Overpeinzingen in de sprinter om 07.51

Een stukje meedenken

Kijk, inmiddels weet iedereen wel: treinreizigers die een stoel bezet houden met hun tas terwijl het hartstikke druk is, zijn hufters. Maar weet je wie óók hufters zijn? Mensen die aan de buitenkant van zo’n vierzitsplek van een sprinter zitten, en niet even opstaan als er iemand op een stoel aan de binnenkant wil gaan zitten.

Voor de mensen die nooit met de sprinter reizen: die zitjes zijn zó klein dat je altijd je best moet doen om niet gezellig met je knieën tegen de knieën van je overbuur te zitten. Hoe moet ik me dan in godsnaam door dat fort van knieën heen wurmen om op mijn zitplek aan te komen? (Antwoord: het is een gevecht. Ik moet enorm mijn balans zoeken terwijl ik me erdoorheen pers als een babyhoofdje tijdens een bevalling, stap 50% van de keren per ongeluk op de voet van een van de hufters (wel echt per ongeluk want ben een pussy) en sla, al helemaal per ongeluk, mijn tas in het gezicht van de arme derde persoon waar ik tegenover wil gaan zitten en die er allemaal ook niets aan kan doen.)

Vijf koffie graag (per week)

Waar ik me altijd over verbaas: hoeveel mensen coffee to go kopen op een normale doordeweekse dag. Dit is echt geen judgement, want hoe meer mensen coffee to go kopen (liefst wel in hip uitziende herbruikbare bekers natuurlijk) hoe meer koffietentjes ik heb om uit te kiezen op die 2x per jaar dat ik zelf trek heb in een lekker coffeetje to go (daarom heb ik geen herbruikbare beker, hij zou dan ergens achterin de kast belanden – en hierdoor koop ik dus nóg minder koffie, want ik schaam me dat ik geen herbruikbare beker heb). Anyway, terug naar mijn punt, en dat is: ik vind het persoonlijk best zonde van mijn geld om iedere dag coffee to go te kopen als ik daarna meteen op mijn werk ook al onbeperkt koffie kan drinken. Maar dat ben ik.

‘Gratis’ sauna

Waarom zetten ze die verwarming in treinen vaak zo hoog? Ik bedoel, het is wel lekker om niet dood te vriezen, maar meestal heb je je jas wel bij je als je met de trein reist, dus kamertemperatuur lijkt me onnodig. Ik zweet me altijd helemaal kapot (eerlijk is eerlijk, dat wordt wel aangezwengeld doordat ik standaard een minuut te laat van huis vertrek en het laatste stukje moet rennen) maar mijn jas uitdoen kan niet, ik kan niet eens bij m’n knoopjes want ik heb m’n twee tassen noodgedwongen op schoot en ik kan mijn armen nauwelijks bewegen zonder tegen de muur/in iemands zij/in mijn eigen gezicht te porren.

Het rijke innerlijke leven van een zombie

Ik zou zo graag eens op de telefoonschermpjes van mijn medereizigers willen kijken. Eens in de zoveel tijd zie je weer ergens een grimmige foto van een grote groep mensen die met gebogen hoofden naar hun telefoon staren. Onderschrift: de zombie-apocalyps is begonnen.

En ik geef toe: het ziet er ook stom uit, iedereen in z’n eigen piepkleine schermpje. Maar een telefoon biedt nu eenmaal heel veelzijdig vermaak, en dat voor iets dat slechts zo weinig ruimte in je tas inneemt! Ik lees bijvoorbeeld e-books. Of verbeter mijn Frans. Of werk mijn WhatsApp-correspondentie bij (ik ben zo’n hinderlijk persoon dat alles meteen leest maar er een week over doet om te reageren). Soms lees ik zelfs blogs! Allemaal nuttige en/of vermakelijke dingen. Ben best benieuwd wat voor leuke dingen andere mensen allemaal doen op hun telefoon.

Ga weg

Kunnen ze scholieren niet nog wat vaker vakantie geven? (Meteen een handige oplossing voor het lerarentekort, denk ik, want dan hebben de leraren iets meer tijd om hun lessen voor de bereiden en dan wordt het vak een stuk dragelijker) (ik kan het weten, ik heb ook 0.62 seconden voor de klas gestaan). Tijdens die schoolvakanties zijn de treinen zo lekker leeg en rustig, en kun je je tas rustig naast je neerzetten zonder dat je je meteen een hufter voelt. Ik zweer het, elke schoolvakantie is een cadeautje voor de forens. (Langere treinen inzetten mag ook)

6 Comments

Filed under rare wereld

poging tot mediteren nummer 8678

De zenste (meest zen? Meest zenne?) foto die ik kon vinden

Ik ben niet zo goed in ‘in het moment’ leven. Mijn brein is altijd ergens anders dan mijn lichaam. Ben ik op zaterdagochtend aan het schrijven, dan denk ik aan zaterdagmiddag, wanneer ik afgesproken heb met vriendinnen. Ben ik op zaterdagmiddag met vriendinnen, dan denk ik aan zaterdagavond, wanneer ik op de bank ga zitten. Is het zaterdagavond, dan denk ik aan zondagochtend, wanneer ik ga schrijven. En op zondag denk ik aan maandag, en op maandag denk ik aan vrijdag, enzovoorts enzoverder.

Hier ben ik volgens mij niet de enige in. Het menselijk brein is gemaakt om alle kanten op te springen om zoveel mogelijk gevaren te kunnen elimineren. Dat hou je niet (helemaal) tegen.

Maar het is wél knap irritant. Mijn leven vliegt namelijk aan me voorbij zonder dat ik er echt bij ben. Ik heb hele concerten meegemaakt waarin ik, terwijl ik stond te kijken, alles wat er gebeurde in mijn hoofd navertelde op mijn blog – wat extra erg was omdat ik niet van plan was om hier een blog over te schrijven. Dat is toch zonde?

Dus ik moet er maar eens actief wat tegen doen, tegen dat altijd maar ergens anders zijn. En eigenlijk kan ik maar 4 opties bedenken: 1) sporten 2) een hobby zoeken 3) drugs gebruiken of 4) mediteren.

1) sporten: dat doe ik nu 2x per week, en die 2 uur zijn echt de enige 2 uur per week dat ik alleen maar denk aan wat ik moet doen, namelijk: al mijn kracht (fysieke kracht + wilskracht) kanaliseren zodat ik er nog één treurige push-up (op mijn knieën) (en met mijn handen op de step) uit weet te persen, en dat ik hierbij mijn rug recht hou, zodat mijn leraar niet “LISA DIT IS GEEN PUSH-UP” hoeft te roepen. Het zijn mijn twee lievelingsuren van de week. Iedere keer als ik klaar ben, en mijn gedachten weer op ‘aan’ springen, denk ik: ik zou dit vaker willen doen. Maar helaas heb ik na het sporten altijd minstens 3 dagen spierpijn, dus dat gaat niet.

2) een hobby zoeken: als kind kon ik me helemaal verliezen in tekenen, radioprogramma’s opnemen en simsen. Ik zou graag willen dat ik zoiets nog steeds kon. Toegeven: een van de weinige momenten waarop ik weleens de tijd vergeet, is wanneer ik aan mijn boek werk. Maar wat voor mijn boek geldt, geldt net zo goed voor alle andere creatieve activiteiten die ik probeer te ondernemen: ik wil per se iets helemaal geweldigs maken. Ik wou dat het me lukte om gewoon wat aan te klooien, maar ik raak altijd gefrustreerd en da’s nie zen. Ik kan echt niet een beetje bloemetjes gaan aquarellen als ik het eindresultaat niet boven mijn bed wil hangen. Of kleding naaien die niet zou dragen. En sims kan ik gewoon niet meer serieus spelen. Ik wou dat ik het nog leuk vond, maar na een half uurtje denk ik: ‘ja dit is een beetje doelloos’ en dan ga ik toch weer door Instagram scrollen (= wel heel zinvol natuurlijk).

3) drugs gebruiken: deze optie valt eigenlijk meteen af, want ik heb geen geld, en lijm snuiven lijkt me niet echt slim voor iemand die snel last heeft van haar holtes. Bovendien ben ik veel te bang om een bad trip te krijgen, en dat is ook niet handig als je graag ‘in het moment’ wilt leven.

4) mediteren: dat durf ik bijna niet te zeggen, want het is zo’n cliché-oplossing voor ongeveer alle problemen die er zijn. Nogal wiedes, want het enige wat je nodig heb, is jezelf en een minuut of 10 waarin je niet gestoord wordt door een geliefde/kind/huisdier/postbode die wéér een pakketje voor de buren komt afleveren.

Ik heb al best vaak in mijn leven geprobeerd om Serieus te Mediteren. De eerste keer was ik denk ik 20. Ik woonde op mezelf in een heel eng huisje in iemand achtertuin. Ik ging op de bank zitten, staarde door het raam naar een boomtak en dacht aan niets. Even was ik helemaal weg. En toen ik weer ‘terug’ kwam, had ik spontaan zin om te studeren. Hallelujah, hallelujah! Meditatie, een wondermiddel voor de productiviteit! Helaas is dat bij één keer gebleven. De 8 jaar daarna waren mijn meditatiessessies nooit meer zo succesvol.

Ik heb van alles geprobeerd. Met een geleide meditatie (dus iemand die je vertelt wat je moet doen, zoals ‘ademmm innnn, ademmm uittttt’ of ‘wees een berg’ of ‘visualiseer een oude vrouw in een schommelstoel die heel eng naar je lacht’). Dat was leuk, behalve als ik er nét lekker in zat en de meditatiestem weer zei ‘it’s completely normal to lose focus! Don’t beat yourself up!’ en ik weer van voor af aan kon beginnen. Ik heb het ook weleens gedaan op instrumentele muziek, maar ik word na een tijdje altijd een beetje leip van die klankschalen en natuurgeluiden klinken vanaf mijn telefoon altijd vet blikkerig. Dus mijn favoriete manier om te mediteren is gewoon in stilte. Maar dan lijkt het soms meer op een piekerkwartier dan op meditatie. Als na 15 minuten mijn wekker weer gaat, ben ik altijd teleurgesteld. Ik had nog zoveel interessante gedachten waar ik nog even rustig bij stil wilde staan!

Natuurlijk, meditatie is iets dat je moet oefenen. Je kunt niet één keertje mediteren en dan verwachten dat er meteen rust in de tent is. Niet dat een compleet stil hoofd het doel is: ze zeggen altijd, het doel van meditatie is niet om geen gedachten te hebben, maar om op te merken dát je ze hebt (en te laten gaan? Geloof ik?). En dat zou je moeten helpen om ook buiten je meditaties wat meer in het hier en nu te zijn. Maar dat vraagt dus om oefening. En dat is iets wat ik meestal 3 dagen volhoud, en dan weer 3 maanden vergeet.

Inmiddels gaan we bijna de laatste maand van 2019 in. Ik heb daar altijd tegenstrijdige gevoelens bij. Ik heb dit jaar veel dingen bereikt die ik wilde bereiken, maar toch vind ik het altijd confronterend om te zien wat ik nog níet heb. Namelijk een béétje rust in m’n kop. Het wordt eigenlijk alleen maar erger. Ik weet heus wel dat er nooit een zondag gaat komen waarop ik ben vergeten dat maandag een ding is, maar het zou wel leuk zijn als mijn hoofd iets meer voelde als een hoofd in plaats van als een flipperkast.

Daarom heb ik bedacht: voor de rest van het jaar wil ik iedere dag mediteren. Minimaal 10 minuten per dag, maar het mag meer. Op welk moment of welke wijze maakt niet zoveel uit, als het maar gebeurt. (Dat zou al een prestatie op zich zijn, want ik had dit zondag al verzonnen en ik ben het maandag en dinsdag alweer vergeten te doen.)

Daarom: vanaf vandaag een nieuwe poging, met jullie, mijn lezers, als getuigen. Ik ben heel benieuwd of het me a) gaat lukken om vol te houden en b) gaat helpen om iets meer in het moment te leven. Ik kan nu al niet wachten tot 1 januari 2020. Ik bedoel: ik ga proberen om van het proces te genieten. Of zo.

10 Comments

Filed under voornemens

omgekeerde nostalgie

Toen ik een jaar of 8 was, kwam er een speciale serie met Barbies uit: de Generation Girls. Dat was een coole vriendinnengroep waarvan ieder lid een bijzonder talent had. Onze main girl Barbie was bijvoorbeeld actrice, Nichelle was model en Chelsie was muzikant.

De Generation Girls waren een geweldige aanvulling op mijn collectie van, wat zou het zijn, 20 andere Barbies*, en zodoende had ik er al snel een stuk of 4 plus een boek over de avonturen die deze vriendinnen beleefden. Dat was geen informatiefolder, maar een echt leesboek met een plot en verhaallijn en alles. Te weten: de jonge actice Barbie gaat op haar 15e bij haar oom en tante in New York wonen, zodat ze naar een speciale school voor getalenteerde jongeren kan, en daar maakt ze kennis met de andere Generation Girls. Wat er verder gebeurt ben ik totaal vergeten (afgezien van dat haar tante verslaafd is aan lolly’s omdat ze is gestopt met roken, dat kan ik me nog haarscherp voor de geest halen).

Wat ik nog wel herinner: het gevoel dat dat boekje me gaf. In New York wonen, zonder je ouders, en je eigen leven leiden en zelf de baas zijn – het leek me zo spannend en zo leuk. Dat is het echte leven, dacht ik toen. Dat je in een stad woont en gewoon onafhankelijk bent. (Op je 15e, ja.)

Toen we dit jaar in New York waren, zaten Tim en ik op een gegeven moment in een park in Williamsburg, en toen ik zo om me heen keek, kreeg ik het gevoel dat we in het Generation Girl-boek zaten. Ik voelde me helemaal Barbie – cool, en vrij, en oud. (Heel oud. Ik bedoel, als Barbie op d’r 28ste nog steeds niet was doorgebroken als actrice, dan was die school voor speciale talenten wel een beetje geldverspilling geweest)

Het was een goed gevoel. Een gevoel dat ik wilde vasthouden.

En dat is heel maf, want wat is dat nou eigenlijk voor gevoel? Het is geen nostalgie, want ik wil hierdoor niet terug naar vroeger, ik wil terug naar het nu zoals ik vroeger dacht dat het zou zijn.

Vaak heb ik het gevoel dat ik nog steeds gewoon 9 ben. Begrijp me niet verkeerd – ik functioneer prima als volwassene. Ik heb een baan, betaal altijd mijn huur, eet minimaal 200 gram groente per dag en ga 2x per jaar naar de tandarts. Maar toch lijkt het altijd alsof het échte volwassen leven nog moet komen. Alsof ik op dit moment nog altijd toestemming nodig heb voordat ik iets doe. Maar ik kan dan weer niet uitleggen waarvoor ik toestemming wil, of van wie.

Soms voelt het alsof mijn hele volwassen leven bestaat uit een zoektocht naar de dingen die ik dacht dat er zouden gebeuren toen ik kind was. En dat terwijl ik ze al heb gevonden: ik heb een huis in een leuke buurt in Amsterdam, ik woon samen met mijn vriend, ik wandel casual door parken vlakbij mijn huis (parken die New Yorkse toeristen bezoeken als ze op vakantie gaan), ik schrijf een boek en ik fiets regelmatig over de Blauwbrug naar het Rembrandtplein om me te laten beledigen door drag queens**.

En dat zijn allemaal dingen die ik heel erg leuk vind en ook heel erg waardeer. Maar waarom moet ik dan de hele tijd tegen mezelf zeggen: hallo Lisa!?? Dit is echt je leven??!?

Misschien hoort dit ook wel hoor. Want als je de hele tijd helemaal hyped en exited voor je eigen leven bent, dan heb je vast niet genoeg tijd en focus om te doen wat je moet doen om überhaupt een leven te kunnen leiden (werken, op tijd naar bed, regelmatig je wachtwoorden vervangen etc).

Waarschijnlijk is het zo maar beter. Dat je gewoon je leven leeft, en af en toe eens in een park zit en denkt: hee, dit doet me echt denken aan hoe ik op mijn 8ste dacht dat mijn leven eruit zou zien.

*Voor wie nu denkt: 20 Barbies, wat veel: mijn zusje speelde altijd met MyScene-poppen (een soort kruising tussen Barbies en Bratz), en die had er pas écht veel. Het leek wel een soort leger. Doodeng.

**Iedere keer als het me lukt om een blogpost te schrijven waar niet de woorden ‘drag’ en ‘queen’ in voorkomen, mag ik van mezelf een koekje. Jullie begrijpen dat het tegenwoordig triest gesteld is met mijn suikerinname.

14 Comments

Filed under leven

3 dingen die ik even kwijt wil

Lasergamen is nog steeds gevaarlijk

Afgelopen vrijdag ging ik lasergamen met mijn collega’s. Ik was zo blij als een kind, want ik ben gek op rennen en verstoppen en schieten en af en toe boos “STOP MET MIJ OPJAGEN IK BEN HIER AL ZO SLECHT IN” roepen. Want slecht was ik, jongens. Ik werd aan de lopende band neergeknald. (Hoewel het nou ook weer niet zó erg was – de eerste keer was ik 8e van de 13, en de tweede keer 10e, maar dat kwam deels doordat ik de eerste 5 minuten was vergeten dat ik een extra knopje in moest drukken om te kunnen schieten).

Dit deed me denken aan de laatste keer dat ik het had gedaan, 6 jaar geleden. Daar had ik een blog over geschreven met de titel ‘lasergamen is HEEL gevaarlijk’. SEO-technisch een gouden zet, want kennelijk googelen bezorgde ouders door heel Nederland continu of dit spelletje wel veilig is. Dat was geen vooropgezet plan hoor, ik vond het gewoon grappig om te zeggen dat het gevaarlijk is, omdat mijn armen naderhand onder de blauwe plekken zaten doordat ik ze te hard tegen mijn pak had aangedrukt. Het was accidental clickbait.

Deze keer zat ik trouwens wéér onder de blauwe plekken. Blauwe plekken en zwarte vegen op mijn gezicht. Ik was namelijk zo slim om op mijn hurken te gaan zitten zodat ik mensen vanuit een onverwachte hoek kon afknallen, maar dan weer niet slim genoeg om niet om te kukelen. Gênant, maar de zwarte veeg die ik eraan overhield was wel stoer. Je moet toch ergens je eigenwaarde vandaan halen, hè.

Ik heb gekaasfonduud

Vegan kaasfondue bedoel ik dan hè, ik ben immers nog altijd een loserige veganist (sorry, weer zo’n clickbaitkop – het is sterker dan ikzelf). Die kaasfondue had ik ook wel verdiend, want na het lasergamen gingen mijn collega’s aan de kaasfondue en kreeg ik een salade geitenkaas zonder geitenkaas. Vertaling: een enorme hoeveelheid sla, 4 gezouten cashewnoten en een paar flintertjes paprika.

Ik vind dat ik niet mag klagen, want ik snap ook wel dat als er een groep van 35 man komt eten er niet zo veel ruimte is voor lastige wensen en zo, maar … ik ben beter gewend (en ja, we hadden het van tevoren doorgegeven). Normaal krijg ik als ik ergens ga eten waar ze geen vegan opties hebben gewoon iets waar de kok nog wel een béétje z’n best op heeft gedaan. Zo moeilijk is vegan eten ook niet, gewoon groente grillen, er een liter olijfolie op knallen en je bent klaar.

Maar anyway, het ging over de kaasfondue. Die at ik gisteren bij Mr. & Mrs. Watson. Voor wie zich afvraagt hoe je kaasfondue maakt zonder kaas: hij is op basis van cashewnoten (meer dan 4, gelukkig). Het was heel erg lekker. De laatste keer dat ik ‘gewone’ kaasfondue gegeten is al 10 jaar geleden, dus ik weet niet meer zo goed of de smaak vergelijkbaar is, maar ik heb bij Mr. & Mrs. Watson ook ooit eens brie van noten gegeten en dat smaakte echt als the real deal.

Maar stiekem vond ik het toetje (een brownietrio) nóg goddelijker:

Sorry jongens ik verdien echt een Razzie-award voor deze foodfoto’s

Ik mag afrijden (ooit)

“Hee Lisa, ga jij nou iets over rijles schrijven? Je wilde er toch niet over praten?” Nee, dat klopt. Eigenlijk wil ik helemaal niet over rijles praten, maar toch begin ik er steeds zelf over. Het speelt nu eenmaal een flinke rol in mijn leven, aangezien het behoorlijk wat tijd in beslag neemt. Oh ja en al mijn geld. Ik heb echt niks meer.

De redenen waarom ik er liever niet over praat, zijn omdat a) ik me dan een sukkeltje voel en b) iedereen me dan advies gaat geven over dingen die ik anders moet doen. En daar heb ik gewoon geen zin in. Ik weet het, adviesweigering is niet rationeel of sympathiek, maar ik kan het gewoon ff niet aan.

Ik ben namelijk een enorme kneus. (Zo’n type dat tijdens het lasergamen vergeet dat ze een extra knopje in moet drukken, dus.) Ik vind het HEEL, HEEL, HEEL moeilijk om mijn brein onder controle te krijgen als ik in de auto zit. Het lijkt wel alsof ik echt IEDERE mogelijke situatie/hindernis een keer met eigen ogen gezien moet hebben om te begrijpen hoe ik erop moet reageren – de volgende keer dan hè, want als ik voor een nieuwe verrassing kom te staan bevries ik. Ik ben net een artificial intelligence-robot, maar dan wel een cheap-ass versie die niks zelf kan bedenken.

Dus ik hou het kort en vertel alleen dat we eindelijk een datum hebben geprikt waarop ik af mag rijden! Het is nog best ver weg en ik moet nog meer lessen dan dat ik eigenlijk had gewild, maar weet je, ik ben gewoon blij dat er na anderhalf jaar een eindpunt in zicht is. Ik vind het allemaal best.

Duimen jullie voor me dat ik de komende rijlessen voor lekker veel onverwachte situaties en enge hindernissen kom te staan, zodat deze robot tegen de tijd dat ze mag afrijden er ook echt klaar voor is?

21 Comments

Filed under leven

boekupdate

Zoals jullie volgens mij wel weten (want het is het enige waar ik ooit Instagram Stories over plaats), schrijf ik een boek, eentje dat echt uit gaat komen ook (tenzij het dramatisch slecht is, maar daar gaan we niet vanuit). Het leek me leuk om daar weer eens een stukje over te tikken. Ik krijg namelijk vaak de vraag hoe je zoiets aanpakt, een boek schrijven. Nou, zo dus:

(Ik bedoel ………. zo pak IK het aan. Misschien doe ik alles wel TOTAAL verkeerd. Dat weten we pas als het boek uit is, ben ik bang)

First things first: mijn deadline voor de eerste versie is op 1 februari. Dat klinkt ver weg, maar dat is het niet – vooral niet als je bedenkt dat ik op 1 februari wel iets wil inleveren waar ik ook echt blij mee ben. Daarom heb ik voor mezelf nog een deadline gesteld: op 1 december wil ik het hele verhaal op papier hebben. Dan heb ik nog 2 maanden om het te bewerken. (Daarna gaan we er nog veel meer aan sleutelen, maar toch) Een tijdje geleden heb ik uitgerekend dat ik om dit voor elkaar te krijgen, 5.000 woorden per week moet schrijven.

Dus dat doe ik nu al een maand of 3. En om eerlijk te zijn, gaat dat best … goed?! Ik schrijf over het algemeen op woensdag (=mijn vrije dag #luiemillenial) en in het weekend. In artikelen over hoe je als normale sterveling met een baan tijd moet maken om te schrijven, wordt vaak aangeraden om ieder mogelijk moment te pakken en af en toe ff 200 woorden te tikken terwijl je op de bus wacht, maar ik vind het zelf veel lekkerder om een paar uur achter elkaar ergens in te duiken.

(Wat bij mij meespeelt is dat ik voor m’n werk ook al de hele dag zit te schrijven – op werkdagen wil ik ‘s avonds dan ook echt NIETS meer met een toetsenbord doen, hooguit de N van Netflix intypen in de zoekbalk, dat kan er nog nét vanaf)

Schrijven op woensdag is trouwens ook nog wel een uitdaging, want ik heb iedere woensdag 3 uur rijles (ja, nog steeds, en nee, ik wil er niet over praten), en om een of andere duistere reden heb ik bijna iedere woensdag wel een afspraak bij de tandarts/kapper/orthodontist/dokter/fysiotherapeut. Die dingen duren niet erg lang, maar om een of andere nog duisterdere reden kunnen ze altijd alleen maar op TOTAAL onhandige momenten (dat ik dan rijles heb van 10.30 tot 13.30 en dat ik dan om 16.00 weer ergens heen moet, helemaal top).

De weekenden zijn makkelijker, want alleen al van het idee dat ik meer dan twee afspraken per weekend zou hebben moet ik al janken (echt, ik ben zo leuk op feestjes). Het liefst ga ik of op vrijdag of op zaterdag gewoon vroeg naar bed, zodat ik semi-vroeg op kan staan en ‘s ochtends meteen kan beginnen.

En dat doe ik dan ook, want ik vind schrijven het leukste was er is. En dat er dan ook echt iets mee gaat gebeuren, vind ik toch zo geweldig jongens! Ik bedoel, als ik naar Disneyland ga vind ik het ook niet erg om mijn wekker te zetten. Natuurlijk is het soms een beetje vermoeiend, maar dat is het zesdubbel en dwars waard. (Even tussendoor, ze zeggen soms “Je moet doen waar je energie van krijgt“, maar ik krijg echt NERGENS energie van? Ja van slapen?) (nogmaals, ik ben echt heel leuk op feestjes)

Veel mensen denken dat je dan nét geluk moet hebben dat je ook daadwerkelijk inspiratie hebt, maar bij mij komt de inspiratie juist door te schrijven. Ik weet hoe het verhaal afloopt: ik weet dus waar ik heen moet en hoe ik er ongeveer moet komen, dus ik hoef het eigenlijk alleen maar te navigeren tijdens het typen. (Mijn richtingsgevoel met schrijven is stukken beter dan met autorijden, dat merk je.) Oké, veel details weet ik van tevoren nog niet, maar die komen meestal ook pas terwijl ik zit te schrijven: dan gebeuren er ineens dingen in mijn Word-document die ik helemaal niet aan had zien komen. Het is net magie. Natuurlijk, de ene keer gaat het vloeiender dan de andere keer, maar het lukt uiteindelijk altijd.

Het scheelt natuurlijk wel dat ik het gewoon graag heel braaf mijn deadline wil halen. Toen ik mijn vorige manuscript schreef (dat niet uitgegeven werd) wist ik dat niemand erop zat te wachten, dus dat werd een jarenlang verhaal (ha-ha). Ik heb het afgemaakt, dat wel, maar het was moeilijker om er mijn wekker voor te zetten, of om de verleiding te weerstaan om op Pinterest naar badkamerinrichtingen te zoeken.

(Mijn badkamer is letterlijk een wc met een douchekop ernaast.)

Dus, dit is mijn spreekbeurt over hoe ik dat nou aanpak, een boek schrijven. Ik hoop dat je er iets aan hebt – of nou het bevredigen van je nieuwsgierigheid is, of dat het je zelf motivatie oplevert (tip 1: wacht niet op inspiratie!), of dat je weer een kwartiertje waarin je op de bus moest wachten bent doorgekomen (dan heb je deze blog wel echt 3x gelezen maar oké) of dat het je een warm gevoel van leedvermaak heeft opgeleverd vanwege mijn rijlessen/sociale skills/badkamer. Vind ik allemaal goed. Ik heb immers weer mogen schrijven over schrijven – bijna net zo leuk als schrijven.

24 Comments

Filed under lisa schrijft een boek, Uncategorized