verslaafd zijn is niet goed, nooit

Toen ik zestien was ging ik een week op uitwisseling naar Tsjechië. Een vriendin klaagde daar dat ze zich niet goed voelde. Het kwam door het gebrek aan fruit, vertelde ze, thuis at ze daar altijd heel veel van, zonder voelde ze zich slap. Ik had nergens last van. Ik at nooit fruit.

Vijf jaar later ben ik veranderd in een heuse vitaminejunkie. Op slechte dagen eet ik drie stuks fruit en tweehonderd gram groente, op betere dagen het dubbele. De naam van mijn blog doe ik weinig eer aan: in plaats van vijfkoffiegraag had-ie beter dertiengroenetheemetcranberrygraag kunnen heten.

Het ging mis toen ik op mezelf ging wonen. Ik ben altijd vaak ziek geweest en ik dacht dat het iets te maken had met de af en toe wat karige hoeveelheid groente die mijn ouders me voerden. Nu ik zelf de regie over mijn voeding kreeg, kon ik transformeren in een soort supermens vol energie – hoopte ik. Helaas vielen de resultaten van mijn nieuwe eetpatroon wat tegen, en toen ik naar de dokter ging was zijn conclusie dat ik minder moest stressen en meer moest sporten.

Dat van die stress is niet echt gelukt en sporten deed ik al genoeg, maar mijn gezondheid lijkt zich na een jaar toch te hebben verbeterd. Misschien doet het ouderdom me goed, misschien had mijn lichaam gewoon wat langer nodig om te begrijpen dat vitamines je weerstand verhogen – ik weet het niet. Ik weet wel dat ik niet meer zonder Gezond Voedsel durf. Doodsbang ben ik om op de eerste de beste dag dat ik geen appel heb gegeten te bezwijken aan de vogelgriep, als ik ergens bij iemand anders eet kijk ik altijd sip naar de scheve koolhydraten/groenteverhouding.

Dit lijkt niet misschien niet zo’n ernstig probleem, zolang ik hieraan toe blijf geven is er immers er niets aan de hand. Toch is er een ding dat me dwars zit: de afhankelijkheid. Verslaafd zijn is afhankelijk zijn. En dat wil ik niet. Inmiddels ben ik weer in Tsjechië geweest en ik heb daar genoeg fruit gekregen, maar stel dat ik ooit met een groep mensen op een bootje midden in de Atlantische Oceaan verzeild raak, of dat er anarchie uitbreekt dankzij een heftige een zombie-epidemie, dan ben ik de eerste die het loodje legt. Lekker is dat, goede gewoontes.

10 Comments

Filed under de ongemakken des levens

keanekronieken

Was eigenlijk de bedoeling om al mijn familieleden onzichtbaar te maken vanwege privacy en zo, maar wie er naast me zit zie ik zelf niet eens en mijn zusje staat er gewoon te mooi om om weg te painten. Dus vandaar.

Hoe ongemakkelijk was ik toen ik dertien was? Zo ongemakkelijk als op bovenstaande foto, dus. Dat arme kind. De foto is acht jaar oud en een mooie documentatie van het moment waarop ik het debuutalbum van Keane kreeg. Een omslagpunt in mijn muziekleven – dit was de eerste ‘serieuze’ band waar ik naar luisterde en, niet veel later, die-hard fan van werd (ik reken Avril Lavigne  voor het gemak niet mee als serieuze artiest).

Vanwege het feit dat ik geen geld had, YouTube en downloadprogramma’s nog niet bestonden en de rest van mijn muziekcollectie drie exemplaren telde, luisterde ik non-stop naar deze cd. Was niet erg; destijds voelde het als het enige album dat ik nodig had. Ik kende alle teksten en melodieën van voor naar achter en kon letterlijk verdwijnen in nummers als Your eyes open en en Bedshaped. Ik dacht dat dit nooit over zou gaan.

Het tweede album vond ik, net als de rest van wie zo veel van Keane hield, wat minder; de sound was anders, “het gevoel was weg.” Bladiebla. Het derde album vonden veel fans verschrikkelijk (“rottige bliepjesherrie”), maar ik vond het wel leuk, casual-leuk. Zoals vroeger was het toch al lang niet meer, maar heel erg leed ik hier nu ook weer niet onder.

