new york, dag 6-8: de drugshond en de lach des doods

In april gingen Tim en ik naar New York. Dat was zo leuk dat ik besloot om er een half jaar later nog maar eens over te bloggen. Dit is deel 3 van de 3, deel 1 lees je hier en deel 2 hier.

Dag 6: Coney Island + ongeveer heel Brooklyn

Weer: ‘s ochtends frisjes, ‘s middags wederom snikheet
Pijn in mijn benen: gaat wel weer. Komt door die geweldige crêpes van gisteren natuurlijk.

Vraagstuk van de dag: waarom is de metro in New York zo ingewikkeld? Ik heb het gevoel dat je alles op de gok moet doen. Als ik Tim niet had, zou ik waarschijnlijk nog steeds ergens op een bankje op een metrostation in Queens zitten.

Omdat Brooklyn ons de vorige dag zo goed is bevallen, besluiten we vandaag gewoon opnieuw te gaan. Dit keer niet naar vegan paradise Williamsburg, maar iets verder: Brighton Beach en Coney Island.

Wat daar te zien is, vraagt u? Veel Russen. De winkels hebben Russische namen, je hoort Russische muziek en iedereen praat Russisch. Leuk om mee te maken, scheelt weer een vlucht de andere kant op. We lopen een stukje over het strand. Dan komen we langs het pretpark Luna Park.

Hier zie ik iets dat ervoor zorgt dat mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn.
Namelijk dit hoofd:

EVEN SERIEUS, WAT IS DIT? Het doet me heel erg denken aan die Kippenvel-boeken, aan dat deel over het horrorpretpark. Ik bedoel, deze jongen heeft wel geen vampiertanden of bloedrode ogen, maar hij is toch alsnog heel creepy? Bestaan er mensen die dit zien en denken ‘oeh gezellig, ik voel me echt getriggerd om naar binnen te gaan om een leuke dag te beleven’? Eet dit hoofd kinderen? Zoveel vragen. Even later koop ik in een souvenirwinkel bijna alle merchandise met dit hoofd erop, maar ik doe het toch niet, omdat ik bang ben dat mijn sleutelhangers, mokken en T-shirts zich tegen me gaan spannen en me ‘s nachts in mijn slaap vermoorden.

Vervolgens nemen we de metro naar Bedford–Stuyvesant, waar zowel een beroemde muurschildering van Biggie Smalls zit als de straat waar Do The Right Thing is opgenomen (= de Girls van Tim). In de straat is niet zo veel te zien, maar de muurschildering is erg mooi. Tussendoor drinken we weer smerige koffie in een hipstercafé. Echt mensen. Ik heb gewoon de helft weg moeten gooien. Zo zonde.

Deze ochtend was het nog vrij fris, dus we hebben onze jassen aan. Daar krijgen we rond het middaguur spijt van, want het is echt superwarm, dus we moeten de jassen dragen, wat vrij … oncomfortabel is. Extra erg wordt het als we besluiten om naar de Brooklyn Bridge te lopen vanaf de Do The Right Thing-straat, wat anderhalf uur zou duren (“Ja is een leuke wandeling toch langs allemaal leuke huizen” – Lisa ‘ik haat mezelf’ van Campenhout) maar het is WARM en de jassen zijn ZWAAR en eigenlijk hebben we toch wel pijn in onze benen ook al dachten we eerst van niet. Toerist zijn is echt afzien.

Ondertussen hebben we ook behoorlijk veel honger van al dat gewandel. En in de buurt waar we lopen zijn dus alleen maar huizen. En een paar vleesvreetschuren. Totdat we stomtoevallig langs Olea lopen, een klein restaurant op een hoek. Hier eet ik een vegan burger en ik geloof me: dit! is! de! lekkerste! burger! die! ik! ooit! in! mijn! leven! gegeten! heb! En ik heb er veel gegeten hoor! Tim eet iets niet-vegans en ook hij krijgt bijna tranen in zijn ogen. Nu weet ik niet zeker of we helemaal objectief waren na al die ontberingen, maar ik denk dat we wel objectief waren.

Daarna gaan we toch maar met de metro verder naar de Brooklyn Bridge. Als je vanaf Brooklyn naar Manhattan loopt, heb je namelijk een geweldig uitzicht over Manhattan. Tenminste …. als je over al die andere toeristen heen weet te kijken, want het is ZO DRUK dat het niet meer leuk is.

Mensen, ik heb er niets mee


Dag 7: Staten Island-Ferry + SoHo

Weer: koud en mistig
Pijn in mijn benen: niet meer te doen. Ik krijg iedere dag weer pijn in een nieuwe spier in mijn been. En toch weer doorlopen, hè.

Ongeveer iedere blog met tips over New York zegt: als je het Vrijheidsbeeld wilt bekijken, ga dan niet met een commerciële boot erheen, maar neem gewoon gratis de Staten Island-ferry, dan zie je ‘m óók. Dat uitstapje hebben we voor de laatste dag gereserveerd. Beetje jammer dat het die ochtend mistig is, maar we denken: dat klaart wel op.

Dat valt vies tegen. Weet je hoe het Vrijheidsbeeld eruit ziet? Zo:

Tikkeltje pijnlijk. Gelukkig kun je het beter zien als je inzoomt:

De rest van de ferrytocht is ook niet zo leuk. Het duurt echt een half uur of langer, en het is gewoon heel mistig en koud. En dan moeten we ook nog terug!

