Tag Archives: mijn slechte eigenschappen

ik ben ook maar een mens

Heus, ik hoor ze wel hoor, al die stemmen die roepen: “Lisa, Lisa, waarom blog je niet meer, je had net een comeback gemaakt en nu is het alweer twee weken stil”, ik hoorde ze al lang, luid en duidelijk.
Maar ik had even geen tijd om erop te reageren. Wist ook niet zo goed hoe ik erop moest reageren, eigenlijk.

Ik zit in een interessante periode van mijn leven. Ik ben bijna afgestudeerd (for realz nu, hierna ga ik écht niet meer aan een nieuwe studie beginnen), wat betekent dat a) ik heel veel deadlines heb en b) het Grote Solliciteren zo langzaamaan eens een beetje is begonnen.

Want ja, afgestudeerd zijn is leuk, maar niet als je werkloos bent.

(En nee, er is nog geen mecenas opgestaan die ervoor zorgt dat ik fulltime kan gaan bloggen zonder dat ik mijn ziel hoef te verkopen en gesponsorde verhalen moet plaatsen over autobanden, dakramen, McDonalds e.d.)

Inmiddels ben ik dus begonnen met solliciteren, maar ik vind het allemaal niet makkelijk hoor, dat hele gedoe van weten waar je nu echt op je plek zit en de mensen die al op die plek zitten ervan overtuigen dat jij erbij hoort. Nu heb ik er over het algemeen wel vertrouwen in dat dat gedeelte van het werk zoeken goedkomt hoor, dat is mijn grootste probleem niet.

Nee, waar ik momenteel meer over inzit is een bepaalde complicerende factor en die factor heet ‘mijn blog’ (ja, die site waar je nu op zit dus). Slimme potentiële werkgevers (spw’s) lezen namelijk mee voordat ze besluiten om me aan te nemen, anders zijn ze niet slim. Dat is aan de ene kant goed, want ik ben trots op mijn blog en hij laat ook wel zien dat ik veel van taal hou, wat voor mijn sollicitaties vrij belangrijk is. Bij mijn vorige stage was mijn blog in ieder geval een groot pluspunt. Maar: ik weet niet of alle organisaties het hiermee eens zijn.

Als je niet of nauwelijks te vinden bent op internet, kun je je eigenlijk heel makkelijk wat idealer voordoen dan dat je bent. Als je nogal aanwezig bent op internet, kan dat niet (tenzij je al die tijd hebt gedaan alsof je perfect bent). Spw’s kunnen met één klik al mijn slechte eigenschappen zien. Ze kunnen denken dat ik een opgever ben omdat ik geen spijkerbroek heb kunnen vinden. Ze kunnen denken dat ik een slappeling ben omdat ik één keertje (oké, iets vaker) (maar echt niet echt vaak) heb geschreven dat ik ziek was. Ze kunnen me stom vinden omdat ze mijn muzieksmaak niet waarderen of omdat ze mijn grapjes niet snappen of omdat ik zo vaak blogposts illustreer met foto’s van mijn eigen hoofd.

Door al deze onzekerheden vind ik het tegenwoordig moeilijk om te bloggen, want ja, ik zou zomaar eens iets kunnen schrijven dat ervoor zorgt dat de spw’s denken dat ik een totale sukkel ben. Maar als ik niets schrijf, lijkt het ook weer alsof ik geen discipline heb en mijn bloedeigen blog niet eens kan bijhouden, en als ik alleen maar schrijf over hoe geweldig ik wel niet ben, wordt mijn blog ook zo saai – en een beetje ongeloofwaardig. Een fantast/narcist is bovendien ook niet bepaald de ideale werknemer. Met andere woorden: ik zit gevangen in een spagaat van angst en vrees.

En nee, ik ga mijn blog ook niet anoniem maken zodat ik weer kan doen alsof ik een soort perfecte werkrobot ben, daarvoor is deze site veel te veel verweven met mezelf, zelfs al schrijf soms twee weken even niet.

Bovendien zou het ook best wel eens zo kunnen zijn dat spw’s mijn blog gewoon wél leuk vinden.

En misschien denken alle spw’s nu wel: jeetje, wat een aansteller is die meid met dat gejank over d’r blogje. Dat zou pas echt zuur zijn.

Dus bij dezen, nu weten jullie allemaal waarom het hier momenteel even niet zo’n dolle boel is. Mochten jullie ideeën hebben voor blogonderwerpen die impliceren dat ik de Gedroomde Kandidaat voor zo’n beetje iedere functie ooit ben, laat het weten (of lijkt het nu weer alsof ik heel lui/niet creatief ben???). En spw’s, mochten jullie deze blog lezen: oordeel a.u.b. niet te hard naar aanleiding van alle rare dingen die ik hier schrijf. Ik ben immers ook maar een mens.