Vorige week verscheen het vierde album, Strangeland. De sound doet denken aan hun debuut maar dan slechter, als je sommige fans mag geloven. Zelf is het me nog niet helemaal gelukt om een mening te vormen. Ik luister het met veel plezier, maar de eeuwigheidswaarde moet nog bewezen worden, zeg maar. Het scheelt dat ik niet hardnekkig op zoek ben naar ‘het gevoel’: dat heb ik ook bij hun eerste album al lang niet meer.

Mijn lach op de volgende foto is iets geposeerder. Ik ben wat ouder, draag wat meer make-up en voel ietwat minder voor Keane, maar ongemakkelijk blijft het altijd als iemand anders op Singstar een Keane-liedje gaat zingen, word ik toch boos. Het is immers mijn band.

Keane – You are young

23 Comments

Filed under muziek, vroegah

op vakantie in een wereldkaart

Tijdens de eerste les aardrijkskunde van de brugklas vertelde mijn leraar over zijn liefde voor atlassen. “Ik kan helemaal verdwijnen in een atlas. Ik kan op vakantie gaan in een atlas. Heeft iemand van jullie een cavia? Als jij met een stanleymesje in mijn atlas zou snijden, zou dat voor mij hetzelfde voelen als wanneer ik met een stanleymesje in jouw cavia sneed.”

Nu had ik geen cavia en kon ik me dus ook niet voorstellen wat hij zou voelen als er in zijn atlas gesneden werd, maar ik denk dat het best heftig moet  zijn. Atlassen zijn geweldig. Ik heb er op de middelbare school ook uren in doorgebracht, de vormen van landen bestuderend, hun ligging onderzocht en naar bekende steden gespeurd. In de brugklas zocht ik nog vooral naar het Draculakasteel, later werd mijn blik iets breder. Ik ontdekte landen waar ik kon wonen, welke mooi lagen en hoe het daar zat met de werkeloosheid, het geboortecijfer en het BNP.

Tegenwoordig ben ik vooral geïnteresseerd in de plattegrond van de USA. Dat mag eigenlijk niet van mezelf omdat ik van zo verschrikkelijk veel landen die meedoen aan het Eurovisie Songfestival nog nooit heb gehoord, maar hè, I can’t help myself. Zien waar al die films en series die ik heb gezien precies plaatsvinden, is eindeloos interessant. Daarnaast: ik hoef dit eigenlijk niet te weten, dus als ik het wel doe is het goed voor mijn zelfvertrouwen. Als ik Oklahoma kan aanwijzen, ben ik slim en als ik niet dat kan, maakt het niets uit; als ik Servië aanzie voor Bosnië, faal ik gewoon.

Om het leerproces wat te versnellen speel ik regelmatig dit spelletje, waarin ik drie beurten krijg om de juiste Amerikaanse staat aan te wijzen. Ik heb ze nog nooit allemaal in één keer goed gehad, maar dat maakt niet uit. Liever niet eigenlijk. Ik heb mezelf namelijk beloofd dat ik, zodra ik alles goed heb, al deze staten maar moet bezoeken. En ja, daar heb ik het geld niet voor. Beter maar dat ik voorlopig in mijn atlas op reis ga.

23 Comments

Filed under op stap

ik voel me rot als in een franse mcdonald’s ben, nee eigenlijk sowieso als ik in een mcdonald’s ben

We stonden in de verkeerde rij.
Dat zegt iedereen altijd, maar wij stonden écht in de verkeerde rij.

Volgens mij zijn alle McDonald’s-en langs snelwegen in Noord-Frankrijk immer gevuld met Nederlanders. Dit is gênant, heel gênant,  al weet ik niet precies waarom. Misschien omdat Nederlanders gewoon gênant zijn.

Het kleine meisje van onze kassa was al een hele tijd weg. Patat scheppen. Ik overwoog om in een andere rij te gaan staan, maar aangezien we hier al zo lang stonden, vond ik het zonde om te wisselen. Achteraan de rij naast ons stond een man die eruitzag als een zwerver. Hij had een bonnetje in z’n hand.

Voor me stond een blonde vrouw in een roze polo. Ze gebaarde naar het patatvulmeisje dat ze hierheen moest komen, en dat terwijl zij zelf nog lang niet aan de beurt was. Ze deed het met een air alsof het haar dagelijks werk was.

Achter me zei een man tegen zijn dochtertje: “Nee lieverd, we rijden door Duitsland. Je weet dat papa een pesthekel heeft aan België.”

In de rij naast me stond en weldoorvoede man met krullen en een trui van kasjmier. Zijn zoontje van vier had lang haar, een kekke streepjespolo en heette Florian.

