Category Archives: de ongemakken des levens

de schaamte van de wannabe

Er zijn dingen die je gewoon niet doet, omdat ze te gênant zijn. Zeggen dat je een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld. Dat is best wel gênant, op dezelfde manier waarop het gênant is om te zeggen dat je Hollywoodster en/of de nieuwe Ali B. wilt worden. De kans dat het je gaat lukken, is namelijk best wel klein. Iederéén wil een boek schrijven, bijna niemand wordt ook echt uitgegeven. En als je toegeeft literaire aspiraties te hebben maar op je sterfbed nog steeds Ongepubliceerd Auteur bent, nou, dan weet iedereen maar mooi dat je hier toch niet intelligent/interessant/indrukwekkend genoeg voor was.

Als je Nederlands hebt gestudeerd, zoals ik, dan is het¬†nog g√™nanter¬†om schrijver te willen worden. Gewoon, omdat het zo voor de hand ligt. Onlangs vertelde¬†Connie Palmen (die dezelfde studie heeft gedaan als ik, whoohoo) daar in De Wereld Draait Door¬†over: volgens haar wil 9 van de 10 studenten Nederlands schrijver worden. “Dus daar had je het niet over, het meest g√™nante dat je tegen elkaar kon¬†zeggen was dat het echt je bedoeling was om een roman te schrijven. Dus daar zweeg je over. Terecht.”
Ze schaamde zich naar eigen zeggen ‘kapot’ en verborg daarom zelfs voor¬†de studiegenoot met wie ze haar scriptie over Hegel schreef (= Matthijs van Nieuwkerk. Echt!!! Succesvolle lichting hoor) waar ze mee bezig was. En dan ineens, BAM, in alle bladen shinen met De Wetten. Gewoon, casual, je weet wel. Zoals het hoort.

Literaire instanties maken het niet minder gênant om schrijver te willen worden. Eén blik op de gemiddelde uitgeverijwebsite en je voelt je net een straathond die om voedsel bedelt. Overal staat dat de redacteuren het Heel Druk Met Alle Ongevraagde Inzendingen hebben en dat je daarom 3957 maanden moet wachten tot je hoort of ze je diepste zieleroerselen wat vinden Рals je ooit al een reactie krijgt. Ik geloof dat ze een ontmoedigingsbeleid voeren. Logisch, maar leuk is het niet.
Dat ontdekte ik ook toen ik een jaar of twee geleden een verhaal naar een literair tijdschrift stuurde.
Onder het kopje ‘inzenden’ op de website van het tijdschrift stond al zoiets van: Ja hallo iedereen stuurt ons de hele tijd maar verhalen terwijl niemand ons tijdschrift leest dus koop ons blad dan mag jij je verhaaltje insturen dan geven we je nog feedback ook maar dan moet je het wel echt kopen h√® beloofd?!?
Zelf had ik het tijdschrift inderdaad nooit gekocht – ik had het wel gelezen, maar dat was in de UB, dat kon die redactie ook niet weten.
Dus ik dat tijdschrift bestellen en vervolgens mijn verhaal insturen. Volgens mij had ik zelfs het bestelnummer in mijn e-mail gezet, gewoon, zodat ze konden zien dat ik me echt braaf aan de afspraak had gehouden.
Twee dagen later kreeg ik een e-mail terug, een standaardmailtje. Ik weet niet meer letterlijk wat erin stond, maar het was iets in de trant van: TJONGEJONGEJONGE. HET LIJKT WEL ALSOF IEDEREEN TEGENWOORDIG MAAR DENKT DAT-IE KAN SCHRIJVEN. EN DAT TERWIJL ER NOOIT NIEMAND OOIT OOK MAAR IETS NOG LEEST. JIJ OOK NIET, ONTZETTENDE IDIOOT DIE DENKT DAT-IE IETS VOORSTELT OM ONS ZOMAAR ONGEVRAAGD OP TE ZADELEN MET JE KUTVERHAAL TERWIJL WE HET AL VEEL TE DRUK HEBBEN MET HET NAKIJKEN VAN AL DIE ANDERE ONGEVRAAGDE WANSTALTIG SLECHTE PROZA VAN TRIESTE WANNABES ZOALS JIJ. HOE DURF JE?!?
Mijn verhaal werd niet gepubliceerd, en ik heb ook nooit mijn beloofde feedback ontvangen Рzelfs niet toen ik er nog eens om vroeg, en erbij zette dat ik toch écht een tijdschrift had gekocht. Misschien had ik ze er nog een keer extra aan moeten herinneren, maar ik durfde niet zo goed.

