Monthly Archives: August 2011

back2school

Volgende week start het nieuwe collegejaar. Dan mogen we onze laatste restjes ijdele hoop op een zalige zomer eindelijk overboord gooien en kunnen we ons overgeven aan de herfst.
Dan is het weer tijd om te bloggen over paddenstoelen en vallende bladeren, dacht ik en alleen het idee gaf me al voldoening. Toen moest ik denken aan Lucebert. Lucebert droeg zestig jaar geleden op een podiumavond een gedicht voor met de titel ‘Herfst’. Dit deed hij door een glas water over zijn hoofd leeg te gooien. Dat was tot dusver het enige wat nog níet gezegd was over mijn favoriete seizoen.

Vandaag startte de Intreeweek, een week om nieuwe studenten van de Universiteit van Amsterdam de stad en elkaar te laten leren kennen. Zelf heb ik er twee keer aan meegedaan: de eerste keer toen ik psychologie ging studeren en een jaar later weer, toen ik met Nederlands begon. Destijds probeerde ik het een beetje geheim te houden dat ik het al voor de tweede keer deed, want ik vond het, nouja, nogal lame staan. Maar thuisblijven was geen optie – ik had zo’n zin om te beginnen.
Verschillende vrienden die ik dat weekend heb leren kennen begeleiden nu de nieuwe intreegroepjes. Ik ben vandaag gaan kijken, heel eventjes, omdat ik wilde zien hoe het was, en omdat ik gewoon zin had om weer op het PCH te zijn.

Toen ik daar stond vroeg ik me af of deze nieuwe studenten dit jaar ook over de herfst zouden schrijven en dit volgend jaar niet meer zouden durven omdat ze wisten niets toe te voegen. En of zij zich dan ook af zouden vragen hoe het de studenten uit bouwjaar 1994 zal vergaan.

Leave a Comment

Filed under studie/werk

het leed dat lowlands heet

Twee jaar geleden ging ik voor het eerst naar Lowlands. Achteraf maakte ik mezelf wijs dat dit een traumatiserende ervaring was. Deze uitspraak leverde verongelijkte blikken van mijn vrienden op – was het dan echt zo rot? Ja, zei ik dan, ja ik ben zelfs een dag eerder weggegaan, weet je nog?

Nu is dat laatste echt gebeurd, maar dat had meer te maken met het feit dat ik de dag daarna in alle vroegte naar de Intreeweek moest – en ik was al zo kapot. Dat was ik al toen Lowlands 2009 nog niet eens op de helft was. Ik ben nu eenmaal niet zo’n bikkel.

Vorig jaar ben ik dan ook niet gegaan, maar dit jaar heb ik onder sociale druk toch maar weer een kaartje gekocht. Wellicht had ik me de rottigheid van Lowlands gewoon ingebeeld. Waarom? Dat is me op dit ogenblik een raadsel. Want het was zo leuk, het was zo goed.

Lowlands is niet alleen muziek waar je oordopjes voor in moet moet maar ook theater, film, lezingen. (Die ik allemaal niet bijgewoond heb omdat er te veel leuke concerten waren.) En heel veel spelletjes. Lowlands is duur eten en modderpoelen van pis maar ook bomenfissa’s en nachtelijke danspartijen in de campingwinkel. Het is ontzettend commercieel maar dat maakt niet uit. En iedereen is zo lief – je wordt continu aangesproken door vreemden en het is geen één keer vervelend. Toen ik naar huis liep, had ik het gevoel dat ik niet meer in de echte wereld was.

Maar een bikkel ben ik nog steeds niet. Na vier dagen als eerste naar bed gaan ben ik achterlijk verkouden. Ach ja… volgend jaar beter.

2 Comments

Filed under muziek, op stap

over niet vooruit denken gesproken

Mijn ouders hebben een nieuwe tent gekocht. En niet zomaar eentje, nee, een echte Quachua: dat is zo’n tent die je uit de verpakking haalt en die dan meteen stáát. Geen gedoe me tentstokken e.d., je hoeft hem alleen even vast te zetten met haringen. En stevig dat-ie is! Handig voor op Lowlands, als je na het reizen met een tent op je rug te moe bent om dat ding in elkaar te zetten. Check zelf maar:

Ha. Wat dacht jij. Deze video is een pure leugen. Het uitvouwen is inderdaad te doen. Maar als je hem weer wilt opbergen! Dat gedeelte ziet ook zo makkelijk en logisch uit en dan wordt het nog eens gedemonstreerd door een klein, fragiel, meisje. Euh, nee. Zodra je dat plastic eenmaal in je handen hebt is alle logica zoek.

