Monthly Archives: September 2014

noord gestoord voor beginners

Over het algemeen voel ik me best wel thuis in Amsterdam-Noord. Misschien komt dat doordat dit stadsdeel toch wel het Rotterdam van Amsterdam is, zoals ik laatst tot mijn grote vreugde ontdekte. Dat is ook de reden waarom iedereen het zo haat en ik me er zo thuis voel. Want ja, het Buikslotermeerplein doet inderdaad erg denken aan een soort onoverdekt Alexandrium (je weet wel, dat winkelcentrum waar de eerste Primark van Nederland gevestigd zit (en overigens niet bepaald representatief is voor heel Rotterdam, maar ik woonde er vlakbij dus ja)). Beide winkelcentra bevatten alle winkels die je maar nodig hebt, trekken een heel divers publiek en La Place is hun meest fancy horecagelegenheid. De kantine van de HEMA is een goeie tweede.

Voor diegenen die niet zo bekend zijn met Amsterdam, zal ik trouwens nog even uitleggen waar Amsterdam-Noord precies ligt ten opzichte van de rest van Amsterdam (voordat ik naar Amsterdam verkaste, wist ik dat zelf ook niet)

Amsterdam-Noord

(Ik heb trouwens een stukje van diep-West en de Bijlmer afgeknipt, want het gaat toch om Amsterdam NOORD hè)

Zoals jullie zien, ligt er water tussen Noord en de rest van de stad. Dat is best wel irritant, want dat betekent dat je altijd of met de pont moet, of met de bus onder het IJ door, of over een of andere wazige terrorbrug die naar Oost gaat en waar je niet kan komen zonder door een of ander bos te gaan (heb ik me laten vertellen, nooit geprobeerd hoor). Ik ga meestal met de bus. Om eerlijk te zijn zou ik liever gaan fietsen (ik heb het idee dat het ov in Amsterdam toch een beetje voor toeristen is), maar er zijn twee redenen waarom ik dit niet vaak doe:

1) Ik durf ‘s avonds niet in mijn eentje door Noord te fietsen. Niet dat het hier over het algemeen zo onveilig is, maar omdat je dan moederziel alleen over allemaal doodstille weggetjes moet.

2) Fietsen langs Centraal Station (waar de pont stopt) is echt een ramp. Ik zou hierover wel willen uitweiden maar dan blijf ik bezig, dus dat bewaar ik voor de volgende keer.

Anyway, de scheiding tussen Amsterdam-Noord en de rest van de stad zorgt er samen met het ontbreken van ‘gezellige’ straatjes (in plaats van grachten hebben wij tenminste brede wegen waar je gewoon over kunt lopen) voor dat het grootste deel van mijn leven buitenshuis zich afspeelt in een ander stadsdeel. Mijn meeste vrienden krijg je alleen naar de overkant voor de IJ-hallen of een of andere hippe horecagelegenheid pal naast de pont – en geef ze eens ongelijk.

Een enkele keer stelt iemand dus voor om naar een van die hippe plekken te gaan om het voor mij wat makkelijker te maken. Dat vind ik altijd zo aardig dat ik maar niet zeg dat die leuke tenten bij het NSDM-werf vanaf mijn huis minstens net zo ver fietsen zijn als een café in het centrum. Maar binnenkort wordt het vast drukker in mijn buurt. Amsterdam barst namelijk uit zijn voegen dankzij de vele importamsterdammers zoals ik en het feit dat mensen kennelijk nog steeds niet zijn gestopt met baren. Omdat de bizar hoge huizenprijzen rond de grachtengordel zelfs voor yuppen niet leuk meer zijn, zoeken steeds meer huiszoekers en ondernemers hun heil aan de verkeerde kant van het IJ. Het is dus wachten op de eerste Starbucks op het Buikslotermeerplein.

De Kinkerbuurt was vroeger immers ook een plek waar je niet wilde komen, benadrukt mijn vriend altijd als ik wil huilen van jaloezie omdat hij daar is opgegroeid.

Nog even en iedereen is jaloers dat ik in Noord woonde voordat het cool was. Als jullie willen, zal ik tegen die tijd een toeristische rondleiding geven.

 

Nooit meer een blogpost missen? Volg Vijf Koffie Graag op Facebook!

