de wachtkamer van de vakantie

Geloof het of niet, maar ik heb bijna vakantie. Nou ja, vakantie, vakantie: je kunt het ook gewoon werkloosheid noemen, want over drie weken ben ik klaar met mijn studie en stage en dan ‘heb’ ik dus niets meer. Na een bachelor van vier jaar (ik ging naar Parijs en liep mijn eerste stage, oké), een master van een jaar en nog een master van een jaar gaat De Rest Van Mijn Leven nu eindelijk eens beginnen.

Ik gebruik het woord ‘eindelijk’ niet omdat ik zo graag wil dat het voorbij is, maar omdat het al met al toch wel lang geduurd heeft, dat gestudeer van mij. De tijd is snel gegaan, maar ook weer niet zo snel dat ik niet heb gemerkt wat er allemaal is gebeurd, wat er allemaal is veranderd.

(Voor wie zich nu zorgen maakt over mijn aankomende werkloosheid: niet doen hoor. Het komt wel goed met mij, misschien niet binnen drie weken maar vast wel snel daarna. Al hoop ik natuurlijk dat het wél binnen drie weken is, zou toch relaxt zijn.)

Ik heb nog geen idee hoe de weken na de drie weken ingericht zullen worden, of ik veel bezig zal zijn met zoeken of vrij snel iets zal vinden, of ik gauw moet beginnen of lang moet wachten, of ik nog op vakantie kan of dat ik toch in paniek ga raken (of allebei). Ik weet nog niet waar ik me op moet verheugen of waar ik bang voor moet zijn. Mijn zomer is een onbeschreven blad, maar ik ben helaas niet in mijn eentje verantwoordelijk voor wat erop komt te staan.

Wat ik wel weet: ik heb zin in de vakantie, hoe die er ook uit komt te zien. Zin om op een terras te zitten (sorry, lekker basic), zin om Summer Jam te luisteren (dat was dé zomerhit van toen ik 12 was, zoiets vergeet je niet), zin om naar Parijs en Londen te gaan (nee, staat niet op de planning, maar ik heb gewoon heel specifiek ZIN in deze twee steden, ik droom er zelfs over, kan het ook niet helpen), zin om naar het strand te gaan (iets dat ik echt nooit doe, zou leuk zijn om daar op mijn 25ste eens verandering in te brengen), of het park (dat doe ik wel al vaak, no worries), en om boeken te lezen waar ik anders niet aan toe kom (lees: Career of evil van J.K. Rowling (ik bedoel Robert Galbraith)), om gewoon niet meer bezig te zijn met alles dat nog gedaan moet worden. Alleen van die vooruitzichten al schiet mijn endorfinegehalte zo omhoog dat ik mezelf bijna niet meer herken (wie is dit rare blije mens??!?)

Nog een paar weken doorbikkelen, en dan is dit collegejaar echt echt echt klaar. Ik heb ergens al een beetje het gevoel dat het al zover is, maar dat komt doordat ik geen les meer hoef te geven en ik mijn belangrijkste onderzoek van dit jaar al heb afgerond. Met andere woorden: ik moet nog dingen doen, maar echt zwaar wordt het niet meer.

Ik heb nu de neiging om een beetje te gaan lanterfanten, om geen to do-lijstjes meer te maken en alleen maar Orange Is the New Black te kijken en vegan barbecuerecepten op te zoeken, maar dat kan/mag eigenlijk nog niet, want ik zit nu nog niet in de vakantieperiode, ik zit in de wachtkamer van de vakantieperiode/werkloosheid/De Rest Van Mijn Leven.

En weet je?

Het is hier best leuk.

1 Comment

Filed under studie/werk

ik ben ook maar een mens

Heus, ik hoor ze wel hoor, al die stemmen die roepen: “Lisa, Lisa, waarom blog je niet meer, je had net een comeback gemaakt en nu is het alweer twee weken stil”, ik hoorde ze al lang, luid en duidelijk.
Maar ik had even geen tijd om erop te reageren. Wist ook niet zo goed hoe ik erop moest reageren, eigenlijk.

Ik zit in een interessante periode van mijn leven. Ik ben bijna afgestudeerd (for realz nu, hierna ga ik écht niet meer aan een nieuwe studie beginnen), wat betekent dat a) ik heel veel deadlines heb en b) het Grote Solliciteren zo langzaamaan eens een beetje is begonnen.

Want ja, afgestudeerd zijn is leuk, maar niet als je werkloos bent.

(En nee, er is nog geen mecenas opgestaan die ervoor zorgt dat ik fulltime kan gaan bloggen zonder dat ik mijn ziel hoef te verkopen en gesponsorde verhalen moet plaatsen over autobanden, dakramen, McDonalds e.d.)

Inmiddels ben ik dus begonnen met solliciteren, maar ik vind het allemaal niet makkelijk hoor, dat hele gedoe van weten waar je nu echt op je plek zit en de mensen die al op die plek zitten ervan overtuigen dat jij erbij hoort. Nu heb ik er over het algemeen wel vertrouwen in dat dat gedeelte van het werk zoeken goedkomt hoor, dat is mijn grootste probleem niet.

Nee, waar ik momenteel meer over inzit is een bepaalde complicerende factor en die factor heet ‘mijn blog’ (ja, die site waar je nu op zit dus). Slimme potentiële werkgevers (spw’s) lezen namelijk mee voordat ze besluiten om me aan te nemen, anders zijn ze niet slim. Dat is aan de ene kant goed, want ik ben trots op mijn blog en hij laat ook wel zien dat ik veel van taal hou, wat voor mijn sollicitaties vrij belangrijk is. Bij mijn vorige stage was mijn blog in ieder geval een groot pluspunt. Maar: ik weet niet of alle organisaties het hiermee eens zijn.

Als je niet of nauwelijks te vinden bent op internet, kun je je eigenlijk heel makkelijk wat idealer voordoen dan dat je bent. Als je nogal aanwezig bent op internet, kan dat niet (tenzij je al die tijd hebt gedaan alsof je perfect bent). Spw’s kunnen met één klik al mijn slechte eigenschappen zien. Ze kunnen denken dat ik een opgever ben omdat ik geen spijkerbroek heb kunnen vinden. Ze kunnen denken dat ik een slappeling ben omdat ik één keertje (oké, iets vaker) (maar echt niet echt vaak) heb geschreven dat ik ziek was. Ze kunnen me stom vinden omdat ze mijn muzieksmaak niet waarderen of omdat ze mijn grapjes niet snappen of omdat ik zo vaak blogposts illustreer met foto’s van mijn eigen hoofd.

Door al deze onzekerheden vind ik het tegenwoordig moeilijk om te bloggen, want ja, ik zou zomaar eens iets kunnen schrijven dat ervoor zorgt dat de spw’s denken dat ik een totale sukkel ben. Maar als ik niets schrijf, lijkt het ook weer alsof ik geen discipline heb en mijn bloedeigen blog niet eens kan bijhouden, en als ik alleen maar schrijf over hoe geweldig ik wel niet ben, wordt mijn blog ook zo saai – en een beetje ongeloofwaardig. Een fantast/narcist is bovendien ook niet bepaald de ideale werknemer. Met andere woorden: ik zit gevangen in een spagaat van angst en vrees.

En nee, ik ga mijn blog ook niet anoniem maken zodat ik weer kan doen alsof ik een soort perfecte werkrobot ben, daarvoor is deze site veel te veel verweven met mezelf, zelfs al schrijf soms twee weken even niet.

Bovendien zou het ook best wel eens zo kunnen zijn dat spw’s mijn blog gewoon wél leuk vinden.

En misschien denken alle spw’s nu wel: jeetje, wat een aansteller is die meid met dat gejank over d’r blogje. Dat zou pas echt zuur zijn.

Dus bij dezen, nu weten jullie allemaal waarom het hier momenteel even niet zo’n dolle boel is. Mochten jullie ideeën hebben voor blogonderwerpen die impliceren dat ik de Gedroomde Kandidaat voor zo’n beetje iedere functie ooit ben, laat het weten (of lijkt het nu weer alsof ik heel lui/niet creatief ben???). En spw’s, mochten jullie deze blog lezen: oordeel a.u.b. niet te hard naar aanleiding van alle rare dingen die ik hier schrijf. Ik ben immers ook maar een mens.

Al zal ik beloven dat ik jullie hier tijdens kantooruren niets van laat merken, oké?

8 Comments

Filed under metablog

over boeken die ik (niet) gelezen heb

Hoe leuk het ook is om over boeken te praten, soms heb je even niets specifieks te melden. Dan kun je natuurlijk wel je mond houden, maar je kunt gewoon heel lui een vragenlijst invullen zodat je zelf geen onderwerp hoeft te verzinnen. Omdat ik nou ook weer niet zó lui ben, heb ik maar gewoon zelf een vragenlijst opgesteld en ingevuld. Bij dezen, mijn meninkjes over/ervaring met een heleboel boeken:

Vaakst herlezen boek: Het Vampierhandboek van Paul van Loon en Jack Didden. Ik nam dat boek tussen mijn achtste en mijn twaalfde ongeveer iedere twee maanden wel een keertje mee van de bieb. Reken maar uit, dit record verbreek ik nooit van mijn leven meer.

Boek dat het meest tegenviel: Dracula van Bram Stoker. Dat had alles te maken met de torenhoge verwachtingen die ik had dankzij Het Vampierhandboek.

Leukste boek met het teleurstellendste vervolg: Bridget Jones’s Diary van Helen Fielding, dat is echt het allergrappigste boek dat ik ooit gelezen heb, maar deel 2 is gewoon een kopie van deel 1 alleen dan stom. Needless to say, deel 3 ga ik niet proberen.

Boeken die zo eng waren dat ik er wakker van heb gelegen terwijl ik toch echt al volwassen was toen ik ze las: Ik ben niet bang van Niccolò Ammaniti en Roman over mijn vrouw van Emily Perkins. Vooral die laatste is echt creepy as hell.

Lievelingsboek uit mijn vroege kindertijd: Ik weet niet meer hoe het heette, maar het ging over een meisje dat een knuffel als BFF had en die knuffel op een dag kwijt was. Ik vond het zo geweldig dat mijn moeder het exemplaar uit de bibliotheek maar voor me kopieerde omdat het nergens meer te koop was (mooi hè, het leven voor bol.com).

Lievelingsboeken uit mijn late puberteit: Anders dan jij van Per Nilsson en Sprong in de leegte van Lydia Rood. Twee boeken die me nog steeds heel dierbaar zijn, het eerste omdat ik erdoor stopte met vlees eten (ja dat blijft je wel bij), het tweede omdat het zo mooi rauw en pijnlijk is geschreven dat ik al bijna weer moet huilen als ik eraan denk.

Andere boeken waarbij ik echt gênant hard heb gejankt: Harry Potter deel zeven, A casual vacancy (ook van J.K. Rowling, ik hou het drie jaar na het lezen hiervan trouwens nog steeds niet droog als ik Umbrella van Rihanna hoor) en een of ander boek over een wolf die door mensen was geadopteerd en toen op een hele lullige manier doodging.

Boek waarvan ik wou dat het realiteit werd: Harry Potter (nou ja, alleen de magie dan, niet de tovernaarsoorlogen en zo).

Choquerendste boek ooit gelezen: De mummie, of Ramses de gedoemde van Anne Rice. De hoofdpersoon had in dit boek seks met een mummie. Geen grap.

(Het ironische hieraan is dat ik dit op mijn 15e las aan het zwembad in Frankrijk, waar ik vrienden was geworden met drie telgen uit een megachristelijk gezin dat nogal serieus in de hel geloofde. Dit traumatiseerde me overigens nog meer dan die mummieseks, maar dat is een verhaal voor een andere keer.)

Hoofdpersonage met wie ik me het meest kan identificeren: Adrian Mole uit de Adrian Mole-boeken van Sue Townsend (niet lachen a.u.b.).

alchemist boeken tag coelho

Boek dat ik nu lees/boek met de mooiste vormgeving: De alchemist van Paulo Coelho (foto is gemaakt in de kamer van mijn zusje trouwens, voordat jullie denken dat ik een zieke make-upstash heb) (ik lees tegelijkertijd trouwens Het huis van de moskee van Kader Abdolah, maar ik kan niet vertellen of de vormgeving mooi is of niet want het is een e-book).

Percentage ongelezen boeken in mijn boekenkast: ongeveer 30 procent.

Boek dat beter is dan de film: The perks of being a wallflower van Stephen Chbosky. Ik vond de film ook wel goed, maar het was uiteindelijk toch een net niet sterk genoeg aftreksel van het boek (echt, ga dat lezen!).

Boek dat slechter is dan de film: Interview with the vampire van Anne Rice. Het boek is mooi maar de film is juist weer een soort espressovariant van dat boek (sorry ik heb deze uitspraak gestolen maar ben even vergeten van wie). In het boek zitten namelijk wat overbodige scènes die de vaart uit het verhaal halen, en het is bij lange na niet zo sfeervol als de film.

Boek dat ongeveer even goed is als de film: Into the wild. Totaal anders want het boek (geschreven door Jon Krakauer) is non-fictie, dus er is ook veel meer ruimte voor achtergrond en verklaringen enzovoort, maar ik vind ze allebei PRACHTIG. Het is niet dat ik de hoofdpersoon zo cool vind of zo (de mensen die een hekel aan de film hebben, hebben dat meestal omdat ze een hekel hebben aan die gast en vinden dat hij wordt geïdealiseerd), maar juist omdat het zo aan het denken zet over het leven in een samenleving en het leven buiten een samenleving, en over hoe treurig beide keuzes eigenlijk zijn.

Lievelingsschrijver: Renate Dorrestein (zo’n beetje de enige persoon wiens boeken is allemaal uitlees) (ik ben echt een dramatische niet-uitlezer).

Schrijver waarvan ik boeken vaker niet uitlees dan wel: Anne Rice. Sorry Anne. Ik begin altijd optimistisch maar het idee van het lezen van je boeken is toch altijd leuker dan het lezen van je boeken zelf.

Lievelingsboek aller tijden dat ik al vier jaar niet gelezen heb: The picture of Dorian Gray van Oscar Wilde. De laatste keer dat ik ‘m gelezen had was ik ZO onder de indruk van alle waarheden die ik in dit boek vond, dat ik bang ben dat een nieuwe lezing alleen maar tegen kan vallen.

Boeķ dat me WOEDEND maakte: De vriendschap van Connie Palmen. Ik vond het destijds (is al tien jaar geleden hoor) zo’n zeikverhaal dat ik er bijna van ging schuimbekken. (Andere boeken van C.P. vind ik trouwens wel weer goed, raar hoe zoiets werkt.)

Boek dat ik al haatte voordat het cool was om erop te haten: Twilight. Ik was een early adapter, laten we maar zeggen.

En hier hou ik het bij voor vandaag. Voel je trouwens vrij om deze vragen over te nemen op je eigen blog als je dat leuk vindt (ik zou niet weten waarom je dat zou willen, maar goed)!

12 Comments

Filed under boeken

spijkerbroekenblues

Ik heb geen spijkerbroek. Dat is best wel bijzonder, geloof ik, want de spijkerbroek is toch wel de basic der basics, naast het witte T-shirt (heb ik trouwens ook niet). Het valt andere mensen ook altijd op, want bijna iedereen die ik ken heeft ooit wel eens tegen mij het zinnetje “Jij draagt eigenlijk nooit spijkerbroeken hè…” uitgesproken. Ik hoop nu niet dat ik overkom alsof ik cool wil zijn (net zoals die mensen die maar opscheppen over het feit dat ze geen tv hebben maar dan alsnog de hele dag doelloos op internet zitten) (ik heb wel een tv maar hij is niet eens aangesloten) (ik zit ook de hele dag doelloos op internet), want dat is niet mijn bedoeling.

Dat ik geen spijkerbroek heb, is (net zoals het feit dat mijn tv niet aangesloten is) geen kwestie van stijl of principe, maar meer een kwestie van luiheid en perfectionisme. Jaja, jullie verwachten het misschien niet, maar deze twee eigenschappen gaan hand in hand. Het zit namelijk zo: ik wil alleen maar de perfecte spijkerbroek (die niet afzakt en niet gemaakt is door kinderen) en anders niets, maar ik heb geen zin om die te zoeken. Een rokje of een vest past namelijk bijna altijd, en als die dingen niet passen, pak je een maatje groter of kleiner. Dan kom je er meestal wel uit. Bij spijkerbroeken is het een ander verhaal: zo’n ding moet zó precies om je lichaam schikken dat het zoeken naar een spijkerbroek wel het zoeken naar een soulmate lijkt. Je kunt naar huis gaan met een exemplaar dat nét niet helemaal lekker zit, maar daar word je op den duur alleen maar ongelukkig van.

Daarom is de kans dat je na het zoeken naar een spijkerbroek met lege handen terug naar huis keert, gewoon best wel groot. Ik ben een drukbezette vrouw, dus ik kan het me niet permitteren om op bij voorbaat mislukte spijkerbroekenjacht te gaan, zo simpel is dat.

En meestal vind ik dat prima, want ik mag dan wel geen spijkerbroek hebben, ik heb wel een heleboel andere kleren en die zijn vaak eigenlijk nog leuker ook dan spijkerbroeken (zoals ik al zei, het is bij mij geen kwestie van stijl, maar iedereen weet dat een spijkerbroek niet zo superfancy is). Alleen soms, op sommige dagen, vind ik het eigenlijk toch wel een beetje jammer dat ik me niet in mijn favoriete spijkerbroek kan hijsen – dan verlang ik ineens toch maar zo’n blauw ding met pijpen.

Waarom ik daar ineens naar verlang? Noem het sociale conditionering (hoe vaak hebben we wel niet in magazines gelezen dat je echt niet zonder jeans kunt???), noem het jaloezie vanwege wat ik om me heen zie (overal spijkerbroeken!), noem het behoefte aan comfort, ik weet het niet, maar op sommige dagen (lees: vandaag) heb ik gewoon écht geen zin om mezelf in een panty te hijsen, of in een van de niet-spijkerbroekbroeken die ik heb. Op sommige dagen is alles wat niet van spijkerstof is gewoon te veel moeite. Dan wil ik gewoon een skinny jeans en een t-shirt.

Op zulke dagen voelt mijn leven altijd onnodig ingewikkeld, alsof ik het mezelf gewoon veel te moeilijk maak door geen spijkerbroek te kopen.

Het spijkerbroek als symbool van het simpele leven. Alleen te verkrijgen na héél veel moeite.

geen spijkerbroek

Ter compensatie draag ik mijn spijkerblouse maar gewoon om de dag

22 Comments

Filed under kleding en zo

dagboek van een niet-hardloper

niet kunnen hardlopen

Aan het begin van dit jaar blogde ik redelijk vaak over mijn verrotte knie die eigenlijk dus niet verrot is (sowieso slaat het woord ‘verrot’ in deze context nergens op, ik ben niet aan het ontbinden, maar goed). De laatste tijd heb ik echter niet meer zo veel over dit onderwerp geschreven. Niet omdat ik geen last van mijn knieën meer heb, maar omdat het een beetje een saai verhaal aan het worden is. Ieder persoon dat in meerdere of mindere mate iets mankeert, weet: na drie keer vertellen dat er geen verbetering heeft plaatsgevonden, haken mensen af.

Inmiddels heb ik er al een tijdje braaf mijn mond over gehouden, dus ik mag er wel weer eens iets over zeggen: ik heb nog steeds last van allebei mijn knieën, niet zodanig dat ik echt veel pijn lijd, maar wel zodanig dat ik denk: hmm, ik moet maar even rust nemen, want anders gaat het dadelijk écht zeer doen. Dus ik lijd wel degelijk, maar vooral geestelijk.

Het meest lijd ik dan nog wel onder het feit dat ik niet kan hardlopen. Dat vind ik heel erg, en echt niet alleen omdat ik een hekel heb aan krachttraining. Ik mis het rennen ontzettend. Vorige week ging ik voor het eerst sinds heel lang weer eens vijf minuten rennen op de loopband (zo kort kan wel), en ik vond het zo fijn om gewoon mijn benen te bewegen en te gáán. Gewoon, hup, been voor been, blik op oneindig en dan vooruit. Hoewel het niet zo leuk was als buiten rennen, was het toch het leukste dat ik ooit in die sportschool gedaan had.

Nu het weer steeds mooier wordt, wordt het steeds lastiger om niet hard te lopen. Vorige week zat ik even in de zon te eten, maar ik dacht alleen maar: ik wil door de zon rennen. Als ik langs de Amstel fiets, denk ik alleen maar: ik wil langs de Amstel rennen. Als ik door het park loop, denk ik alleen maar: ik wil door dit park rennen. Als ik binnen zit te werken en de lucht buiten is stralend blauw, fantaseer ik niet over terrasjes, maar over hardlopen.

(En ja: iedere hardloper die ik zie, wil ik uit jaloezie tackelen. Niet erg sympathiek, maar dit schijnt natuurlijk te zijn voor geblesseerde hardlopers.)

Ik ben ervan bewust dat deze onmogelijke liefde alleen maar pijnlijker wordt doordat ze onmogelijk is, want toen ik het nog wel kon, had ik echt niet iedere dag superveel zin om mijn hardloopschoenen aan te trekken, ik moest mezelf heel vaak de deur uitslepen. En heus, ik weet ook wel dat dit niet het einde van de wereld is en dat er genoeg mensen zijn die met mij zouden willen ruilen (verder werkt mijn lichaam namelijk top) (oké ik heb ook last van hooikoorts maar ach wie niet).

Dus ja, zielig ben ik heus niet. Vooral ook omdat ik weet dat ik best nog wel een tandje bij kan zetten bij mijn fysio-oefeningen (ik doe ze wel braaf hoor, maar het kan altijd beter). Dat ga ik maar meteen even doen, zodat ik de volgende keer dat ik jullie verveel met verhalen over mijn knie tenminste goed nieuws te melden heb. Is ook voor jullie minder saai, dus uiteindelijk worden we er allemaal beter van.

10 Comments

Filed under hardloopavonturen