Monthly Archives: December 2019

10 jaar geleden

Op Instagram zie ik de laatste weken steeds mensen foto’s van 10 jaar terug plaatsen. In de eerste instantie vond ik dat heel verwarrend, want: we hebben de 10 year challenge vorig jaar toch al gehad? Maar toen herinnerde ik me ineens dat we bijna een nieuw decennium ingaan. Best een mooi moment om eens terug te kijken naar de vorige keer dat dit gebeurde. Dus bij dezen, zo zag mijn leven er 10 jaar geleden uit:

Zoals jullie in deze blog nog wel zullen zien, droeg ik in die tijd veel panterprint

Laten we beginnen bij de zomer van 2009, toen ik mijn vwo-diploma haalde. Wat ik nou precies zou gaan studeren, bleef tot het allerlaatste moment net zo spannend als de nieuwste Dan Brown: ik ging telkens heen en weer tussen Scandinavische taal & cultuur, Sociaal Pedagogische Hulpverlening, literatuurwetenschap en pedagogiek (ofwel: ‘iets met boeken’ of ‘iets met mensen’). Hoewel ik eigenlijk trouwens het liefst een tussenjaar wilde om au pair in Malmö te worden of om een boek te schrijven. Maar dat mocht niet van mijn ouders, omdat a) ik nog nooit in m’n leven op een kind had gepast en b) tijdens mijn middelbareschooltijd mijn literaire uitspattingen voornamelijk beperkt bleven tot ellenlange msn-conversaties en Sims-stripverhalen.

Uiteindelijk schreef ik me in voor de studie psychologie in Amsterdam, omdat je daar makkelijker ingeloot werd dan in Utrecht en ik het stom vond om in mijn thuisstad te studeren (daarover later meer). Het was best een leuke tijd. Omdat het me niet lukte om een kamer te vinden (deed ook niet extreem veel moeite) reisde ik iedere dag met een vriend van me met de stoptrein van Rotterdam Alexander naar Amsterdam Amstel en we hadden altijd hysterisch veel lol. Ook op de uni was het heel gezellig met mijn werkggroep. De studie zelf ging wat minder. Ik haalde in een half jaar slechts één voldoende.

(Nu moet je niet denken dat ik faalde omdat ik zoveel aan het feesten was: ik zat gewoon te veel op internet, net zoals op de middelbare school, maar dit keer lukte het me niet om alles in één avondje stampen in m’n hoofd te krijgen)

Eind 2009 kwam ik een oud-klasgenoot tegen die Nederlands studeerde en me vertelde dat “poëzie net puzzeltjes zijn”. En toen dacht ik: verrek! Dit is wat ik moet doen met m’n leven! Ik moet Nederlands studeren en redacteur worden bij een uitgeverij! Ik was al best wel gedemotiveerd door al die onvoldoendes, dus echt een moeilijke keuze was het niet.

Naast panterprint hield ik ook van slangenprint (is niet heel duidelijk te zien, maar die print staat op m’n jurk)

Achteraf gezien denk ik dat ik óók met mijn studie gestopt was als ik eerst Nederlands was gaan studeren: ik wist gewoon echt niet hoe ik moest leren. Op de middelbare school deed ik alles op het allerlaatste moment. En steeds maar weer de avond voor een wiskundetoets boos op mezelf zijn dat ik mijn huiswerk had overgeschreven uit het antwoordenboekje zodat ik er nu niks van snapte – elke.keer.opnieuw.

En ik vond psychologie eigenlijk wel heel leuk. Het was een interessante studie, en ik kon meteen iedereen die ik niet aardig vond gewoon lekker diagnosticeren met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. (Wellicht dat het daarom niet zo goed ging.) Ondanks de onvoldoendes koester ik warme herinneringen aan het laatste halfjaar van 2009: lekker rondhangen op het Roeterseiland, extreem sterke zwarte koffie met extreem veel suiker drinken uit de automaat (superranzig, maar ik was 18 ik moest mijn identiteit ontdekken oké), in een poging om mijn leven de beteren een hele dag ‘studeren’ in de bibliotheek van Rotterdam (lees: een uurtje leren, drie uur verhalen schrijven, en dan naar huis), en de hele tijd luisteren naar het album The Bachelor van Patrick Wolf.