 

25 Comments

Filed under leven

kom later maar terug, herfst

Ja, hartstikke leuk en aardig dat het weer herfst wordt. De herfst is mijn favoriete seizoen – najaar laat de lucht lekker ruiken en alles er belachelijk mooi uitzien. Dat het koud is, neem ik te koop toe. In de zomer is het ook zo vaak koud. Dat het steeds vroeger donker wordt, vind ik ook prima. Ik hou wel van die afwisseling. Als de dagen langer worden ben ik blij, als de dagen korter worden ook.

Maar dit keer is er iets mis.

Vorige week zat ik met mijn lelijke fuck it het is koud-trui in college. Deze trui mag ik normaal gesproken alleen aan als het buiten zo ijs- en ijskoud is dat ik al mijn principes rondom kleding mag verloochenen. Nu had ik vorige week sowieso een fuck it-week, maar wat nog erger was dan dat ik er als een malloot bijzat terwijl het technisch gezien nog steeds zomer was, was dat ik het nog steeds koud had. Met mijn lelijke dikke trui. In de zomer dus.

Bovendien: die leuke vallende blaadjes zijn leuk, voor nu. En jezelf inpakken met warme sjaals en zachte mutsen is ook alleraardigst, net zoals kaarsjes branden en warme chocomelk. Omdat het weer kan. Omdat het weer even ‘nieuw’ is. Maar zo in november is de lol er echt wel af, hoor. En dan moeten we nog een tijdje. Dan is de herfst op de helft, maar dan krijg je de winter nog. Winter is eigenlijk gewoon herfst, maar dan nog kouder, nog kaler, nog donkerder. En zonder het “oooh kijk de wisseling van seizoenen”-gevoel. Winter is eentonige nietsheid. Bovendien, als ik mezelf nu al verlies in chocoladekruidnoten en beenwarmers, hebben al die dingen tegen die tijd geen effect meer. Dan moet ik me in januari van top tot teen gaan hullen in thermo-ondergoed.

Dat wil ik eigenlijk nu al wel.

 

 

 

Deze post ging 25 september 2013 online, maar verdween toen mijn blog crashte. Op 10 oktober 2014 heb ik hem ergens in de krochten van het web gevonden en opnieuw online gezet.

Leave a Comment

Filed under de ongemakken des levens

vier blije dagen, een bachelordiploma en jan cremer

Afgelopen zondag ben ik maar eens begonnen aan de 100 happy days-challenge. Voor de niet-internetverslaafden onder ons: dat is een uitdaging waarbij je honderd dagen achter elkaar een foto online moet gooien van iets waar je blij van wordt. Eigenlijk voel ik me altijd te goed om mee te doen aan dit soort positivo-ongein, maar tegelijkertijd vind ik het een mooi excuus om mezelf te dwingen om meer foto’s te maken. Ik leg maar weinig coole dingen vast om omdat ik me altijd een beetje belachelijk voel als ik fotografeer in het openbaar, maar met deze challenge in mijn achterhoofd moet ik wel. Bovendien las ik op de officiële website van de challenge dat deelnemers aangaven daadwerkelijk gelukkiger te worden door het maken van blije instagramfoto’s. Een beetje gelukkiger worden is nooit verkeerd, dus besloot ik me aan te melden.

De eerste dag postte ik een foto van een aap, de tweede dag van mijn nieuwe schoenen, de derde dag van mijn niet-zo-nieuwe hardloopschoenen en de vierde dag… had ik een diploma-uitreiking. Hierbij mocht ik, samen met twee vriendinnen en een aantal andere studenten, het bachelordiploma Nederlandse taal & cultuur in ontvangst nemen. Hartstikke leuk en aardig, met allemaal trotse ouders, scriptiebegeleiders die een leuk praatje hielden en een borrel na afloop.
Daar zei Eva, die altijd veel beter is geweest in het vastleggen van haar leven dan ik, dat we dadelijk met z’n drieën op de foto moesten. Mij leek het ook wel een goed idee om dit heugelijke momentje op foto op te slaan. Niet alleen omdat het sowieso leuk is, maar vooral omdat ik dan iets had om op Instagram te zetten! Een foto van een groep vriendinnen is toch leuker dan een foto van een vrij matige cijferlijst.

