Tag Archives: wachten

te lui om deze zin af te

Op dit moment is alles me te veel gevraagd. Leren. Opruimen. Naar de stad gaan om een studieboek te halen. Naar de stad gaan om een hardloopbroek te halen. Hardlopen. (Maar ik heb dus geen broek hier. En het regent). Eén van de mailtjes die ik moet sturen sturen, mijn studiemailbox überhaupt openen; ugh, ik moet er niet aan denken. Vrienden whatsappen om af te spreken, ja doei, dan moet ik weer berekenen wanneer ik kan, en daar heb ik dus even geen zin in.

Ik ben zelfs te lui om me schuldig te voelen tegenover mijn moeder, die al de hele dag in de weer is met après-kerstklusjes en het opjutten van mijn broertje en zusje om eens iets uit te gaan voeren.
En nu ik het daar toch over heb, laat ik mijn Geschwister maar meteen de schuld geven van mijn luiheid: doordat ik ineens weer als een kind in mijn oude kamer slaap, word ik meegetrokken in de stoom van niets willen doen, van het blind zijn van alles op me wacht en alleen een beetje naar een willekeurig schermpje (laptop, tv, telefoon) staren.

Okee, ik weet best dat dat  niet de echte reden voor mijn gezapigheid is, maar ik vind dit wel een mooie wending om deze blogpost mee te beëindigen. En ik ben te lui om iets beters te verzinnen.

16 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement

de wasserette-blues

Vroeger dacht ik altijd dat een wasserette leuk zou zijn. Een soort hippe ontmoetingsplaats, net zoals in Beugelbekkie (weten jullie dat nog? Die ging er altijd met haar vrienden heen om felgekleurde drankjes te drinken en coole jongeren uit te checken. Voor de vorm stopte ze dan één sok in een wasmachine). Maar jullie voelen ‘m al aankomen: dat was voordat ik ooit in een wasserette geweest was.

Inmiddels kom ik er redelijk vaak en ik verveel me er altijd kapot. Die waar ik heen ga, is klein en ranzig. Er staat maar één bankje, een raar wit plastic ding dat zich direct naast de altijd openstaande deur bevindt.
Toen ik er voor het eerst kwam, had ik hulp nodig van een medewerker. Ik vond haar achterin het gebouw, in een gigantische maar bijna lege kamer, met haar blote voeten op tafel. Zonder iets te vragen, zette ze ‘mijn’ wasmachine om 45 graden en deed het deurtje dicht. Een uur lang (hoewel de wasmachine zelf belooft er maar drie kwartier over te doen) heb ik mijn vingertoppen afgekloven, uit angst dat alles twee keer zo klein en kleurloos zou worden. Toen ik mijn jurkjes en T-shirts voorzichtig uit de wasmachine trok, vielen mijn sokken op de niet al te propere vloer.

Ik weet niet wat er hier in Parijs in de lucht zit, maar het duurde twee dagen voordat de was droog was. Gelukkig bleken mijn kleren (onder het mom: onkruid vergaat niet) een uur lang tropische temperaturen te hebben overleefd. Minder leuk was dat alle haren en stofjes dat ook hadden. Als in: die haren en stofjes waren niet met het afvalwater mee gestroomd, maar bleven lekker aan al mijn truien hangen. Geeft een fris gevoel!

Concluderend kan wel gezegd worden dat ik niets, maar dan ook helemaal niets fijn vind aan deze wasserette. En toch kom ik er telkens weer terug. Niet omdat er geen andere opties zijn, of om een of ander romantisch sloeberig ditisnueenmaalmijnhotspot-gevoel, maar omdat bovenstaand verhaal zo ontmoedigend is dat ik het niet aankan om me opnieuw teleur te laten stellen.

20 Comments

Filed under de ongemakken des levens

creperend schreef zij vlijtig door

Zoals jullie weten, ben ik dol op alles dat te maken heeft met tijdmanagement. Sneller werken. Effectiever werken. To do-lijstjes, meer geavanceerde to do-lijstjes, mega-geavanceerde to do-lijstjes, uitgekiende agenda’s, I love it.
Zoals jullie ook weten, ben ik nogal vaak ziek. Ziek zijn is de roet in het eten van mijn efficiëntie. Nu besef ik me dat ik me gelukkig mag prijzen dat ik geen ‘echte’ ziekte heb waardoor ik regelmatig uren/dagen/weken plat moet; het is ‘slechts’ mijn zwakke weerstand (ook al eet ik nog zo gezond). Leuk is het echter niet.