Dus ja, als ik me nog niet schaamde voor mijn stiekeme aspiraties, dan doe ik dat nu wel. Want die had ik en heb ik nog steeds Рjullie dachten toch niet dat dit een zuiver theoretische blog was? Nee, deze hele blogpost is eigenlijk gewoon een inleidinkje om te vertellen dat jullie niet boos moeten zijn als ik wekenlang niet blog, omdat er nu eenmaal een beperkt aantal uren in een dag zitten en ik ook nog gewoon moet werken. Ik ga natuurlijk niet hardop zeggen wat ik in mijn vrije tijd uitvoer, dus als er nooit iets gebeurt, moeten jullie maar denken dat ik al die tijd gewoon truien aan het bekijken was op Pinterest. En mocht ik ooit bij De Wereld Draait Door zitten, nou, dan kunnen jullie zeggen dat jullie het altijd al aan hebben zien komen.

11 Comments

Filed under de ongemakken des levens

10 dingen die je beter kunt doen dan om 5 uur ‘s ochtends je eigen deur intrappen en je onderburen de stuipen op het lijf jagen

Ok√©, ik geef het toe: na het uitgaan thuiskomen en dan ontdekken dat je je sleutels niet bij je hebt, is balen. Dat je huisgenoten vervolgens niet opendoen als je aanbelt, is √≥√≥k balen. Ik kan me¬†eigenlijk wel voorstellen dat je dan geneigd bent om je eigen deur maar gewoon in te trappen. Ik bedoel, je bent dronken en je wilt wat. Toch is dat niet zo’n goed idee, want a) het lukt je waarschijnlijk toch niet, want je bent dronken, b) als het lukt, zit je vervolgens met een kapotte deur, en c) het is vijf uur ‘s ochtends: dat is al praktisch dag! Damn, je kunt toch nog wel heel even wachten tot je huisgenoten weer aanspreekbaar zijn?

Speciaal voor jou, lief leuk persoon dat zichzelf om vijf uur ‘s ochtends heeft buitengesloten en nu zijn onderburen de stuipen op het lijf jaagt door als een gek tegen gezamenlijke voordeur te trappen, heb ik wat tips.¬†Er zijn namelijk dingen die veel leuker, slimmer en productiever zijn om te doen dan vandalisme plegen bij je eigen woning:

  1. Ga een nachtelijk wandelingetje maken. Hoe vaak neem je nou de tijd om door een slapende stad te lopen? Ik weet zeker dat je je omgeving nu met hele andere ogen zult bekijken. (Doe dit wel alleen als je in de stad bent en niet op de hei of zo, en blijf weg van enge bosjes en zo. Nogmaals: je bent dronken, dus kwetsbaar.)
  2. Zoek naar een kat en probeer ongegeneerd zijn aandacht te trekken.
  3. Denk na over een belangrijk probleem op je werk of studie. Wie weet zorgt het maanlicht voor de magische inspiratie die je nodig hebt om eens een knoop door te hakken. (Ook leuk: zing een liedje over de maan)
  4. Bel aan bij vrienden en ga daar op de bank tukken. Ok√©, misschien wonen je vrienden niet per se om de hoek, maar het is niet alsof je iets beters te doen hebt dan naar ze toe fietsen. Misschien zullen ze pissig zijn omdat je ze op zo’n onchristelijk tijdstip wakker maakt, maar ze zullen je vergeven. Daar zijn het vrienden voor.
  5. Ga naar een nachtcafé. Je hoeft niet nog meer te zuipen, je kunt ook gewoon gaan voor een koffietje of een glaasje spa. Wie weet is er wel iemand die met je wil kaarten, of nog beter: naar je zielige verhalen wilt luisteren. (Die heb je ongetwijfeld, je probeert niets voor niets je eigen deur in te trappen zonder dat dit strikt noodzakelijk is)
  6. Begin nou eens eindelijk aan je debuutroman in de kladblok-app op je telefoon.
  7. Doe je fysiotherapieoefeningen, dan heb je die ook weer achter de rug. Iedereen slaapt toch, dus niemand die je uitlacht om je mislukte squats.
  8. Ga zwerfafval opruimen. ‘Geen tijd’ is nu geen excuus !!!
  9. Ga voor de deur liggen wachten en beeld je in dat je het meisje met de zwavelstokjes bent. Superromantisch.
  10. Maak een kunstwerk met steentjes en takjes (het liefst iets waar de mensen die straks hun dag beginnen blij van zullen worden – een peace-teken, of zo).