Allerlei mensen rondom ons begonnen lacherig te zeiken over de medewerkers van de macdo. Ondertussen gingen deze onderbezette kinderen gewoon door met zich uit de naad werken.

Toen de blonde vrouw tien minuten later aan de beurt was, bestelde ze in het Engels. Het kleine meisje aan de kassa vroeg iets in het Frans. Ze herhaalde het drie keer, maar de vrouw begreep haar niet. Het meisje wist echter niet hoe je het in het Engels moest zeggen en wendde zich tot een hamburgerbakker. Zijn Engels was gelukkig beter, maar de boodschap beviel de vrouw niet.

De man die op een zwerver leek was uiteindelijk eerder aan de beurt dan wij. Hij reikte de caissière een bonnetje aan. Ze keek nogal moeilijk en maakte een afwijzend gebaar; de man reageerde hier niet op.

We hebben 35 minuten in de rij gestaan. En daarna was er maar één wc want de andere was tijdelijk buiten gebruik.

33 Comments

Filed under de ongemakken des levens

virtuele pluizigheid en de tand des tijds

Mijn zusje heeft hondjes. Ze heten Pepper, Tessa en Lucky. Ze roept ze door het schermpje van haar fancy Gameboy: “Pepper! Sit! Pepper! Pepper! Pepper! Sit! Sit! Sit! Jaaaaaaaaaa, goodgirlgoodgirlgoodgirl!”

Als mijn zusje het later over haar jeugdtrauma’s zal hebben, zal ze waarschijnlijk zeggen dat ze ‘geen hond mocht’. Ik dank god op mijn blote knieën dat ik geen hond kreeg toen ik erom vroeg (stel je voor dat dat beest nog steeds geleefd had!). Gelukkig maar dat zij vele surrogaatviervoeters op een beeldscherm heeft, want ik weet niet wat ze anders met al die dierenliefde had aangemoeten.

Toen mijn broertje en ik haar leeftijd hadden, zaten we in een soortgelijke situatie. Wij konden (om beduidend andere redenen) ook geen Pokémon in huis nemen en moesten daarom onze pokémontrainerskills maar uitleven op onze minder fancy Gameboys. Met uiterste zorg en aandacht zocht ik naar Pidgeys en Taurossen, en ja, zodra ik een mythische Pokémon in een hoekje van een grot had gedreven kirde ik ook tegen mijn Ivysaur dat-ie zo lekker bezig was.

En als het daarbij bleef! Maar nee, ook als mijn beeldscherm uit stond was ik samen met mijn Pokémon. Als ik naar school fietste, zat ik eigenlijk op de rug van Arcanine. Als ik aan het tennissen was, had ik Eevee aan mijn zijde.

Mijn liefde voor die beesten eindigde toen het spel maar bleef vastlopen en ik telkens opnieuw moest beginnen. En okee, je wordt oud en als niemand met je met de pokémonkaarten wil spelen is het ook niet meer leuk.
Bovendien: liefdes voor dingen die niet bestaan, vervagen nu eenmaal sneller dan the real thing. Zodra de buzz voorbij was stierven mijn Pokémon. Hun leven was korter dan die van de gemiddelde cavia.

Nu maar zien of mijn zusjes liefde voor honden de tand des tijds doorstaat. Ik kan slechts hopen dat haar fancy Gameboy het niet begeeft.

17 Comments

Filed under rare wereld

snob de la musique

Af en toe heb ik last van een enigszins vertekend zelfbeeld. Zo dacht ik onlangs, terwijl ik potten olijven kapot liet kletteren in de glasbak: “Zo Lisa, jij bent ook echt geen muzikale snob zeg, wat goed dat je zo open-minded bent!”
Daarna liep ik door naar de supermarkt. Uit mijn Ipod klonk een nummer dat Sodom is free heette. Ja, dat is inderdaad niet echt een titel voor iemand met zo’n elitaire muzieksmaak dat-ie alle B-Sides van het vroege werk van Jeff Buckley uit elkaar kan houden. Desondanks heb ik eigenlijk best wel veel mening over allerlei muziek. Veel vind ik ongeloofwaardig. Irritant-hipperig. Irritant-stoer. Irritant-wannabe-zwoel. Commercieel-nep-rebels. Saai.
En oké, van veel dingen die ik leuk vind zou je nou ook niet echt zeggen OMG DE ARTIEST HEEFT HIER ZIJN ZIEL EN ZALIGHEID IN GELEGD NU BEGRIJP IK DE ZIN VAN HET LEVEN. Eén van mijn favoriete cd’s is nog altijd die van de Griezelbus Musical en ik trip ‘m echt op dit liedje (en bijbehorende dansje). En daar schaam ik me allerminst voor. Maar over het algemeen: ik oordeel, ik oordeel en ik oordeel non-stop.