Stap één, het plat maken, dat gaat nog wel, als je hele lange armen hebt tenminste. Het naar binnen vouwen is onmogelijk zonder in een binnenstebuitenonderstebovencrisis te raken. Het rondje in een achtje naar beneden drukken is dan weer niet ingewikkeld – wel erg zwaar. Met al mijn gewicht erop schiet de hele tent alsnog bijna weg. En als het eindelijk is gelukt, is-ie nog steeds niet plat en past hij ook niet in je tas. Handig voor op Lowlands, als je maandag na al dat gefeest geen arm meer omhoog kunt tillen…

5 Comments

Filed under de ongemakken des levens, op stap

nog negentien dagen

En de hamvraag is: wat doe ik áán? Mijn paillettenjurk, mijn zilveren broek of mijn panterprintjurk met een glitterjasje? Moet ik ergens gouden schoenen kopen? Waarom heb ik mijn leren rok ook alweer weggegooid? En: heb ik nog tijd om te leren hoe ik make-up in heftige kleuren kan aanbrengen?

Nog maar negentien dagen totdat ik naar het enige concert van The Ark van mijn leven ga en het is een fucking big deal. Veel bigger dan enig ander concert waar ik ooit ben geweest. Het is dan ook een van hun laatste concerten ooit. We vliegen ervoor naar Hamburg.

Sinds ik kind-af ben heb ik het vaak te druk voor voorpret. Meestal kom ik er de dag van tevoren achter dat ik bijna jarig ben en voor vakanties pak ik mijn tas de avond van tevoren in, maar dit keer is het anders. Vliegtickets? Check. Kaart van Hamburg? Check. Dramatische liefdesbrief aan frontman Ola Salo? Check.

Ik heb er zoveel zin in dat ik er zenuwachtig van word – er zijn tientallen redenen waarom het concert aan mijn neus voorbij kan gaan. Wat nou als er weer een aswolk komt? Mijn teen ontsteekt? De bassist zijn hand verliest tijdens het bowlen?

Gelukkig realiseer ik me heus wel dat ik me aanstel en alles hoogstwaarschijnlijk goed komt en dat er vast niets ergers gebeurt dan dat er een enthousiaste fan op mijn voet springt.
Maar toch. Duim voor me. Ik heb er zo’n zin in.

4 Comments

Filed under muziek

toch niet helemaal into the wild

Het idee dat de mens eigenlijk een slim dier is is zowel geruststellend als frustrerend. Geruststellend omdat het de moderne samenleving relativeert. Frustrerend omdát het de moderne samenleving relativeert. Vaak vraag ik me af hoe het leven zou zijn zonder alle regels, verplichtingen en vooral conventies die de maatschappij met zich meebrengt.

Kennelijk ben ik niet de enige die het een aantrekkelijk idee vind, want  de helft van mijn Facebookvrienden heeft Into the wild in het favoriete films-lijstje staan. Voor wie de laatste vier jaar in een grot in Alaska heeft gewoond (ha ha): Into the wild is een film over een jongen die de maatschappij vaarwel zegt om in de vrije natuur te leven. En voor iedereen die de film nog niet gezien heeft: open nu een nieuw tabblad, ga naar je favoriete downloadsite (of bol.com, zo je wilt) en zorg dat je ‘m ziet. Het is het waard.

Het is zo’n mooie film, sfeervol ook, maar wat ik nog het beste vind is dat de hoofdpersoon – in tegenstelling tot wat ik had verwacht – nergens wordt verheerlijkt. Okee, het is een onverschrokken vent die onbaatzuchtig zijn spaarcenten aan Oxam Novib doneert, maar dit betekent niet dat hij alle wijsheid van de wereld in pacht heeft. Verre van.

Al in de eerste scène zien we hoe onze held een oude camper vindt om voorlopig in te bivakkeren. Nog steeds best wel hardcore, maar toch: het afgedankte fabrieksproduct maakt hem minder autonoom. Hij leest het ene na het andere boek en speelt met zijn zakmes. Wanneer hij geld nodig heeft om te reizen, werkt hij in de Burger King. De Burger King. Off al places.

Kennelijk kan zelfs de meest overtuigde maatschappijhater toch niet helemaal helemaal zonder. Het relativeert zijn nobele terugtrekking. En het frustreert.

13 Comments

Filed under film en teevee, leven