Ik hoop dat je iets aan de tips hebt!¬†Heb jij nog idee√ęn voor wat je kunt doen als je je ‘s nachts buitengesloten hebt? Deel ze in de comments!

xoxoxo

10 Comments

Filed under de ongemakken des levens

de irritantste dingen aan fietsen in amsterdam

 

fietsen amsterdam

Sinds een paar¬†weken werk ik fulltime en tijdens normale kantooruren. Dat vind ik in principe erg lekker ‚Äď (niet) werken op dezelfde momenten als de rest van de wereld¬†zorgt toch weer voor een bescheiden daling van het FOMO-gehalte in mijn bloed. Bovendien gedij ik vrij goed bij een vast ritme. Iedere dag om zeven uur opstaan maakt mij energiek en gelukkig (ja lach maar, stelletje boh√©miens, zo ben ik nu eenmaal).

Als je voelt aankomen dat ik nu ga vertellen wat het nadeel van het office hours-leven is dan heb je gelijk, want er is zeker een nadeel en dat nadeel heet ‚Äėspitsuren‚Äô. Ja, ook fietsers hebben daar last van, in Amsterdam wel tenminste. Fietsfiles zijn echt een ding – ik verzin dit niet. Het enige verschil tussen fietsfiles en autofiles is dat automobilisten nooit zomaar uit de file stappen om over de stoep verder te rijden. Dan zou hun rijbewijs afgepakt worden, denk ik.

In Amsterdam is veel te weinig fietspad voor veel te veel fietsers. Dat wist ik al langer dan vandaag, maar nu ik iedere werkdag met de massa meerijd, merk ik het pas écht. Wellicht helpt het feit dat ik me door het centrum (Waterlooplein, Nieuwmarkt, Centraal Station) beweeg ook mee met deze fijne bewustwording.

Omdat zondag voor mij en de meesten van jullie een rustdag is, heb ik besloten om te zorgen voor ontspanning door mijn frustratie om te zetten in woorden. Bij dezen, de lijst met mijn grootste ergernissen van fietsen door Amsterdam tijdens spitsuren:

  1. Met stip op 1: mensen die aan de linkerkant van het fietspad fietsen. Ik snap dat dus echt niet. Denk je dat je zo snel fietst dat niemand je in kan halen of zo? FOUT. Ik wil je inhalen. Er zitten al zo weinig minuten in een dag, en die kan ik echt niet verspillen door langer achter jou te fietsen dan strikt noodzakelijk is.
  2. Mensen die aan de verkeerde kant van de weg fietsen, voornamelijk in de Wibautstraat. Even voor het beeld: de Wibautstraat telt twee aparte fietspaden, de ene aan de ene kant van de autoweg, de ander aan de andere kant (goh). Oversteekplekken zijn schaars en de fietspaden zijn vrij breed, dus heel veel mensen fietsen maar gewoon aan de verkeerde kant als ze toevallig aan die kant moeten zijn. Ik weet nooit zo goed of dat eigenlijk niet gewoon mag (aangezien ZOVEEL mensen het doen) maar ik vind het bloedirritant en supergevaarlijk. Laatst fietsten we met een hele stoet werkpaarden aan de juiste kant van de weg toen er ineens uit het niets een tegenligger aankwam. Ik moest uitwijken, waardoor mijn tas in het stuur van een ander haakte en we bijna omvielen (gelukkig bleef het bij bijna). Echt mensen, rij gewoon aan de goede kant van de weg. Kan mij het schelen dat je twee minuten later bij de Albert Heijn bent.
  3. Mensen die hun hand niet uitsteken als ze voor je neus ineens naar links of naar rechts gaan, zodat je keihard afgesneden wordt. Heeft geen uitleg nodig, geloof ik.
  4. Voetgangers die heel erg demonstratief beledigd doen als je over het zebrapad fietst zonder hen voor te laten. Ik weet het: eigenlijk moet het wel. Maar soms fiets je vooraan een enorme Lion King-achtige kudde gnoes en dan is het supergevaarlijk om ineens stil te staan. Ik probeer zo veel mogelijk te stoppen voor zebrapaden, maar… dit is typisch iets dat je nou eenmaal per situatie in moet schatten. Ik wil geen ongeluk krijgen, weet je.
  5. Speaking of ongelukken: een van mijn grootste ergernissen in het dagelijks fietsverkeer is dat ik iedere dag weer in m’n eentje stilsta voor een rood stoplicht omdat ik bang ben om overreden te worden. Daar hebben andere mensen nooit last van, op een of andere manier. Hashtag eens het braafste meisje van de klas, altijd het braafste meisje van de klas.
  6. Mensen die met je willen vechten om iedere lullige verkeersovertreding die je maakt. Ik bedoel, hoe irritant ik de bovenstaande dingen ook vind, ik ga heus niet tegen je¬†schreeuwen of zo, ik zucht hooguit eventjes dramatisch. We zijn allemaal deelnemers aan het verkeer, we maken allemaal fouten (ja, zelfs ik). Maar er zijn dus echt mensen die heel hard tegen anderen gaan schreeuwen. Schreeuwen, ja. ‚ÄúKun je niet uit je doppen kijken, achterlijke eikel?‚ÄĚ hoor ik dan, alleen maar omdat iemand een keertje¬†geen voorrang gaf. Sorry hoor, maar dan neem je ‚Äėop tijd op je werk komen‚Äô echt veel te serieus.
  7. Lekke banden ‚Äď en dan vooral die je krijgt op de verkeerde plaats en het verkeerde moment. Kijk, dat mijn band vrijdag lek ging, dat was vervelend. Dat het niet in de buurt van mijn huis was, was nog vervelender. Dat het op vrijdagavond was, maakte mijn verdriet al helemaal compleet. Inmiddels is-ie bij de fietsenmaker, maar ik kan hem pas maandagavond ophalen. En eerlijk is eerlijk: hoewel fietsen in Amsterdam tijdens spitsuur bloedirritant is, is met het openbaar vervoer in Amsterdam tijdens spitsuur altijd nog net wat erger‚Ķ

 

Amsterdam vanaf de fietsflat ūüíô

Een foto die is geplaatst door Lisa ūüćíūüćčūüćź (@vijfkoffiegraag) op

9 Comments

Filed under de ongemakken des levens

doodenge superschattige honden

Toen ik nog gewoon vegetarisch at, was ik niet echt een dierenvriend. Ik was zo’n irritante, quasi-intellectuele wijsneus die maar riep dat ze niet in katzwijm viel voor ieder kalfje, maar het desondanks¬†niet moreel te verantwoorden vond om dat kalfje dan maar meteen op te eten.

Daarbij had ik destijds een lichte, of nou ja, een redelijk gemiddelde, of misschien zelfs wel een zware hekel aan honden. Dat kwam deels doordat ik ze een beetje vies vond (die geur!), maar eigenlijk vooral omdat ik doodsbang was voor die dieren, hoe suf dit misschien ook mag klinken.

Nu moet ik toegeven: ik heb veel nutteloze angsten. Enkele voorbeelden hiervan zijn¬†vast komen te zitten onder een rotsblok, een natuurramp¬†meemaken¬†en dan binnen opgesloten zitten zonder een noodvoorraad bruine bonen,¬†en¬†geesten¬†(in het bijzonder die ene uit Dead Silence (After all this time? Always.)). Mijn angst voor honden valt in deze categorie (genaamd ‘Angsten Die Zo Belachelijk Zijn Dat Ze Weer Leuk Zijn – Bijna Dan’). Natuurlijk, doodgebeten worden door een hond is net iets waarschijnlijker dan¬†dat er ineens een eng wijf naast je bed staat om je tong uit je mond te rukken en een buikspreekpop van je te maken, maar alsnog is dit doembeeld vrij onrealistisch.

Toch ben ik bang voor die beesten. Heel stom, ja. Ik was het al een beetje als kind, maar toen viel het nog wel mee, ik voerde gewoon snoepjes aan de hond van vrienden, no problemo. Dat zou ik nu niet meer durven. Ik weet niet zo goed waar het mis is gegaan, maar ik vermoed dat het iets te maken heeft met mijn hardlooppraktijken, waarbij ik in zes jaar tijd bijna nooit, maar soms toch wel eens, achterna ben gerend door een hond. Eén keer was uitgesproken eng, toen een grote herdershond van een behoorlijke afstand op me af snelde en vervolgens blaffend rondjes om me heen ging lopen. Zijn baas riep hem terug, de hond rende weer weg, ik liep langzaam verder, kwam die hond weer! Nou, echt, ik heb hierna maanden niet meer hardgelopen, zo geschrokken was ik (ik was toen ook pas 18 dus mijn zelfdiscipline was ook nog niet zo je van het).

Maar goed, uiteindelijk is er niets gebeurd. Er heeft nog nooit een hond z’n tanden in mijn vel gezet, dus waarom klopt mijn hart dan met een triljoen slagen per minuut als ik een onaangelijnd mopshondje passeer? Waarom moest ik mezelf echt dwingen om door een mooi natuurgebied¬†te rennen in plaats van door een lelijke woonwijk? Waarom vind ik het zo vervelend om in een park op de grond te gaan zitten? Ik snap best hoe irre√ęel deze angst is – vooral omdat ik heb gemerkt dat-ie vooral opspeelt als¬†honden niet aangelijnd zijn. Dat eerder genoemde mopshondje dat los rondloopt voelt voor mij veel bedreigender dan een reusachtige rotweiller die¬†aan¬†een dun touwtje¬†wordt vastgehouden door¬†een kind van zeven (ja nu hoeven jullie niet massaal te zeggen dat rottweilers eigenlijk heel liehief zijn, feit is en blijft dat die je toch makkelijker kunnen verscheuren dan mopshonden, mochten ze daar zin in hebben).

Maar goed, hoor ik jullie denken, wat heeft dat nou te maken met dat hele vegetari√ęr-zijn? Nou, leuk dat jullie het je afvragen, het zit namelijk zo: sinds¬†ik negen maanden geleden ben ge√ęvolueerd van vegetari√ęr naar veganist, ben ik anders naar dieren gaan kijken. Simpel gezegd: ik vind alle dieren ineens Heel Erg Schattig. Jullie mogen nu lachen hoor, want het is ook best wel raar. Waar ik eerst nog vrij¬†rationeel naar die wezens¬†keek, wil ik ze nu het liefst allemaal adopteren (kijk! Babyvleermuizen in dekentjes! Kijk! Een panter die een man kusjes geeft!). Ik weet niet zo goed wat er allemaal in die hummus van mij zit, maar ik verkeer¬†tegenwoordig continu in staat van vertedering omdat mijn vriend me weer eens een foto heeft gestuurd van een koe die op een bank zit.