Al zal ik beloven dat ik jullie hier tijdens kantooruren niets van laat merken, oké?

8 Comments

Filed under metablog

mijn hoofd, de eerstejaarsstudenten en het hondje

Ik heb last van concentratieproblemen. Altijd al gehad, geloof ik. Op de basisschool wist ik tijdens het gezamenlijk lezen nooit waar we waren, omdat ik in mijn gedachten mijn Rollercoaster Tycoon-imperium aan het uitbreiden was of me zorgen maakte over de verspreiding van mond-en-klauwzeer bij varkens. Toen ik, eenmaal op de middelbare school, aan mijn broertje vroeg hoe hij in vredesnaam nog voldoendes kon halen voor geschiedenis terwijl hij nooit leerde, zei hij dat hij gewoon goed oplette in de les en zo genoeg meekreeg. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing: waren er serieus mensen die konden opletten bij geschiedenis? En waren deze mensen ook nog eens familie van mij?

(Je mag het best ironisch vinden dat ik nu voor de klas sta, hoor. Ik vind het zelf vooral handig: als ik een modelleerling was geweest, zou ik niet zo vaak positief verrast worden door de oplettendheid van leerlingen.)

Ook nu ik supervolwassen ben, zijn mijn gedachten nog altijd overdreven actief. Als ieder hoofd een feestje was, was die van mij er eentje met alleen maar eerstejaarsstudenten die pas sinds een paar maanden legaal mogen drinken en dus alles onderkotsen. (Ziet u het voor u?) Het is nogal chaotisch en vaak vermoeiend, maar in ieder geval niet saai – er is altijd wel iemand om mee te praten, bestaand of niet-bestaand (ik prefereer het laatste, want door die fictieve babbeltjes met bestaande mensen raak ik later wel eens in de war: hebben we dit gesprek nou echt gehad, of heb ik het gewoon verzonnen?).

Natuurlijk ben ik niet de enige ter wereld met deze problemen en hoef ik niet helemaal zelf te verzinnen hoe ik mijn hoofd een beetje rustig moet krijgen. Ik heb dan ook alles uit de handboeken geprobeerd om die bezopen studenten weg te krijgen. Meditatie hielp een tijdje, maar hoe vaker ik het deed, hoe minder effectief het leek. Yoga werkte ook even, en goed ook – ik vond die poses in het begin zo ingewikkeld dat ik niets anders kon dan me volledig concentreren op wat mijn yogaleraar van me verlangde. Na iedere les voelde ik me bijna zweven, zo licht was ik door de afwezigheid van partyruis. Een paar maanden later begon ik dat hele downward facing dog-gebeuren wel een beetje onder de knie te krijgen, waardoor er weer ruimte ontstond voor gedachten. Dat kleine kiertje veranderde al snel in een groot gapend gat waardoor alle weggestuurde studenten lachend terug naar binnen klommen.

Iemand vertelde me dat ik mijn aandacht moet zien als een  jong hondje dat overal op af wil rennen, maar dat moet leren om netjes bij mijn voeten te komen liggen. Ik moest meteen denken aan het hondje van een vriendin van me, dat, toen ik gehurkt zat om haar te aaien (het hondje, niet de vriendin), op mijn schoot kwam zitten. Het was een oncomfortabel maar wonderschoon moment, aangezien honden normaliter een natuurlijke afkeer van me hebben (net als baby’s) (nu was dat hondje zo klein dat hij meer op een konijn leek, maar toch.) Ik wilde het, toen het onderwerp ‘honden’ werd aangesneden, direct liever hebben over wat voor overwinning het was dat ik gewoon geconnect heb met een hond, maar goed, dat is een beetje ongepast als iemand je probeert te helpen met je concentratieproblemen, dus vertelde ik dit hem maar alleen in mijn gedachten.

Op een dag gaat het me lukken, op een dag ben ik de studenten en het hondje de baas en zal er wat rust in de tent komen (doet dit jullie ook zo denken aan Villa Volta???). Echt, heus, sowieso. Maar het gaat nog wel even duren, ben ik bang. Tot die tijd blijft het lekker druk, lekker vermoeiend, maar in ieder geval niet eenzaam, want ik kan er altijd met iemand over praten – al is het maar in mijn hoofd.