Nou, die foto werd gemaakt, met zeker vier verschillende camera’s. Nadat mijn vriend en ik nog even waren blijven hangen, zijn we uit eten gegaan bij Kantjil & de Tijger. Daar zat ik, als vers afgestudeerde neerlandicus, naast Jan Cremer, wat wel echt ziekelijk toevallig was, hoewel ik dit pas doorhad toen mijn vriend me erop wees. Toen was Jan inmiddels weer gevlogen. Geen grap. Ik had gewoon niet gekeken naar wie er naast me zat. Ik ben beleefd!
“Ik zei toch: kijk eens wie er naast je zit”, zei mijn
vriend. Persoonlijk kon ik me niets van die opmerking herinneren, maar goed.

Eenmaal thuis vroeg ik mijn vriend de minst mislukte foto naar me te whatsappen, zodat ik die op Instagram kon zetten. Niet dat ik daar nog zin in had, het was inmiddels al laat, maar op de site van 100 happy days staat immers: “71% van de mensen die deze uitdaging aangingen, maar hem niet haalden, gaven ‘gebrek aan tijd’ op als voornaamste reden. Deze mensen hadden stomweg niet de tijd om gelukkig te zijn. Jij wel?” En verdomme, zo iemand wilde ik dus niet zijn! Dus ging ik maar ongezellig met mijn telefoon zitten pielen. Het duurde even, want de eerste keer dat ik hem op Instagram wilde plaatsen, liep de app vast. De tweede keer ook. De derde keer weer en de vierde keer… ook!

Toen besloot ik het maar voor gezien te houden. Dit kan niet de bedoeling zijn van de challenge, toch? Gelukkig kon ik de foto vandaag wel uploaden. Maar ondanks alles heb ik toch een beetje het gevoel alsof ik nu al gefaald heb.


De minst erge foto in kwestie

21 Comments

Filed under internet, studie/werk

belofteschoenen

schoenen pumps hakken

Leuke pumps zijn dit, hè? Die zijn van mij. Waren van mij. Ik heb ze vorige week weggedaan, allebei tegelijk. Nu heb voor het eerst in tien jaar exact nul paar achterlijk hoge hakken in mijn kast staan.

Niet dat ik ze veel droeg, die pumps, ik hád ze alleen maar. Ze stonden al geruime tijd op een plank te wachten tot er een situatie zou komen waarin ik ze zou dragen. In praktijk was dat alleen tijdens Kerstmis, want dan loop ik toch alleen maar van de bank naar de tafel en weer terug. Bij andere gelegenheden zijn ze levensgevaarlijk.

Want ik kan er dus voor geen meter op lopen, al wilde ik dit zelf nooit toegeven. Ik heb ze in de winkel aangetrokken, ben gaan staan, heb een paar extreem geconcentreerde maar nog steeds wankelende passen gezet en geroepen: “Eigenlijk kan ik er nog best op lopen!” Vervolgens verzekerde ik de getuigen van mijn aankoop dat ik thuis gewoon nog wat ging oefenen en dat alles dan goed ging komen.

En zeg nou eerlijk, als je ze zo ziet staan, dan zijn ze toch ook niet extreem hoog? Ik heb meisjes met hogere hakken over de Dam zien lopen, zonder dat ze op hoefden te kijken van hun telefoon. Als zij dag in dag uit op dit soort schoenen kunnen lopen zonder hun enkelbanden te scheuren, dan moest het mij toch ook wel één avondje per drie maanden lukken? Als zij erop winkelen en dansen en rennen, waarom kan ik er dan niet mee zitten?

Eigenlijk was ik al jaren bewust van het feit dat mijn enkels gewoon niet voor dit soort schoenen zijn gebouwd, en toch bleef ik telkens nieuwe hakken (“Ik kan hier best op lopen”) kopen die mijn oude (“Deze zijn gewoon van slechte kwaliteit”) moesten vervangen. In mijn vorige blog schreef ik dat ik superkritisch ben als ik iets koop, maar dat ben ik niet altijd geweest, en bovendien maken schoenen zwak, en een paar pumps al helemaal. Pumps zijn echte belofteschoenen – je wéét dat je er NU niets mee kunt, maar je wilt ze bewaren voor het moment waarop je eindelijk bent wie je eigenlijk hoort te zijn. Wanneer je een fantastische baan hebt, niet meer zo ontiegelijk awkward bent en je liefdesleven op rolletjes loopt, dan loop jij op pumps. Dat kun je.