Ik durf alleen niet zo goed te zeggen op welke muziek ik dan precies zo neerkijk, omdat ik bang ben dat er lezers zijn die wel met heel hun hart van deze liedjes houden. En dat wil ik nou ook weer niet. Niet alleen omdat ik jullie allemaal te vriend moet houden, maar ook omdat ik vind dat iedereen moet luisteren waar-ie gelukkig van wordt. There’s no guilty, only pleasure. Dat de één het veroordeelt, voelt de ander toch lekker niet zolang die ene gewoon z’n mond houdt. Of zo.

Nu ga ik weer naar One Direction luisteren. En dan spoel ik ‘t eens een keer niet weg met Bowie.

20 Comments

Filed under muziek

inspirerende sluikreclame hoop ik dan

Voor dit soort momenten moet je dus altijd haastig vooruit getypte blogs klaar hebben staan, om je lezers de illusie te geven dat je nog vol met je hoofd in de blogwereld zit. Maar eh, daar faal ik nu dus in. Het is geen gebrek aan inspiratie, wel een gebrek aan tijd om het uit te werken. Wat ik ook heb: een werkstuk over Connie Palmen dat afgeschreven wil worden, een feest dat geregeld gaat worden en een opkomende verkoudheid. En en en, een awesome quote van Caitlin Moran:

“As the years went on – and my friends kept persistently not writing novels, or West End musicals, about me – I gradually realised that I’m just not the muse type. Girls like me don’t inspire people.
I’m just not muse material, I finally thought to myself, sadly, on my 18th birthday – looking at a world wholly non-inspired by me. ‘I’m not a princess, I’m not a muse. If I’m going to change the world, it’s not going to be by endorsing a landmine charity in a tiara, or inspiring the next
Revolver. Just “being” me isn’t enough. I’m going to have to do something, instead.’”

Zo. En nu ga ik ook wat doen: koffie zetten. En dan verder met Connie P. Want ik denk ook niet dat ik iemand zo ga inspireren dat diegene dan een huis voor me koopt en dan mijn torenhoge studieschuld afbetaalt omdat ik het updaten van mijn blog verkoos boven het werken voor mijn studie.

In de tussentijd zouden jullie How to be a woman van Caitlin Moran kunnen lezen. Maar misschien moet ik iets meer doen om jullie interesse te prikkelen dan een beetje in het rond bazelen over hoe druk ik het wel niet heb en dan een stukje uit het boek overtypen. Mochten jullie haar uitspraak op zich al inspirerend genoeg vinden: haar kick-ass feministisch handboek is zowel in het Engels als het Nederlands te bestellen.

13 Comments

Filed under metablog, tijdmanagement

de beste anti-katertips you’ll ever meet

Weet je waar ik van baal? Dat mij nooit gevraagd wordt of ik nou een paar écht goede tips heb tegen een kater. Want ja, die heb ik zeker. Ik loop maar rond met al die kennis, wachtend tot het moment dat ik het eindelijk met iemand kan delen. Helaas weet ik niet zeker of mijn tips echt werken want het is natuurlijk allemaal puur theoretisch en berust totaal niet op ervaring. Dat ik zoveel verstand van dit onderwerp heb, is puur een gelukkige combinatie van een vrouwenbladenverslaving en gewoon heel veel algemene kennis.
Gelukkig leven we in de 21ste eeuw en geloof ik in maakbaar geluk. Dus, in plaats van dat ik keurig en beleefd wacht tot iemand mij het woord geeft, pleur ik mijn tips lekker het internet op. Lees & leer.

Dingen Die Heel Goed Helpen Tegen Een Kater
1) Groene thee met honing. Omdat groene thee (in tegenstelling tot zwarte thee) ervoor zorgt dat de vochtbalans in je lichaam herstelt. En honing voor de aanvulling van natuurlijke suikers, want die schijn je ook te verliezen als je te veel zuipt. Daarbij is het een goddelijke combinatie, weet ik uit niet-brakke ervaring. En het werkt NOG beter als je honing met walnoten erin hebt. Dat bestaat, ja.