11 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement

de verstopkampioen

Over het algemeen zie ik mezelf als een redelijk intelligent persoon, maar dat betekent niet dat ik geen gebreken heb. Zo dreig ik nog wel eens iets te vergeten waarvan ik van tevoren stellig wist: Lisa, dit kán niet uit je geheugen gewist worden. En dat is dan niet zoiets triviaals als een leuke anekdote die ik aan een vriendin wilde vertellen of de complete tekst van dit fantastische nummer, maar nee, Belangrijke Dingen, zoals een onderwerp voor een blogpost of waar ik mijn harde schijf precies verstopt heb.

Dat laatste behoeft wellicht wat uitleg.
Net als ieder weldenkend mens met veel herinneringen in de vorm van foto’s en verhaaltjes, stal ik deze onmisbare documenten het liefst op meer dan één plaats. Laptops zijn immers tijdbommen die je ieder moment kunnen laten stikken. Een harde schijf is daarom meer dan noodzakelijk.

Alleen behalve weldenkend en redelijk intelligent ben ik misschien ook nog eens eh, een beetje paranoïde. Als ik langer dan één nacht van huis ben, weet ik altijd zeker dat én mijn laptop én mijn harde schijf gejat wordt. Aangezien de marktwaarde van mijn harde schijf vandaag de dag hoger moet liggen dan die van mijn (bejaarde) computertje, is dit geen geheel onrealistische gedachte.

Vorig jaar besloot ik mijn harde schijf dan ook te verstoppen toen ik op vakantie ging. Dat was allemaal leuk een aardig, totdat ik hem een paar maanden na mijn thuiskomst weer nodig had. Toen was-ie namelijk onvindbaar.

Ik wist alleen nog dat ik hem héél goed had verstopt, op een plek waar niemand hem ooit zou kunnen vinden.

Maar waar dit was – ergens in mijn eigen kamer in Amsterdam, op een plek waar ik zelf niet bij kon? Bij mijn ouders in Rotterdam? Hoog? Laag? Bedolven onder kleding? – wist ik echt niet meer. Dus keek ik maar op alle plekken, en vond hem nergens.

Toen ik bijna weer op vakantie ging, besloot ik maar een nieuwe te kopen. Rib uit mijn lijf, maar ja, wat moest ik anders? Ik had overal immers al gezocht. Dus ik weer naar de Mediamarkt, precies dezelfde kopen, de dag voordat ik wegga alles erop kopiëren (en dat duurde lang! Lang!), en dat ding vervolgens weer verstoppen, samen met wat andere spullen die eigenlijk niet zo superveel waard zijn maar die ik ook niet gestolen wil hebben. Ik heb lang nagedacht over de juiste verstopplekken – iedere plaats op ooghoogte leek te voor de hand liggend, ik wilde hem niet op de grond leggen in verband met eventuele muizen (geen idee wat muizen met een harde schijf moeten, maar je weet maar nooit). Uiteindelijk wist ik overal een – apart – plekje voor te vinden.

Na mijn vakantie vond ik bijna al mijn spullen weer terug, maar raad eens wie er nu alweer een nieuwe harde schijf nodig heeft?

koos konijn verstoppen

Koos verstopt liever zichzelf. (Sorry voor de oncharmante sok btw)

20 Comments

Filed under de ongemakken des levens

ik wil ook iemand uit een papierversnipperaar kunnen redden

Sterk worden voor apocalyps

Dit seizoen van Flikken Maastricht heeft veel indruk op me gemaakt. Voornamelijk omdat het zo ontiegelijk spannend was – ik heb week na week met een bonkend hart voor de televisie gezeten. En die laatste aflevering? Ik wil nu nog steeds keihard janken, zelfs al weet ik dat Angela Schijf gewoon nog een contract voor twee seizoenen heeft en dat haar personage dus onmogelijk het loodje kan hebben gelegd.

Anyway, behalve het feit dat de serie veel impact heeft gehad op mijn emotionele gesteldheid, heeft het me ook aan het denken gezet. Hoofdzakelijk over het feit dat ik, als ik in de schoenen van de personages van Flikken Maastricht had gestaan, al 507 keer dood was geweest. Ik ben gewoon veel te slap om moorden op te lossen – want ja, bij moorden oplossen komt veel geweld kijken. Die dingen die die Eva allemaal moest doen joh, het was mij niet gelukt. Iemand die mij fysiek bedreigt met z’n kop tegen het dashboard van mijn auto rammen? Nope, gaat niet lukken. Een zwaargewonde Officier van Justitie in een auto krijgen tillen terwijl ik door een sniper word beschoten? Nope. Mijn compagnon, die bijna in de papierversnipperaar valt (voor wie geen idee heeft wat je hierbij voor moet stellen: hij hing in een soort een put), eruit trekken? Nope, nope, nope. Ik kan niet eens mijn vriend uit een stoel overeind hijsen. En mijn vriend is ongeveer half zo zwaar als Victor Reinier.

Ik kan me niet eens één keer opdrukken. Nee, echt niet, niet eens bijna. Je moet dus absoluut niet op mij rekenen als we worden aangevallen door zombies en je op mij moet steunen omdat je al zwaargewond bent, want dan val ik gewoon om.

En dat is kwalijk, heel kwalijk. Daarom wordt het maar eens tijd om hier verandering in te brengen. Ooit, in een duister ver verleden toen ik met soortgelijke frustraties over mijn slapheid kampte, heb ik al gewichten gekocht. Ik heb er niet veel mee gedaan, omdat trainen met gewichten ongeveer het doodsaaiste is van alle doodsaaie dingen die er bestaan, nog doodsaaier dan squats (die doe ik dan ook niet). Nu wordt het misschien toch tijd om hier overheen te komen en dagelijks te trainen. Eventjes, tien minuten of zo. Nu ik dit typ, heb ik er al een hard hoofd in: het lukt me niet eens om dagelijks tien minuten yoga te doen, of te mediteren (en dat terwijl de kans dat ik moet zorgen dat ik van die stress afkom groter is dan de kans dat ik ooit iemand uit de papierversnipperaar moet redden, namelijk 100% tegen 20%).

Gelukkig maar dat we tot eind 2015 moeten wachten voor een nieuw seizoen Flikken Maastricht. Word ik ook niet zo met mijn neus op mijn eigen slapheid gedrukt.

18 Comments

Filed under de ongemakken des levens, film en teevee

vijf slechte gewoontes die zo erg nog niet zijn

1. Nagelbijten. Nagelbijten is iets waarmee de nagelbijter altijd ‘moet’ stoppen, maar ik heb nooit zo begrepen waarom. Omdat het lelijk is? Onhygiënisch? Mijn nagels zien er best oké uit en volgens mij is het gewoon hartstikke goed voor je weerstand. Vorig jaar ben ik er voor het eerst in mijn leven even mee gestopt, gewoon, omdat het kon, en omdat ik dacht dat het misschien zin had. Dat bleek dus niet zo te zijn. Na een maand ben ik maar weer begonnen. Ik kon geen redenen verzinnen om het niet te doen.

2. Het uitstellen van opruimen/afwassen/etc. Aan het einde van de dag zit je wel met een enorme berg troep, maar als je er dan in één keer doorheen gaat, ben je uiteindelijk minder tijd kwijt dan wanneer je zeven keer opnieuw je prullenbak open moet doen/moet wachten tot het water warm is/überhaupt uit je stoel moet opstaan. Als je er gewoon in één keer doorheen raast, duurt het wel even lang, maar uiteindelijk bespaar je tijd.

3. Overal aan twijfelen. Oké, soms is het vervelend. Het kost tijd en uiteindelijk zijn wij twijfelaars nooit tevreden met hun uiteindelijke keuze. Maar: je hebt alle opties wel uitgebreid onderzocht. Je zult nooit zomaar iets doen en neemt niets voor waar aan. Dat is nog eens een goede eigenschap.

4. Verdwalen in de donkere krochten van het internet. Dit kan ook vervelend zijn. Maar, als ik niet zoveel tijd op internet had doorgebracht, dan had ik ook een heleboel supervette muziek nooit gekend en een heleboel supertoffe mensen nooit ontmoet. En dan had ik ook nooit geweten dat één van mijn top vijf wensen (een reprise van Notre-Dame de Paris bijwonen, ja sorry) zou kunnen uitkomen. Laat staan het beste gifje ooit gevonden.

5. Te lang douchen. Hiermee bedoel ik overigens niet: een half uur per dag onder de douche staan. Dat is oprecht een hele slechte gewoonte. DENK AAN HET MILIEU. Ik heb het nu over de ene minuut teveel, die ene minuut die eigenlijk niet meer nodig is, maar die je dan toch pakt omdat je er niet uit kunt wilt komen, die ene minuut die je achteraf gezien óók had kunnen gebruiken om je bed op te maken voor je de deur uitging. Maar van die ene minuut extra laadt een mens zich weer op. Als je met die ene extra minuut douchen het leven weer beter aankunt, kan het nooit een verspilde minuut zijn.

Leave a Comment

Filed under tijdmanagement