Op het moment dat ik dit schrijf heb ik net één collegedag en een heleboel god-ik-voel-me-zo-ellendig-uren achter de rug. Vanochtend, toen het nog wel ging, had ik een to do-lijst gemaakt. Een hele knappe. Een paar dingen heb ik, creperend van de pijn, af kunnen strepen. Je moet toch wat! Ik ben niet zo ziek dat mijn hersens niet meer werken, maar genoeg om te wíllen dat ze even niet meer zouden werken.

Inmiddels kijk ik weemoedig terug naar vorige week, toen ik fysiek nog beresterk maar geestelijk gewoon te lamlendig was om iets uit te voeren en daarom maar urenlang op ohnotheydidnt.livejournal.com negatieve energie opsnoof. Rouwig ben ik nu, om al die verspilde uren. Alles wat ik nu had willen doen, had ik toen  makkelijk voor elkaar te krijgen. Maar op dat moment vond ik het kennelijk belangrijker om mezelf te verdoven met Het Internet.

Vier dagen duurt dit nu al. Hopelijk ben ik morgen weer beter: ik heb zoveel zin om met volle aandacht te kunnen studeren en lezen en schrijven en oh, op zich zou ik nog wel wat van Parijs willen zien. Mijn to do-lijstje heb ik al klaar. Als ik het zo bekijk, is er niets dat productiever maakt dan ziek zijn. Lekker hoor. Not.

14 Comments

Filed under de ongemakken des levens, tijdmanagement

niets is wat het lijkt

Je le sais, ik heb mijn en jullie blogs grondig verwaarloosd, maar had ik een slechte reden? Nee. Ik heb een verdomd goede reden en dat is Parijs. En dat bedoel ik helaas niet op een romantische ‘de stad wacht’-manier. Meer als: Parijs is nogal veeleisend en komt z’n afspraken niet na, waardoor schijnbaar simpele zaken ineens veel meer tijd kosten.

Maandag ging ik de sleutel van mijn kamer ophalen. Omdat ik deze had gehuurd bij een grote studentenwoningcorporatie, dacht ik dat het proces vrij vlekkeloos zou verlopen. Niet dus. Eerst moesten we (we = ik en mijn ouders. Ik ben nogal onzelfstandig. Of ik heb gewoon hele aardige ouders) ergens heen om mijn handtekening te zetten en praktisch alle financiële gegevens van mijn moeder in te leveren. (Ze vertrouwen me niet, dus ze moeten zeker weten dat mijn ouders in staat zijn de rekeningen te betalen als ik al mijn geld uitgeef in de Moulin Rouge)
Omdat we drie kwartier voordat het bureau opende al voor de deur stonden, werd ik vrij snel geholpen. De vrouw achter de balie was vriendelijk, maar niet al te snugger – zo dacht ze uit mijn paspoort op te maken dat ik ‘Rotterdam Lisa’ heette.
“En dit,” ze onderstreepte iets, “is het adres van je residence, en hier,” ze onderstreepte iets anders, “moet je de sleutel ophalen. Let op, het is op een ander adres.”
Het was dus exact hetzelfde adres. “Oh,” zei ze toen we haar daarop wezen, “oh.”

Aangekomen bij mijn residence was er niemand op kantoor. Op een briefje dat op de deur hing stond dat de administratie tot 30 september gesloten was. Toen ik het telefoonnummer dat erbij stond belde, kreeg ik een ander adres opgegeven waar ik nu, direct, meteen heen moest.
Het was gelukkig niet ver. Wel druk. Een goedlachse man met rode krulletjes vertelde me dat hij nu geen tijd voor me had, maar dat ik om drie uur terug moest komen. Fijn om dat te horen, om elf uur ‘s ochtends, als je staat te popelen om je nieuwe kamer (en vooral de koelkast) in te richten.

