker druk, lekker vermoeiend, maar in ieder geval niet eenzaam, want ik kan er altijd met iemand over praten – al is het maar in mijn hoofd.

11 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement

alle tijd van de wereld

In mijn tienerjaren fantaseerde ik graag dat ik als enige mens op aarde nooit hoefde te slapen, zodat ik ‘s nachts in alle rust kon doen waar ik overdag geen tijd voor had. Mijn huiswerk maken, leren striptekenen, een boek schrijven, dat soort dingen.

Inmiddels ben ik te oud om een leven zonder slaap te wensen, maar een beetje (heel veel) extra tijd is nog steeds van harte welkom. En dan ook nog het liefst helemaal voor mij alleen – niet dat ik jullie niets gun, maar als we allemaal extra tijd hadden, zou die tijd vast verplicht worden ingezet om te werken, en daar heb ik in die extra tijd dus geen tijd voor. Die extra tijd is voor de dingen die er nu niet van komen. Ik zou romans lezen die al jaren op me wachten, mijn badkamer behoorlijk schoonmaken, een boek schrijven, dat soort dingen.

Momenteel komt er vaak niets van deze dingen omdat ze geen prioriteit hebben. “Dan moet je die dingen wél prioriteit geven”, hoor ik men al zuchten, maar dat is moeilijk want er zijn zoveel dingen die ik wil doen, honderd prioriteiten zijn geen prioriteiten, en met lezen verdien je geen geld, in een vieze badkamer word je ook schoon en het typen van driehonderd blogs is veel minder werk dan het schrijven van één boek – bovendien zie je hierbij wel direct resultaat.

Als ik alle tijd had, zou ik nooit meer hoeven kiezen. Daarom heb ik mijn fantasieën over nooit meer slapen maar vervangen door fantasieën over het stopzetten van de tijd. Dat iedereen, behalve ik, gewoon letterlijk stilstaat tot ik zeg dat de tijd weer aan mag. Sorry dat ik zo egoïstisch ben, maar zoals ik al zei, meer tijd voor iedereen zal uitlopen op een fiasco en bovendien is het míjn dagdroom dus ík profiteer ervan. Als dit je boos maakt, beeld je je maar als wraak in dat ik uitglijd over een bananenschil. Iedereen blij.

Over het bovenstaande probeer ik trouwens maar niet zoveel na te denken, want dat kost ook weer tijd, tijd die ik beter kan gebruiken voor iets dat wél mogelijk is. Maar goed, ik ben toch bijna klaar, dus ik maak mijn verhaal gewoon af: in dit droombeeld staat iedereen dus stil, en ik zit in m’n eentje op mijn kamer te werken aan alles waar ik aan wil werken (boodschappen en rennen doe ik wel als iedereen weer beweegt: lopen tussen bevroren mensen lijkt me doodeng). Oh, nog even een kanttekening: in dit scenario word ik dus niet sneller ouder dan andere mensen, want hoewel ik meer leef, staat mijn verouderingsproces tegelijkertijd met jullie stil. Dat dan weer wel.

Oh ja, een weten jullie wat ik ook ga doen in die extra tijd, naast al die creatieve, nuttige en zeer belangrijke dingen?

Slapen natuurlijk.

Niet echtesuperrelevant maar ik vond het wel weer tijd voor Culture Club

13 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement

zoete kringloopwraak

Een van de vele voordelen van een zeven jaar jonger zusje hebben is dat je al je ouwe meuk bij haar kunt dumpen. Dat klinkt lullig en dat is het ook, maar vroeger zag ik dat probleem niet zo. En zij al helemaal niet, trouwens. Wanneer ik bij het opruimen stuitte op armbandjes/stickers/een gek beeldje waar ik niets (meer) mee kon maar waar ik toch te veel gevoel bij had om het in de vuilnisbak te mieteren, vroeg ik gewoon of zij het wilde. Het antwoord was altijd ja. Bovendien snapte ze nooit waarom ik dat in godsnaam weg had willen doen. Die armbandjes/stickers/gekke beeldjes waren toch hartstikke leuk? En zo werd mijn kamer steeds leger en steeds meer zen, terwijl haar kamer steeds meer begon te puilen met spullen die ze eigenlijk niet nodig had en die ook helemaal niet zo leuk waren.

Maar what goes around, comes around. Hoewel ik op dit punt gezegend ben met een zusje dat niet bepaald goed is in opruimen en NOOIT. IETS. WEG. WIL. GOOIEN. (vindt mijn moeder wat minder leuk), heb ik de laatste jaren regelmatig iets in mijn kamer gevonden wat al heel lang niet meer van mij was. Meestal met een briefje erbij dat mijn zusje het niet meer wilde. Liever had ik gezien dat ze het stiekempjes weggooide – was ik toch nooit achter gekomen. Nu moest ik het weer gaan bewaren.

Naarmate ik langer uit huis ben, verandert er trouwens steeds meer aan mijn oude slaapkamer. Ik moet met lede ogen aanzien hoe deze ruimte langzaam verandert in een museum voor spullen die mijn zusje niet meer moet. Als ik mijn kast open, vind ik haar overtollige knuffelbeesten, mijn planken zijn gevuld met de boeken waar ze is uitgegroeid. Op zich is dat prima, want ik woon hier niet meer, maar aangezien ik er toch vaker slaap dan normaal is voor een 23-jarige, voel ik me hard getroffen door deze troepkringloop – zeker als mijn moeder me dan ook nog eens vraagt of ik die kamer eens op wil ruimen.

(Ondertussen lacht mijn broertje, die als een echte vent bijna geen spullen heeft en dus ook niets kwijt moet.)

Toen mijn ouders en zusje op vakantie waren, bent ik maar op het verzoek van mijn moeder ingegaan. De armbandjes/stickers/beeldjes die ik niet meer wilde, gingen linea recta een grote vuilniszak in – opdat niemand hier ooit nog mee geconfronteerd zal hoeven worden.
Mijn zusje zal wel teleurgesteld zijn als ze dit leest, maar op lange termijn is het ook beter voor haar.

11 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement