Category Archives: de ongemakken des levens

waarom hooikoorts maar lekker allergisch mag worden voor zichzelf

Ga weg natuur

Ja, ik weet dat het al eind juli is. Ja, ik weet dat de lente al lang en breed voorbij is. Maar nee, ondanks het feit dat de blaadjes alweer bijna van de bomen vallen, is mijn hooikoorts nog altijd net zo nadrukkelijk aanwezig als een mug in je slaapkamer. Daarom bij dezen een lijstje over alles wat zo VERSCHRIKKELIJK irritant is aan allergisch zijn voor de natuur:

  1. DAT HET ZO LANG DUURT DUS. Voor de leken (a.k.a. niet-hooikoortslijers) onder ons: geen hooikoorts is hetzelfde, iedereen is weer allergisch voor andere pollen of grassen. Bij mij begint het gelukkig pas ‘laat’ (midden mei), want ik heb ook een collega die al in maart loopt te niezen – en die is nog steeds niet klaar. Op zich zijn we inmiddels al een derde van het jaar verder. Geeft verder niks hoor.
  2. Nou ja, dat je je er zo ziek door gaat voelen dus. Met hooikoorts lijkt het net alsof je extreem verkouden bent en tegelijkertijd ook nog eens zes muggenbulten op ieder oog hebt. Je kunt niet ademen en ook niet zien. Niet echt mijn idee van plezier maken, maar goed dat is mijn mening.
  3. Dat neusspray altijd zo prikt. En oogdruppels altijd op je wang vallen i.p.v. in je ogen.
  4. Dat je zonder pilletjes je ogen eruit wilt krabben van de pijn. Ik was tot vorig jaar een sukkel omdat ik weigerde pilletjes te slikken uit angst dat ik daar slaperig van zou worden (ik gebruikte wel neusspray en oogdruppels, maar da’s niet genoeg). Vervolgens zat ik met nat wc-papier op mijn ogen te huilen. Nee, daar heb je wat aan. De pilletjes zorgen ervoor dat ik tegenwoordig 12 uur per nacht slaap en tussendoor regelmatig een dutje doe, maar dat is alleen maar beter, want als ik slaap heb ik tenminste niet de neiging om mijn eigen neus te amputeren met een beitel.
    (Grapje. Ik heb geen last van bijwerkingen.)
  5. Dat naar buiten gaan gewoon niet leuk is. Dan is de pollenconcentratie in de lucht echt te hoog. Laatst was ik met mijn collega’s op uitje in de polder. ’s Ochtends had ik braaf mijn pilletjes genomen, en ik had nergens last van, tot ik rond een uur of twee ging slapen (‘s nachts dan hè, ik werd niet moe van de pillen). Toen zat mijn neus ineens zo verstopt dat ik er letterlijk niet meer door kon ademen, iets wat ik nooit eerder heb meegemaakt behalve toen ik eens in een bed sliep waar vaak een kat in lag te tukken (ik wist toen nog niet dat ik allergisch was voor katten).
  6. Ook bizar: het feit dat je gewoon allergisch bent voor de natuur. Ik bedoel, wat nou als we toch toch besluiten dat de moderne samenleving niet werkt en we teruggaan naar de jagers-verzamelaarscultuur? Dan ben ik echt ten dode opgeschreven aangezien ik drie maanden per jaar niet normaal kan functioneren.
  7. DAT HET ZO LANG DUURT. HEB IK AL GEZEGD DAT IK VIND DAT HET LANG DUURT? #ishetalherfst

 

8 Comments

Filed under de ongemakken des levens

de schaamte van de wannabe

Er zijn dingen die je gewoon niet doet, omdat ze te gênant zijn. Zeggen dat je een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld. Dat is best wel gênant, op dezelfde manier waarop het gênant is om te zeggen dat je Hollywoodster en/of de nieuwe Ali B. wilt worden. De kans dat het je gaat lukken, is namelijk best wel klein. Iederéén wil een boek schrijven, bijna niemand wordt ook echt uitgegeven. En als je toegeeft literaire aspiraties te hebben maar op je sterfbed nog steeds Ongepubliceerd Auteur bent, nou, dan weet iedereen maar mooi dat je hier toch niet intelligent/interessant/indrukwekkend genoeg voor was.

Als je Nederlands hebt gestudeerd, zoals ik, dan is het nog gênanter om schrijver te willen worden. Gewoon, omdat het zo voor de hand ligt. Onlangs vertelde Connie Palmen (die dezelfde studie heeft gedaan als ik, whoohoo) daar in De Wereld Draait Door over: volgens haar wil 9 van de 10 studenten Nederlands schrijver worden. “Dus daar had je het niet over, het meest gênante dat je tegen elkaar kon zeggen was dat het echt je bedoeling was om een roman te schrijven. Dus daar zweeg je over. Terecht.”
Ze schaamde zich naar eigen zeggen ‘kapot’ en verborg daarom zelfs voor de studiegenoot met wie ze haar scriptie over Hegel schreef (= Matthijs van Nieuwkerk. Echt!!! Succesvolle lichting hoor) waar ze mee bezig was. En dan ineens, BAM, in alle bladen shinen met De Wetten. Gewoon, casual, je weet wel. Zoals het hoort.

Literaire instanties maken het niet minder gênant om schrijver te willen worden. Eén blik op de gemiddelde uitgeverijwebsite en je voelt je net een straathond die om voedsel bedelt. Overal staat dat de redacteuren het Heel Druk Met Alle Ongevraagde Inzendingen hebben en dat je daarom 3957 maanden moet wachten tot je hoort of ze je diepste zieleroerselen wat vinden – als je ooit al een reactie krijgt. Ik geloof dat ze een ontmoedigingsbeleid voeren. Logisch, maar leuk is het niet.
Dat ontdekte ik ook toen ik een jaar of twee geleden een verhaal naar een literair tijdschrift stuurde.
Onder het kopje ‘inzenden’ op de website van het tijdschrift stond al zoiets van: Ja hallo iedereen stuurt ons de hele tijd maar verhalen terwijl niemand ons tijdschrift leest dus koop ons blad dan mag jij je verhaaltje insturen dan geven we je nog feedback ook maar dan moet je het wel echt kopen hè beloofd?!?
Zelf had ik het tijdschrift inderdaad nooit gekocht – ik had het wel gelezen, maar dat was in de UB, dat kon die redactie ook niet weten.
Dus ik dat tijdschrift bestellen en vervolgens mijn verhaal insturen. Volgens mij had ik zelfs het bestelnummer in mijn e-mail gezet, gewoon, zodat ze konden zien dat ik me echt braaf aan de afspraak had gehouden.
Twee dagen later kreeg ik een e-mail terug, een standaardmailtje. Ik weet niet meer letterlijk wat erin stond, maar het was iets in de trant van: TJONGEJONGEJONGE. HET LIJKT WEL ALSOF IEDEREEN TEGENWOORDIG MAAR DENKT DAT-IE KAN SCHRIJVEN. EN DAT TERWIJL ER NOOIT NIEMAND OOIT OOK MAAR IETS NOG LEEST. JIJ OOK NIET, ONTZETTENDE IDIOOT DIE DENKT DAT-IE IETS VOORSTELT OM ONS ZOMAAR ONGEVRAAGD OP TE ZADELEN MET JE KUTVERHAAL TERWIJL WE HET AL VEEL TE DRUK HEBBEN MET HET NAKIJKEN VAN AL DIE ANDERE ONGEVRAAGDE WANSTALTIG SLECHTE PROZA VAN TRIESTE WANNABES ZOALS JIJ. HOE DURF JE?!?
Mijn verhaal werd niet gepubliceerd, en ik heb ook nooit mijn beloofde feedback ontvangen – zelfs niet toen ik er nog eens om vroeg, en erbij zette dat ik toch écht een tijdschrift had gekocht. Misschien had ik ze er nog een keer extra aan moeten herinneren, maar ik durfde niet zo goed.

Dus ja, als ik me nog niet schaamde voor mijn stiekeme aspiraties, dan doe ik dat nu wel. Want die had ik en heb ik nog steeds – jullie dachten toch niet dat dit een zuiver theoretische blog was? Nee, deze hele blogpost is eigenlijk gewoon een inleidinkje om te vertellen dat jullie niet boos moeten zijn als ik wekenlang niet blog, omdat er nu eenmaal een beperkt aantal uren in een dag zitten en ik ook nog gewoon moet werken. Ik ga natuurlijk niet hardop zeggen wat ik in mijn vrije tijd uitvoer, dus als er nooit iets gebeurt, moeten jullie maar denken dat ik al die tijd gewoon truien aan het bekijken was op Pinterest. En mocht ik ooit bij De Wereld Draait Door zitten, nou, dan kunnen jullie zeggen dat jullie het altijd al aan hebben zien komen.

11 Comments

Filed under de ongemakken des levens

10 dingen die je beter kunt doen dan om 5 uur ‘s ochtends je eigen deur intrappen en je onderburen de stuipen op het lijf jagen

Oké, ik geef het toe: na het uitgaan thuiskomen en dan ontdekken dat je je sleutels niet bij je hebt, is balen. Dat je huisgenoten vervolgens niet opendoen als je aanbelt, is óók balen. Ik kan me eigenlijk wel voorstellen dat je dan geneigd bent om je eigen deur maar gewoon in te trappen. Ik bedoel, je bent dronken en je wilt wat. Toch is dat niet zo’n goed idee, want a) het lukt je waarschijnlijk toch niet, want je bent dronken, b) als het lukt, zit je vervolgens met een kapotte deur, en c) het is vijf uur ‘s ochtends: dat is al praktisch dag! Damn, je kunt toch nog wel heel even wachten tot je huisgenoten weer aanspreekbaar zijn?

Speciaal voor jou, lief leuk persoon dat zichzelf om vijf uur ‘s ochtends heeft buitengesloten en nu zijn onderburen de stuipen op het lijf jaagt door als een gek tegen gezamenlijke voordeur te trappen, heb ik wat tips. Er zijn namelijk dingen die veel leuker, slimmer en productiever zijn om te doen dan vandalisme plegen bij je eigen woning:

  1. Ga een nachtelijk wandelingetje maken. Hoe vaak neem je nou de tijd om door een slapende stad te lopen? Ik weet zeker dat je je omgeving nu met hele andere ogen zult bekijken. (Doe dit wel alleen als je in de stad bent en niet op de hei of zo, en blijf weg van enge bosjes en zo. Nogmaals: je bent dronken, dus kwetsbaar.)
  2. Zoek naar een kat en probeer ongegeneerd zijn aandacht te trekken.
  3. Denk na over een belangrijk probleem op je werk of studie. Wie weet zorgt het maanlicht voor de magische inspiratie die je nodig hebt om eens een knoop door te hakken. (Ook leuk: zing een liedje over de maan)
  4. Bel aan bij vrienden en ga daar op de bank tukken. Oké, misschien wonen je vrienden niet per se om de hoek, maar het is niet alsof je iets beters te doen hebt dan naar ze toe fietsen. Misschien zullen ze pissig zijn omdat je ze op zo’n onchristelijk tijdstip wakker maakt, maar ze zullen je vergeven. Daar zijn het vrienden voor.
  5. Ga naar een nachtcafé. Je hoeft niet nog meer te zuipen, je kunt ook gewoon gaan voor een koffietje of een glaasje spa. Wie weet is er wel iemand die met je wil kaarten, of nog beter: naar je zielige verhalen wilt luisteren. (Die heb je ongetwijfeld, je probeert niets voor niets je eigen deur in te trappen zonder dat dit strikt noodzakelijk is)
  6. Begin nou eens eindelijk aan je debuutroman in de kladblok-app op je telefoon.
  7. Doe je fysiotherapieoefeningen, dan heb je die ook weer achter de rug. Iedereen slaapt toch, dus niemand die je uitlacht om je mislukte squats.
  8. Ga zwerfafval opruimen. ‘Geen tijd’ is nu geen excuus !!!
  9. Ga voor de deur liggen wachten en beeld je in dat je het meisje met de zwavelstokjes bent. Superromantisch.
  10. Maak een kunstwerk met steentjes en takjes (het liefst iets waar de mensen die straks hun dag beginnen blij van zullen worden – een peace-teken, of zo).

Ik hoop dat je iets aan de tips hebt! Heb jij nog ideeën voor wat je kunt doen als je je ‘s nachts buitengesloten hebt? Deel ze in de comments!

xoxoxo

10 Comments

Filed under de ongemakken des levens

de irritantste dingen aan fietsen in amsterdam

 

fietsen amsterdam

Sinds een paar weken werk ik fulltime en tijdens normale kantooruren. Dat vind ik in principe erg lekker – (niet) werken op dezelfde momenten als de rest van de wereld zorgt toch weer voor een bescheiden daling van het FOMO-gehalte in mijn bloed. Bovendien gedij ik vrij goed bij een vast ritme. Iedere dag om zeven uur opstaan maakt mij energiek en gelukkig (ja lach maar, stelletje bohémiens, zo ben ik nu eenmaal).

Als je voelt aankomen dat ik nu ga vertellen wat het nadeel van het office hours-leven is dan heb je gelijk, want er is zeker een nadeel en dat nadeel heet ‘spitsuren’. Ja, ook fietsers hebben daar last van, in Amsterdam wel tenminste. Fietsfiles zijn echt een ding – ik verzin dit niet. Het enige verschil tussen fietsfiles en autofiles is dat automobilisten nooit zomaar uit de file stappen om over de stoep verder te rijden. Dan zou hun rijbewijs afgepakt worden, denk ik.

In Amsterdam is veel te weinig fietspad voor veel te veel fietsers. Dat wist ik al langer dan vandaag, maar nu ik iedere werkdag met de massa meerijd, merk ik het pas écht. Wellicht helpt het feit dat ik me door het centrum (Waterlooplein, Nieuwmarkt, Centraal Station) beweeg ook mee met deze fijne bewustwording.

Omdat zondag voor mij en de meesten van jullie een rustdag is, heb ik besloten om te zorgen voor ontspanning door mijn frustratie om te zetten in woorden. Bij dezen, de lijst met mijn grootste ergernissen van fietsen door Amsterdam tijdens spitsuren:

  1. Met stip op 1: mensen die aan de linkerkant van het fietspad fietsen. Ik snap dat dus echt niet. Denk je dat je zo snel fietst dat niemand je in kan halen of zo? FOUT. Ik wil je inhalen. Er zitten al zo weinig minuten in een dag, en die kan ik echt niet verspillen door langer achter jou te fietsen dan strikt noodzakelijk is.
  2. Mensen die aan de verkeerde kant van de weg fietsen, voornamelijk in de Wibautstraat. Even voor het beeld: de Wibautstraat telt twee aparte fietspaden, de ene aan de ene kant van de autoweg, de ander aan de andere kant (goh). Oversteekplekken zijn schaars en de fietspaden zijn vrij breed, dus heel veel mensen fietsen maar gewoon aan de verkeerde kant als ze toevallig aan die kant moeten zijn. Ik weet nooit zo goed of dat eigenlijk niet gewoon mag (aangezien ZOVEEL mensen het doen) maar ik vind het bloedirritant en supergevaarlijk. Laatst fietsten we met een hele stoet werkpaarden aan de juiste kant van de weg toen er ineens uit het niets een tegenligger aankwam. Ik moest uitwijken, waardoor mijn tas in het stuur van een ander haakte en we bijna omvielen (gelukkig bleef het bij bijna). Echt mensen, rij gewoon aan de goede kant van de weg. Kan mij het schelen dat je twee minuten later bij de Albert Heijn bent.
  3. Mensen die hun hand niet uitsteken als ze voor je neus ineens naar links of naar rechts gaan, zodat je keihard afgesneden wordt. Heeft geen uitleg nodig, geloof ik.
  4. Voetgangers die heel erg demonstratief beledigd doen als je over het zebrapad fietst zonder hen voor te laten. Ik weet het: eigenlijk moet het wel. Maar soms fiets je vooraan een enorme Lion King-achtige kudde gnoes en dan is het supergevaarlijk om ineens stil te staan. Ik probeer zo veel mogelijk te stoppen voor zebrapaden, maar… dit is typisch iets dat je nou eenmaal per situatie in moet schatten. Ik wil geen ongeluk krijgen, weet je.
  5. Speaking of ongelukken: een van mijn grootste ergernissen in het dagelijks fietsverkeer is dat ik iedere dag weer in m’n eentje stilsta voor een rood stoplicht omdat ik bang ben om overreden te worden. Daar hebben andere mensen nooit last van, op een of andere manier. Hashtag eens het braafste meisje van de klas, altijd het braafste meisje van de klas.
  6. Mensen die met je willen vechten om iedere lullige verkeersovertreding die je maakt. Ik bedoel, hoe irritant ik de bovenstaande dingen ook vind, ik ga heus niet tegen je schreeuwen of zo, ik zucht hooguit eventjes dramatisch. We zijn allemaal deelnemers aan het verkeer, we maken allemaal fouten (ja, zelfs ik). Maar er zijn dus echt mensen die heel hard tegen anderen gaan schreeuwen. Schreeuwen, ja. “Kun je niet uit je doppen kijken, achterlijke eikel?” hoor ik dan, alleen maar omdat iemand een keertje geen voorrang gaf. Sorry hoor, maar dan neem je ‘op tijd op je werk komen’ echt veel te serieus.
  7. Lekke banden – en dan vooral die je krijgt op de verkeerde plaats en het verkeerde moment. Kijk, dat mijn band vrijdag lek ging, dat was vervelend. Dat het niet in de buurt van mijn huis was, was nog vervelender. Dat het op vrijdagavond was, maakte mijn verdriet al helemaal compleet. Inmiddels is-ie bij de fietsenmaker, maar ik kan hem pas maandagavond ophalen. En eerlijk is eerlijk: hoewel fietsen in Amsterdam tijdens spitsuur bloedirritant is, is met het openbaar vervoer in Amsterdam tijdens spitsuur altijd nog net wat erger…

 

Amsterdam vanaf de fietsflat 💙

Een foto die is geplaatst door Lisa 🍒🍋🍐 (@vijfkoffiegraag) op

9 Comments

Filed under de ongemakken des levens

doodenge superschattige honden

Toen ik nog gewoon vegetarisch at, was ik niet echt een dierenvriend. Ik was zo’n irritante, quasi-intellectuele wijsneus die maar riep dat ze niet in katzwijm viel voor ieder kalfje, maar het desondanks niet moreel te verantwoorden vond om dat kalfje dan maar meteen op te eten.

Daarbij had ik destijds een lichte, of nou ja, een redelijk gemiddelde, of misschien zelfs wel een zware hekel aan honden. Dat kwam deels doordat ik ze een beetje vies vond (die geur!), maar eigenlijk vooral omdat ik doodsbang was voor die dieren, hoe suf dit misschien ook mag klinken.

Nu moet ik toegeven: ik heb veel nutteloze angsten. Enkele voorbeelden hiervan zijn vast komen te zitten onder een rotsblok, een natuurramp meemaken en dan binnen opgesloten zitten zonder een noodvoorraad bruine bonen, en geesten (in het bijzonder die ene uit Dead Silence (After all this time? Always.)). Mijn angst voor honden valt in deze categorie (genaamd ‘Angsten Die Zo Belachelijk Zijn Dat Ze Weer Leuk Zijn – Bijna Dan’). Natuurlijk, doodgebeten worden door een hond is net iets waarschijnlijker dan dat er ineens een eng wijf naast je bed staat om je tong uit je mond te rukken en een buikspreekpop van je te maken, maar alsnog is dit doembeeld vrij onrealistisch.