Daarna gaan we naar SoHo, een wijk die bekendstaat vanwege de gietijzeren gevels en hippe winkels. Zo ook de enige winkel die ik ~op zich wel~ wil bezoeken: Glossier. Glossier is zo’n winkel waar mensen op Het Internet fan van zijn (toevallig schreef Annemerel er gisteren een blog over). Ik weet vrij weinig van Glossier behalve dat een deel van het aanbod vegan is, maar omdat ik 0 andere hippe New Yorkse winkels van naam ken (ben niet bijzonder geïnteresseerd in winkelen) moet en zal ik er iets kopen.

Naar binnen gaan bij Glossier is vrij euh … eng?!?? De deur en het raam zijn namelijk van matglas, zodat je geen idee hebt wat erachter zit:

Ik verzamel al mijn moed (Tim is ondertussen even ergens anders en zou later komen) en ga naar binnen. Daar tref ik een roze trap aan, die ik maar oploop – enigszins angstig dat ik op een soort martelzolder terecht ga komen. (Sinds dat mannetje in het pretpark ben ik erg uit mijn doen). Dat blijkt niet het geval. Het is gewoon een winkel waarbij de medewerkers extreem lelijke roze apothekersjassen dragen en je kan niets zelf kan pakken, alleen de testers, je moet iets bij de medewerkers afrekenen en dan wordt je tasje via een soort Willy Wonka-machine naar beneden getakeld (echt waar).

Ik koop een lipgloss voor m’n zusje en krijg zelf een exfoliator van Tim (#echteliefde). Daarna lopen we nog wat door Soho. Ik vind het echt een hele leuke wijk, alles is zo mooi en … New Yorks? We bezoeken een gigantisch grote boekwinkel waar we willen blijven wonen, en lopen verder nog een beetje te dwalen.

‘s Avonds eten we bij Chipotele. Dat moet ook wel, want we zijn eerder deze week bij Taco Bell geweest dus we moeten even ketens vergelijken. Nou, we hoeven echt niet na te denken: Chipotele is een miljoen keer lekkerder dan Taco Bell en de porties zijn ook groter dus zoveel duurder is het nou ook weer niet. Love Chipotele.


Dag 8: de weg naar High Line … en weer terug

Weer: zonnig en warm
Sfeer: wat nerveuzerig uit angst om het vliegtuig te missen, al gaat-ie pas om 8 uur ‘s avonds
Pijn in mijn benen: laten we zeggen dat het maar goed is dat we vandaag weggaan.

Huilie huilie huilie: vandaag gaan we weg. We vliegen pas in de avond, dus we hebben nog een halve dag om een beetje rond te lopen. Wat we maar doen. We ontbijten met een vegan pancake bij By Chloé, bezoeken de High Line (een park op dat op een oude spoorlijn gebouwd is), halen een lekker broodje bij The Cinnamon Snail en gaan dan maar eens naar het vliegveld.

Uitzicht vanaf the high line

Daar moeten we in een ontiegelijk lange rij staan om door de bagagecontrole te mogen. Ondertussen loopt een beveiliger met drugshond langs de rij. Toch altijd spannend. Ik bedoel, wat nou als er in de metro nou nét een Wall Street-zakenman een enorme klodder coke over mijn koffer heeft geniest? Of dat die vitaminepillen die ik bij me heb in Nederland gewoon oppeppende vitamine B12 zijn, maar in Amerika als XTC meetellen?

Ondertussen is er een hoop commotie op het vliegveld, of nou ja, die Amerikanen maken weer eens commotie. “Stay on the left, stay on the left, STAY ON THE LEFT! DON’T TOUCH THE DOG, DON’T FEED THE DOG, DON’T LOOK AT THE DOG. IF YOU’VE SEEN ONE DOG, YOU’VE SEEN THEM ALL,” roept de beveiliger, die duidelijk geen verstand van honden heeft.

Gelukkig worden we niet in de boeien geslagen en vanaf dan is het allemaal best wel saai. Het is alleen een jammer dat Delta voor mij geen vegan maaltijd heeft (ik zweer dat ik het gewoon online heb aangevraagd) (bij KLM ging het wel goed trouwens), waardoor ik als avondeten twee komkommersalades met een stukje droog brood eet, en als ontbijt één enkele banaan. Nou ja. Des te meer redenen om zo veel mogelijk te slapen.

(Want echt: die jet lag terug bestaat wel)

(Hoewel ik er eigenlijk na 1 dag wel weer overheen was. Maar die ene dag was heel erg.)

En toen …

 … was New York voorbij. Na 8 dagen was teruggaan ook wel goed hoor. Maar nu we een half jaar verder zijn verlang ik er weer zo naar om er te zijn. Ik ben echt jaloers op New Yorkers. Ik zou er echt wel willen wonen. Als ik het kon betalen. En als het niet zo ver weg zou zijn. Dit is mijn uitspraak, en daar zult u het mee moeten doen.

10 Comments

Filed under op stap

10 Responses to new york, dag 6-8: de drugshond en de lach des doods

  1. Zo herkenbaar om op een stedentrip iedere dag pijnlijke benen of een andere kwaal te hebben. In Rome hopte ik uiteindelijk van bankje naar bankje. Gelukkig verzekerden mijn oudere collega’s me ervan dat het in de loop der jaren niet heel veel erger wordt…

  2. Zucht, nu wil ik ook naar New York.

  3. Wow dat hoofd! Echt freaking scary. En love je ingezoomde foto van het Vrijheidsbeeld, hahahaha.

  4. En dat trakteer je ons op het eind nog even op dat enge hoofd!!
    Het heeft even geduurd, maar wel erg leuk om ook jullie laatste belevenissen in New York te lezen! 🙂

  5. Dat is exact wat ik zei na onze reis naar New York, intussen alweer bijna drie jaar geleden: ik zou er kunnen wonen. Ik krijg heimee. ♥

Leave a Reply

Your email address will not be published.