Tag Archives: doodenge dingen

levensgevaarlijke schoenen

Een paar jaar geleden maakte ik een Zeer Belangrijke Levenskeuze: ik besloot om nooit meer hakken te dragen. Geen torenhoge pumps, geen sleehakken, zelfs geen laarzen met relatief lage hak. Niet omdat ik hakken niet mooi vond, maar omdat ik mezelf niet wilde beperken, alleen maar om er mooi uit te zien.

Want eerlijk is eerlijk: hakken zijn misschien geen Spaanse laarzen, ze komen er wel aardig bij in de buurt. Niet eens per se omdat het pijn doet om zoveel druk op je tenen te zetten: daar kun je wel aan wennen. Een beetje pijn is fijn en een beetje bloed is goed (anders zou er nooit meer iemand naar de sportschool gaan).

Wat ik erger vind, is dat hakken je hulpeloos en half gehandicapt maken. Zelfs als je er goed op kunt lopen, betekent het niet dat je nog steeds ‘alles’ kan, zoals een sprintje trekken omdat je wordt achtervolgd door een seriemoordenaar, of kilo’s waspoeder zes trappen naar boven dragen, of gewoon een beetje doorlopen op een doordeweekse dag. Met andere woorden, hakken dragen is zelfkastijding.

En niet alleen in levensbedreigende situaties zijn die dingen gevaarlijk, ze zijn het ook in het dagelijks leven. Je kunt makkelijk ergens tussen blijven haken of ‘gewoon’ uitglijden. Is je enkel ook weer gebroken. Ik ben helemaal voor living on the edge, maar we moeten het ook niet overdrijven.

Dus gooide ik al mijn hakken weg, en leefde ik vrolijk en platvoets en lang en gelukkig, immer paraat om het op het rennen te zetten, mocht ik ineens achtervolgd worden/zelf iemand willen achtervolgen. De enige uitzondering maakte ik op Kerstmis, omdat dat de enige dag is waarop er mooi uitzien belangrijker is dan de zekerheid dat je vandaag niet zal sterven. (Jep, ik heb er speciaal nieuwe pumps voor gekocht, ik ben ook maar een slaaf van het patriarchaat.)

Maar net zoals met alle dogma’s en vastzittende levensovertuigingen, bleek ook mijn hakkenhaat niet standvastig. Het werd verwarrend toen ineens alle vrouwen in mijn omgeving massaal kozen voor de stilettohak en er gewoon op durfden te lopen. Het werd nog verwarrender toen ik verslaafd raakte aan RuPaul’s Drag Race en continu werd geconfronteerd met mannen die op torenhoge hakken de gevaarlijkste capriolen uithaalden.

Nog erger werd het toen ik gisteren een jumpsuit paste. “Je moet eigenlijk kijken hoe het staat met hakken,” zei de verkoopster, en ze haalde een paar voor me tevoorschijn. En dat stond zo mooi dat ik de jumpsuit wel móest hebben.

Thuis trok ik m’n jumpsuit meteen aan voor de spiegel (want #zobenik). Met enkellaarsjes. Met mijn dassenschoenen. Met mijn kersthakken. Het was allemaal leuk, maar eerlijk is eerlijk: met de hakken was het het allermooist. Het was zo compleet. Zo af. Zo juist. Ik voelde me goed over mezelf, zelf al wist ik dat ik ieder moment mijn enkel kon breken.

Veiligheid is overrated, laten we maar zeggen.

8 Comments

Filed under kleding en zo

doodenge superschattige honden

Toen ik nog gewoon vegetarisch at, was ik niet echt een dierenvriend. Ik was zo’n irritante, quasi-intellectuele wijsneus die maar riep dat ze niet in katzwijm viel voor ieder kalfje, maar het desondanks niet moreel te verantwoorden vond om dat kalfje dan maar meteen op te eten.

Daarbij had ik destijds een lichte, of nou ja, een redelijk gemiddelde, of misschien zelfs wel een zware hekel aan honden. Dat kwam deels doordat ik ze een beetje vies vond (die geur!), maar eigenlijk vooral omdat ik doodsbang was voor die dieren, hoe suf dit misschien ook mag klinken.