Ja, want over Patrick Wolf wil ik het ook wel ff hebben, als we praten over Wie Ik 10 Jaar Geleden Was. Want rond mijn 18e had ik tenminste nog een beetje smaak. Ik had Patrick Wolf die zomer op Lowlands gezien en dat was tot dusver HET moment van mijn leven. Het was zo vet en overweldigend en ik had niet eens door dat mijn vrienden halverwege het concert waren weggelopen omdat ze z’n gouden catsuit niet trokken. Na het optreden liep ik helemaal verdwaasd rond en wilde ik echt geen enkele andere artiest meer zien (beetje onhandig op dag 1 van een muziekfestival). Hier is trouwens een foto uit de Lowlandskrant van mij, Patrick en nog 47 andere blondines:

Beetje raar dat ik totaal de andere kant op kijk maar goed

Zijn – destijds nieuwste – album The Bachelor heb ik toen zo vaak geluisterd, dat ik nog steeds helemaal word teruggebracht naar die tijd als ik ‘m nu opzet. Dan hoor ik de titelsong, en dan denk ik weer aan dat ik om 8 uur ‘s avonds stond te wachten op de universiteit om mee te doen aan een psychologisch testje, en dat ik dat eigenlijk heel leuk vond omdat ik daarvoor kon eten op de mensa. Of dan luister ik Thickets, en dan denk ik aan dat ik op een ochtend door de stad liep en dat de lucht al helemaal rook naar herfst. Of dan luister ik Blackdown, en dan denk ik aan dat ik in de Eurostar zat om voor het eerst in mijn leven naar Londen te gaan.

Muziek was op de leeftijd zo echt, of zo. Alsof alle geheimen van de wereld erin verklapt werden. Zo jammer dat ik dat nu niet meer zo heb.

Nogmaals, ik hield veel van panterprint. En van mijn nepleren legging (had hem ook in glanzend paars). En van mijn glitterallstars! God, ik was gek op die schoenen. (Deze kleren droeg ik volgens mij meer in 2008 dan 2009, maar goed)
Zo jammer dat ze uiteindelijk uit elkaar vielen, want het waren echt geweldige schoenen.
Dit was denk ik meer wat ik in 2009/2010 droeg (jaja, dit is een panterprintpanty)

Maar goed, ik stopte dus met psychologie en ging begin 2010 fulltime werken op een klantenservice. In de eerste instantie zouden ze me maar een maand of 2 nodig hebben, maar uiteindelijk ben ik er tot ik weer ging studeren fulltime blijven werken, en daarna nog een paar jaar parttime. Dat kwam goed uit, want ik had het daar ontzettend naar mijn zin. Mijn collega’s waren top en ik vond het werk ook leuk (volgens mij was dit de enige periode in mijn leven waarin ik 40 uur per week op kantoor kon zitten zonder dat ik ervan droomde om midden op de dag weg te lopen en naar Alaska te liften om daar zelfvoorzienend in de wildernis te gaan leven).

Ondertussen ging ik ook een schrijfcursus volgen. Want hoewel ik nu het plan had om redacteur te worden, wilde ik eigenlijk ook nog steeds schrijver worden. Dus ging ik een tijdje iedere maandagavond naar een locatie in … volgens mij was het Delfshaven. In die tijd zag ik eindelijk eens wat van Rotterdam – op de middelbare school voerde ik nooit wat uit, dus ik had geen idee dat Rotterdam meer was dan de Koopgoot en de Alexanderpolder. (Ik had niet zoveel vrienden.)

En een half jaar later ging ik dus Nederlands studeren. Weer in Amsterdam. Ik had daar niet eens meer over nagedacht, dat was gewoon automatisch. Ik wilde gewoon heel graag naar een andere stad: op mezelf wonen, weg uit de omgeving waar ik was opgegroeid, gewoon een change of scenery. Beetje zuur dat Rotterdam pas echt leuk werd toen ik bijna wegging en vlakbij Centraal Station werkte en schrijfles volgde op mooie locaties en mensen leerde kennen die op leuke plekken vlakbij het centrum woonden. Oh well.

En toen ik eenmaal aan mijn studie begon, kwam ik er al in het eerste blok achter dat ik een veel te slechte smaak heb om redacteur te worden. Maar omdat ik dit keer niet weer met m’n studie wilde stoppen, ging ik nu wel keihard leren (tenminste, voor de vakken die ik leuk vond) en haalde ik goede cijfers (tenminste, voor de vakken die ik leuk vond). Ik ging eindelijk op mezelf wonen, maakte vrienden die ik nu nog steeds heb, verhuisde tussendoor nog even naar Parijs om daar een minor te doen, werd verliefd op Tim, kreeg bijbaantjes waarbij ik kon schrijven, werd toch bijna leraar (ik word nog altijd net zo verscheurd tussen ‘iets met boeken’ en ‘iets met mensen’ als 10 jaar geleden), werd toch maar copywriter, ging samenwonen in Amsterdam en ga nu eindelijk een boek schrijven.

Voor dit laatste mag ik van mijn ouders overigens nog steeds geen jaar vrij nemen.

In Malmö ben ik nog altijd nooit geweest.

6 Comments

Filed under leven

Overpeinzingen in de sprinter om 07.51

Een stukje meedenken

Kijk, inmiddels weet iedereen wel: treinreizigers die een stoel bezet houden met hun tas terwijl het hartstikke druk is, zijn hufters. Maar weet je wie óók hufters zijn? Mensen die aan de buitenkant van zo’n vierzitsplek van een sprinter zitten, en niet even opstaan als er iemand op een stoel aan de binnenkant wil gaan zitten.

Voor de mensen die nooit met de sprinter reizen: die zitjes zijn zó klein dat je altijd je best moet doen om niet gezellig met je knieën tegen de knieën van je overbuur te zitten. Hoe moet ik me dan in godsnaam door dat fort van knieën heen wurmen om op mijn zitplek aan te komen? (Antwoord: het is een gevecht. Ik moet enorm mijn balans zoeken terwijl ik me erdoorheen pers als een babyhoofdje tijdens een bevalling, stap 50% van de keren per ongeluk op de voet van een van de hufters (wel echt per ongeluk want ben een pussy) en sla, al helemaal per ongeluk, mijn tas in het gezicht van de arme derde persoon waar ik tegenover wil gaan zitten en die er allemaal ook niets aan kan doen.)

Vijf koffie graag (per week)

Waar ik me altijd over verbaas: hoeveel mensen coffee to go kopen op een normale doordeweekse dag. Dit is echt geen judgement, want hoe meer mensen coffee to go kopen (liefst wel in hip uitziende herbruikbare bekers natuurlijk) hoe meer koffietentjes ik heb om uit te kiezen op die 2x per jaar dat ik zelf trek heb in een lekker coffeetje to go (daarom heb ik geen herbruikbare beker, hij zou dan ergens achterin de kast belanden – en hierdoor koop ik dus nóg minder koffie, want ik schaam me dat ik geen herbruikbare beker heb). Anyway, terug naar mijn punt, en dat is: ik vind het persoonlijk best zonde van mijn geld om iedere dag coffee to go te kopen als ik daarna meteen op mijn werk ook al onbeperkt koffie kan drinken. Maar dat ben ik.

‘Gratis’ sauna

Waarom zetten ze die verwarming in treinen vaak zo hoog? Ik bedoel, het is wel lekker om niet dood te vriezen, maar meestal heb je je jas wel bij je als je met de trein reist, dus kamertemperatuur lijkt me onnodig. Ik zweet me altijd helemaal kapot (eerlijk is eerlijk, dat wordt wel aangezwengeld doordat ik standaard een minuut te laat van huis vertrek en het laatste stukje moet rennen) maar mijn jas uitdoen kan niet, ik kan niet eens bij m’n knoopjes want ik heb m’n twee tassen noodgedwongen op schoot en ik kan mijn armen nauwelijks bewegen zonder tegen de muur/in iemands zij/in mijn eigen gezicht te porren.

Het rijke innerlijke leven van een zombie

Ik zou zo graag eens op de telefoonschermpjes van mijn medereizigers willen kijken. Eens in de zoveel tijd zie je weer ergens een grimmige foto van een grote groep mensen die met gebogen hoofden naar hun telefoon staren. Onderschrift: de zombie-apocalyps is begonnen.

En ik geef toe: het ziet er ook stom uit, iedereen in z’n eigen piepkleine schermpje. Maar een telefoon biedt nu eenmaal heel veelzijdig vermaak, en dat voor iets dat slechts zo weinig ruimte in je tas inneemt! Ik lees bijvoorbeeld e-books. Of verbeter mijn Frans. Of werk mijn WhatsApp-correspondentie bij (ik ben zo’n hinderlijk persoon dat alles meteen leest maar er een week over doet om te reageren). Soms lees ik zelfs blogs! Allemaal nuttige en/of vermakelijke dingen. Ben best benieuwd wat voor leuke dingen andere mensen allemaal doen op hun telefoon.

Ga weg

Kunnen ze scholieren niet nog wat vaker vakantie geven? (Meteen een handige oplossing voor het lerarentekort, denk ik, want dan hebben de leraren iets meer tijd om hun lessen voor de bereiden en dan wordt het vak een stuk dragelijker) (ik kan het weten, ik heb ook 0.62 seconden voor de klas gestaan). Tijdens die schoolvakanties zijn de treinen zo lekker leeg en rustig, en kun je je tas rustig naast je neerzetten zonder dat je je meteen een hufter voelt. Ik zweer het, elke schoolvakantie is een cadeautje voor de forens. (Langere treinen inzetten mag ook)

12 Comments

Filed under rare wereld