En die staat van vertedering bereik ik nu ook door¬†honden. Ik vind ze¬†zo lief en schattig dat ik er bijna eentje in huis zou nemen, ware het niet dat ik dat niet durf. (De enige hond waar ik niet bang voor ben is het hondje van Babet, maar dat komt denk ik doordat dat hondje zo groot is als een konijn en bovendien bang is voor mensen – dat schept toch een band.) Als ik een puppy op internet zie, vind ik ‘m de liefste ooit, maar als¬†er eentje langs me loopt, denk ik dat mijn laatste uur geslagen heeft. Ik zit gevangen in een spagaat tussen vrees en liefde. Een niemandsland tussen Team Hond en Team Hondenhater. Het is een rare plek.

En dan durven ze nog te beweren dat het veganisme niet zwaar is.

bang voor honden

Ja sorry, ik heb geen foto’s van honden dus hier een plaatje van een ander schattig dier

 

P.S. Hebben jullie mijn gastblog op Annemerel.com over dingen die je kunt doen in Parijs al gelezen?

8 Comments

Filed under de ongemakken des levens

nog even over die knie van mij

Kennen jullie dat verhaal over dat meisje dat al bijna een jaar last had van haar knie? Dat meisje dat braaf haar fysiotherapieoefeningen deed, maar toch geen verbetering boekte? Dat meisje dat werd doorverwezen naar de huisarts, die haar toen na vijf minuten weer naar huis stuurde met de mededeling dat hij even moest overleggen met een andere huisarts? En hebben jullie al gehoord dat dat meisje vervolgens telefonisch te horen kreeg van de doktersassistente dat ze maar gewoon naar de fysiotherapeut moest gaan?

Nou ja, dat meisje was niet blij, kan ik je vertellen, en ook niet bepaald ongefrustreerd.

Gelukkig heeft dat meisje een broertje dat vanwege zijn voetbalcarrière nogal wat last heeft gehad van blessures, maar dankzij de manueel therapeut in de praktijk van zijn oom op wonderbaarlijke wijze toch weer op tijd op het wedstrijdveld stond toen het echt nodig was. Er was dus Hoop.

Dus dat meisje besloot toen om daar ook maar heen te gaan, zelfs al is die praktijk in Rotterdam en woont ze in Amsterdam.

(En oké, nu kap ik met praten in derde persoon, jullie weten toch al lang dat het over mij gaat.)

De manueel therapeut drukte op een paar spieren boven mijn knie. Dat deed pijn. Komt omdat die spieren verzwakt zijn, zei hij. Mijn vorige fysiotherapeut had ook wel eens op die spieren gedrukt, maar daar was niets uitgekomen. Fascinerend. Hij zei ook dat ik veel te zware oefeningen had gekregen bij de vorige fysiotherapeut. Die oefeningen leken inderdaad meer op echte #fitgirl-oefeningen dan op die van een zielig meisje dat geen kwartier kan hardlopen zonder te moeten strompelen. Maar ja, weet ik veel, ik ben jong en heb over het algemeen een goede conditie, dus ik dacht dat ik best wel kon squatten met gewichten in mijn handen. Niet dus. Ik heb nieuwe squats, squats die zo licht en recht zijn dat ik ze nauwelijks squats zou durven noemen, en andere oefeningen waarvoor je op de sportschool uitgelachen zou worden, maar goed, ik vertrouw die manueel therapeut, want ik heb weinig keuze.

Bovendien denkt hij dat ik binnen zes tot acht weken wel hersteld ben. En na een jaar niet kunnen rennen wil ik best wel twee maanden iedere week naar Rotterdam. Dat kan er dan ook nog wel bij. Makkelijk, zelfs.

Ik heb me deze week eindelijk uitgeschreven voor de sportschool. Het werd tijd, ja.

je kan het atletiek

“Niet dus”, wilde ik schreeuwen naar deze atletiekslogan op het Buikslotermeerplein, in tranen vanwege het teleurstellende doktersbezoek. Toch wist ik me te herpakken om even deze foto te maken onder het mom¬†‘Toch leuk voor Instagram’.

8 Comments

Filed under de ongemakken des levens