Nu moet ik toegeven: ik heb veel nutteloze angsten. Enkele voorbeelden hiervan zijn vast komen te zitten onder een rotsblok, een natuurramp meemaken en dan binnen opgesloten zitten zonder een noodvoorraad bruine bonen, en geesten (in het bijzonder die ene uit Dead Silence (After all this time? Always.)). Mijn angst voor honden valt in deze categorie (genaamd ‘Angsten Die Zo Belachelijk Zijn Dat Ze Weer Leuk Zijn – Bijna Dan’). Natuurlijk, doodgebeten worden door een hond is net iets waarschijnlijker dan dat er ineens een eng wijf naast je bed staat om je tong uit je mond te rukken en een buikspreekpop van je te maken, maar alsnog is dit doembeeld vrij onrealistisch.

Toch ben ik bang voor die beesten. Heel stom, ja. Ik was het al een beetje als kind, maar toen viel het nog wel mee, ik voerde gewoon snoepjes aan de hond van vrienden, no problemo. Dat zou ik nu niet meer durven. Ik weet niet zo goed waar het mis is gegaan, maar ik vermoed dat het iets te maken heeft met mijn hardlooppraktijken, waarbij ik in zes jaar tijd bijna nooit, maar soms toch wel eens, achterna ben gerend door een hond. Eén keer was uitgesproken eng, toen een grote herdershond van een behoorlijke afstand op me af snelde en vervolgens blaffend rondjes om me heen ging lopen. Zijn baas riep hem terug, de hond rende weer weg, ik liep langzaam verder, kwam die hond weer! Nou, echt, ik heb hierna maanden niet meer hardgelopen, zo geschrokken was ik (ik was toen ook pas 18 dus mijn zelfdiscipline was ook nog niet zo je van het).

Maar goed, uiteindelijk is er niets gebeurd. Er heeft nog nooit een hond z’n tanden in mijn vel gezet, dus waarom klopt mijn hart dan met een triljoen slagen per minuut als ik een onaangelijnd mopshondje passeer? Waarom moest ik mezelf echt dwingen om door een mooi natuurgebied te rennen in plaats van door een lelijke woonwijk? Waarom vind ik het zo vervelend om in een park op de grond te gaan zitten? Ik snap best hoe irreëel deze angst is – vooral omdat ik heb gemerkt dat-ie vooral opspeelt als honden niet aangelijnd zijn. Dat eerder genoemde mopshondje dat los rondloopt voelt voor mij veel bedreigender dan een reusachtige rotweiller die aan een dun touwtje wordt vastgehouden door een kind van zeven (ja nu hoeven jullie niet massaal te zeggen dat rottweilers eigenlijk heel liehief zijn, feit is en blijft dat die je toch makkelijker kunnen verscheuren dan mopshonden, mochten ze daar zin in hebben).

Maar goed, hoor ik jullie denken, wat heeft dat nou te maken met dat hele vegetariër-zijn? Nou, leuk dat jullie het je afvragen, het zit namelijk zo: sinds ik negen maanden geleden ben geëvolueerd van vegetariër naar veganist, ben ik anders naar dieren gaan kijken. Simpel gezegd: ik vind alle dieren ineens Heel Erg Schattig. Jullie mogen nu lachen hoor, want het is ook best wel raar. Waar ik eerst nog vrij rationeel naar die wezens keek, wil ik ze nu het liefst allemaal adopteren (kijk! Babyvleermuizen in dekentjes! Kijk! Een panter die een man kusjes geeft!). Ik weet niet zo goed wat er allemaal in die hummus van mij zit, maar ik verkeer tegenwoordig continu in staat van vertedering omdat mijn vriend me weer eens een foto heeft gestuurd van een koe die op een bank zit.

En die staat van vertedering bereik ik nu ook door honden. Ik vind ze zo lief en schattig dat ik er bijna eentje in huis zou nemen, ware het niet dat ik dat niet durf. (De enige hond waar ik niet bang voor ben is het hondje van Babet, maar dat komt denk ik doordat dat hondje zo groot is als een konijn en bovendien bang is voor mensen – dat schept toch een band.) Als ik een puppy op internet zie, vind ik ‘m de liefste ooit, maar als er eentje langs me loopt, denk ik dat mijn laatste uur geslagen heeft. Ik zit gevangen in een spagaat tussen vrees en liefde. Een niemandsland tussen Team Hond en Team Hondenhater. Het is een rare plek.

En dan durven ze nog te beweren dat het veganisme niet zwaar is.

bang voor honden

Ja sorry, ik heb geen foto’s van honden dus hier een plaatje van een ander schattig dier

 

P.S. Hebben jullie mijn gastblog op Annemerel.com over dingen die je kunt doen in Parijs al gelezen?

8 Comments

Filed under de ongemakken des levens