Na vier uur macarons eten bij de McDonalds, lunchen bij de Italiaan en toch maar alvast boodschappen doen, keerden mijn moeder en ik terug naar het tweede adres. De man met de krulletjes was nergens te bekennen. Toen ik na lang wachten eindelijk aan de beurt was, zei de man achter de computer verbouwereerd dat ik hier helemaal niet moest zijn. De vrouw achter het het bureau naast hem riep van wel en liet zien hoe hij me in het systeem kan vinden. “Oh nee,” zei ze toen ze even had gezocht, “je moet toch in het residence zijn.”

Ik ben dankbaar voor het feit dat mijn moeder en ik allebei regelmatig hardlopen, want zonder deze skills was ik nu dakloos geweest. We waren net op tijd in het eerste  residence, dat om onverklaarbare redenen nu ineens wél open was. Nadat ik wat dingen had ingevuld bij een nogal intimiderende vrouw die me liet beloven dat ik METEEN DE VOLGENDE DAG EEN BANKREKENING ZOU OPENEN EN ME ZOU LATEN REGISTEREN BIJ HET ELEKTRICITEITSBEDRIJF, mocht ik mijn kamer in. Deze kamer was, hoewel erg vies achtergelaten, groot en mooi en ik heb ook nog eens uitzicht.

Eind goed, al goed? Als je even buiten beschouwing laat dat ik als het aan de bank ligt nog twee weken wacht op een pasje, het elektriciteitsbedrijf donderdag een bordje “bijzondere sluiting 6 september”op de deur had en toen ik vrijdag terugkwam “bijzondere sluiting 7 september”, vakken in werkelijkheid minder ECTS hebben dan in de studiegids waardoor ik mijn hele rooster moet herzien en mijn studiecoördinator nooit kwam opdagen.
Maar ja. Het zijn wel de straten van Parijs waardoor in van de ene instantie naar de andere ren. Dat is ook wat waard.

29 Comments

Filed under studie in buitenland

overpeinzingen over voertuigen op de pont

Vandaag stond ik op de pont. Ik stond op de pont met mijn fiets aan de hand en ik keek jaloers naar de meisjes voor me, die allebei op een brommer/scooter/motor (ik kan die dingen nooit uit elkaar houden) zaten. Het ene meisje had haar tas aan een haakje bij haar voeten hangen.

Op dat moment wilde ik niets liever dan een brommer/scooter/motor bezitten. Want: je hebt een lekker zacht kussentje ipv een keihard zadel (dag blauwe plekken!). Je hebt een haakje om je tas aan op te hangen (dag boekentasschouderhernia!). Je hebt twee spiegeltjes (altijd leuk!). En: je kunt snel lange afstanden afleggen zonder te zweten. Ik geloof dat je veel meer ziet als je niet hoeft te trappen. Hoewel ik al zo genoot van mijn avondfietstocht door Amsterdam, was-ie misschien wel nóg beter geweest als ik niet bezig was met vooruit te komen. Zo’n benzineslurpend ding moet een beetje hetzelfde zijn als een toeristenbus met open dak, maar dan kun je zélf  bepalen welke route je aflegt.

Alleen jammer dat zo’n ding overal voor staat waar ik tegen ben.
Milieuvervuiling. Geen beweging terwijl het noodzakelijk verplaatsen van jezelf het beste excuus voor beweging is. Duur. Gevaarlijk. Neemt ont-zet-tend veel ruimte in. Het is net als een prachtige bruidstaart: zoiets móet je eten en hij is dan ook nog eens superlekker ook, maar uiteindelijk zit er ook niets, maar dan ook helemaal niets in waar je iets aan hebt.

Toen we aan wal kwamen raceten de twee voor me keihard weg. Ik sjokfietste er in slow motion achteraan; het was wel goed zo. Toch zou ik supergraag één keer een tochtje willen maken op zo’n brommer/scooter/motor, gewoon om te kijken of het echt zo leuk is. Ik wacht wel keurig tot Moto Boy me mee vraagt. En als hij dat niet doet: laat dan ook maar.

16 Comments

Filed under dit past echt nergens in