Het klinkt misschien mooi, pumps die je vanuit je kast een beter leven beloven, maar in praktijk valt dat tegen. Want ze zeggen vooral dat het je NU nog niet is gelukt. En hoe langer het duurt, hoe minder je gelooft dat de dag zal komen waarop je ze ooit zult dragen. Bovendien nemen ze ruimte in, ruimte die je zou kunnen vullen met schoenen die je wél aantrekt. En dat weegt misschien zwaarder dan dat de belofte licht maakt.

Dus ik heb ze weggedaan. Voor de ruimte die ik hierbij maakte, heb ik direct schoenen gekocht die goed lopen en die ik overal bij kan dragen (had ik echt nodig! Vraag maar aan mijn fysiotherapeut!). Komt mijn droom om een beetje PJ Harvey te zijn na acht jaar eindelijk uit.

lakschoenen laklaarsjes

17 Comments

Filed under kleding en zo

gastblog: over discipline en beloning

Deze gastblog is – wederom – geschreven door Ellen. De vorige lees je hier.

Het gaat over discipline en beloning. Klinkt als oorlog en vrede en dat is het ook wel een beetje. De stelling is: discipline wordt niet altijd beloond, terwijl dat wel zou moeten. Want anders krijg je interne oorlog.

De oplettende lezer heeft hier al wat van mijn frustratie opgevangen. Ik beschouw mezelf als uitermate gedisciplineerd. Als je wat wil bereiken, dan moet je er wat voor doen. De meeste mensen zullen dit beamen en beginnen vol goede moed aan hun 80e taalcursus, hun 35e dieet en nemen voor de zoveelste keer een abonnement op de sportschool. De eerste maand gaat alles nog goed, maar dan slaat het toe: Het Grote Verzaken, ofwel: Geen Discipline. Beginnen is simpel, maar volhouden, tja, dat is een ander verhaal. Maar niet voor mij: miss discipline herself.

Toen bij mij 17 jaar geleden de ziekte van Parkinson werd vastgesteld, werd mij gezegd: het enige wat je kan doen is zo veel mogelijk bewegen. Dus ging ik fietsen naar mijn werk, pakte het hardlopen weer op en ging ik op streetdance. Tussen die lenige meisjes van 15 was ik steevast een oude stramme vrouw, maar desondanks had ik er veel lol in. Er was er een die altijd pal voor mijn neus ging staan, dat was wel irritant, af en toe moest ik echt mijn ruimte bevechten. Natuurlijk waren zij beter maar op 1 punt konden ze het niet winnen: doorzettingsvermogen. Altijd moe of onderweg, altijd klagen en zeuren, niet allemaal natuurlijk, maar veel wel. En af en toe was het wel gênant, als je met zijn 2-en iets moest doen en niemand met mij wilde dansen.

Toen het streetdancen echt niet meer ging, ging ik tennissen en zwemmen. En nu wordt het tijd om to the point te komen, want het ging over discipline en beloning. Bijvoorbeeld bij het hardlopen: ik heb jaren lang twee keer in de week hard gelopen. En eigenlijk kwam ik er geen stap verder mee. Iedereen loopt harder dan ik. Ik ben getrouwd met een man die drie maanden voor de marathon van Rotterdam zijn loopschoenen weer tevoorschijn haalt, even hard traint en fluitend die marathon loopt. Zelfs mijn a-sportieve zus, met wie ik op een loopclubje ging (ik met 100 jaar ervaring – zij haalde de hoek van de straat nog niet) liep uiteindelijk beter dan ik. En dan roept iedereen: ja maar zij zijn niet ziek! Nee dat klopt, maar toch voelt het als onrecht: ik gun het iedereen van harte, maar mezelf ook. Na al die inspanning en volharding moet toch een beloning volgen, of zie ik dat verkeerd?

 

 

Deze post ging 22 september 2013 online, maar verdween toen mijn blog crashte. Op 10 oktober 2014 heb ik hem ergens in de krochten van het web gevonden en opnieuw online gezet.

En als dat nou het enige voorbeeld was maar nee. Ik volg een dieet (met veel pijn en moeite) en 3 dagen lang kom ik aan in plaats van dat ik afval. Hallo, dat klopt toch niet, dat is toch niet eerlijk (het calimero-syndroom speelt hier op)? Ik heb er veel moeite mee dat inzet en discipline niet worden beloond en ik zoek medestanders. Dan kunnen we een klaag- en zeurclubje oprichten. Alleen weet ik niet of ik dat wel ga volhouden…

Leave a Comment

Filed under gastblog