Toch ben ik bang voor die beesten. Heel stom, ja. Ik was het al een beetje als kind, maar toen viel het nog wel mee, ik voerde gewoon snoepjes aan de hond van vrienden, no problemo. Dat zou ik nu niet meer durven. Ik weet niet zo goed waar het mis is gegaan, maar ik vermoed dat het iets te maken heeft met mijn hardlooppraktijken, waarbij ik in zes jaar tijd bijna nooit, maar soms toch wel eens, achterna ben gerend door een hond. Eén keer was uitgesproken eng, toen een grote herdershond van een behoorlijke afstand op me af snelde en vervolgens blaffend rondjes om me heen ging lopen. Zijn baas riep hem terug, de hond rende weer weg, ik liep langzaam verder, kwam die hond weer! Nou, echt, ik heb hierna maanden niet meer hardgelopen, zo geschrokken was ik (ik was toen ook pas 18 dus mijn zelfdiscipline was ook nog niet zo je van het).

Maar goed, uiteindelijk is er niets gebeurd. Er heeft nog nooit een hond z’n tanden in mijn vel gezet, dus waarom klopt mijn hart dan met een triljoen slagen per minuut als ik een onaangelijnd mopshondje passeer? Waarom moest ik mezelf echt dwingen om door een mooi natuurgebied te rennen in plaats van door een lelijke woonwijk? Waarom vind ik het zo vervelend om in een park op de grond te gaan zitten? Ik snap best hoe irreëel deze angst is – vooral omdat ik heb gemerkt dat-ie vooral opspeelt als honden niet aangelijnd zijn. Dat eerder genoemde mopshondje dat los rondloopt voelt voor mij veel bedreigender dan een reusachtige rotweiller die aan een dun touwtje wordt vastgehouden door een kind van zeven (ja nu hoeven jullie niet massaal te zeggen dat rottweilers eigenlijk heel liehief zijn, feit is en blijft dat die je toch makkelijker kunnen verscheuren dan mopshonden, mochten ze daar zin in hebben).

Maar goed, hoor ik jullie denken, wat heeft dat nou te maken met dat hele vegetariër-zijn? Nou, leuk dat jullie het je afvragen, het zit namelijk zo: sinds ik negen maanden geleden ben geëvolueerd van vegetariër naar veganist, ben ik anders naar dieren gaan kijken. Simpel gezegd: ik vind alle dieren ineens Heel Erg Schattig. Jullie mogen nu lachen hoor, want het is ook best wel raar. Waar ik eerst nog vrij rationeel naar die wezens keek, wil ik ze nu het liefst allemaal adopteren (kijk! Babyvleermuizen in dekentjes! Kijk! Een panter die een man kusjes geeft!). Ik weet niet zo goed wat er allemaal in die hummus van mij zit, maar ik verkeer tegenwoordig continu in staat van vertedering omdat mijn vriend me weer eens een foto heeft gestuurd van een koe die op een bank zit.

En die staat van vertedering bereik ik nu ook door honden. Ik vind ze zo lief en schattig dat ik er bijna eentje in huis zou nemen, ware het niet dat ik dat niet durf. (De enige hond waar ik niet bang voor ben is het hondje van Babet, maar dat komt denk ik doordat dat hondje zo groot is als een konijn en bovendien bang is voor mensen – dat schept toch een band.) Als ik een puppy op internet zie, vind ik ‘m de liefste ooit, maar als er eentje langs me loopt, denk ik dat mijn laatste uur geslagen heeft. Ik zit gevangen in een spagaat tussen vrees en liefde. Een niemandsland tussen Team Hond en Team Hondenhater. Het is een rare plek.

En dan durven ze nog te beweren dat het veganisme niet zwaar is.

bang voor honden

Ja sorry, ik heb geen foto’s van honden dus hier een plaatje van een ander schattig dier

 

P.S. Hebben jullie mijn gastblog op Annemerel.com over dingen die je kunt doen in Parijs al gelezen?

8 Comments

Filed under de ongemakken des levens