2) Diepvriesfuit. Of het nou lekker is en van de Albert Heijn komt of  het de naar kaaszoutjes smakende variant van de C1000 is: dat doet er niet toe. Je moet fruit eten. En ijskoud fruit verfrist al helemaal. Alleen niet te snel na je hete thee drinken, anders krijg je ook nog eens pijn in je tanden en dan heb je echt helemaal overal pijn.

3) Zet je raam open. Dit is een beetje een flauwe tip maar het werkt wel. Het raam openzetten werkt namelijk tegen alles en vooral tegen dat gevoel alsof je ieder moment kan doodgaan.

Zo, dit waren mijn anti-katertips. Karig? Welnee. Less is more en minder werk. En geef me even door of het heeft geholpen, oké?

18 Comments

Filed under tips en tricks

verspilde jaren

Ik ben 21 en ik voel me oud. Waarschijnlijk zijn er een aantal van jullie die nu schamper lachen. Anderen zullen beamend knikken. Want ja, 21 is inderdaad al fucking oud.

Vorig jaar moest ik ergens mijn leeftijd invullen. Het duurde even voordat ik me herinnerde wat dat dan precies was. Dat het eerste cijfer van mijn leeftijd met een twee begon, wilde maar niet echt tot me doordringen.
Sindsdien slaat me de schrik me regelmatig om het hart als ik denk aan hoeveel verjaardagen ik al achter de rug heb. Vandaag werd dit weer getriggerd doordat ik opeens terug moest denken aan 4 vriendinnen, 1 spijkerbroek. Toen ik het op mijn veertiende las, vond ik de hoofdpersonen heel oud en volwassen. Nu ik het googlede bleek dat de hoofdpersonen zestien waren. Zestien! Dat is vijf jaar jonger dan ik nu ben! Zelfs mijn kleine broertje is ouder en wijzer!

Vijf jaar volle jaren al geen zestien meer. Ik zou mezelf haast terugwensen. De hele dag niets uitvoeren, niet de verantwoordelijkheid hebben om zelf allemaal spannende dingen te ondernemen, omdat het toch niet mocht of kon of er geen geld voor had. En ja, ik weet best dat dit verlangen nergens op slaat – toen ik zestien was zat ik alleen maar te wachten tot ik eindelijk van die middelbare school af was en ik op mezelf kon gaan wonen. En kijk eens: ik heb nu alles waar ik toen naar verlangde. En wil ik nota bene terug. Naar verveling, lamlendigheid en andere misère.

Het is dat de oudere vrienden die ik heb nauwelijks wijzer zijn dan ik; dat relativeert mijn bejaard-zijn enigszins. Terug kan toch nooit meer, me verzoenen met mijn leeftijd is beter. Niet meer 4 vriendinnen, 1 spijkerbroek lezen, ook niet Van Oude Menschen, de Dingen Die Voorbij Gaan, maar iets gezelligs en hersenloos over het studentenleven, of zo. Nu kan het nog: volgens de statistieken ben ik een jongere. Dus laat ik daar in godsnaam nog maar van genieten. Dat vergat ik immers toen ik zestien was.

(En als dat niet werkt ga ik weer bij mijn ouders wonen, maak mijn stufi op aan lipgloss en neem een abonnement op de Cosmogirl)

32 Comments

Filed under leven, vroegah

handleiding voor behulpzame mensen

Toen de trein stopte bij Amsterdam Amstel, had ik mijn pasta al lang op. Het kartonnen doosje van Julia’s zat lusteloos tussen mijn vingers geklemd. Mensen dromden zich langs me naar buiten. Als allerlaatste kwam een blonde jongen met een sporttas de coupé uit. Hij stopte voor mijn neus en stak zijn rechterhand uit. Even dacht ik dat het een vage maar beleefde kennis was die mijn hand wilde schudden voordat hij snel verder moest. Klein verschil was dat ik deze jongen écht nog nooit had gezien. Na hem secondenlang niet-begrijpend te hebben aangestaard, drong het tot me door dat hij mijn pastabakje wilde hebben. Ik gaf het hem, bedankte hem toen hij snel de trein uit sprong. De deuren sloten direct. Ik bleef verbaasd achter en verzon de ene na de andere theorie over een ondergrondse internetbeweging die het dagelijks leven van treingangers op wil fleuren door ongevraagd iets aardigs te doen.

Volgende keer ga ik ook het afval van een vreemde weggooien. Al is het maar omdat je mensen er zo mee van hun stuk brengt.

21 Comments

Filed under rare wereld