Tag Archives: life would be empty without stress

acte de présence

Vandaag had eigenlijk één van mijn vele half afgeschreven blogposts online moeten komen, maar ik vond het tijd voor een huishoudelijke interventie. Een tijdje terug schreef ik dat ik een ‘faalblogger’ was, en dat ben ik nog steeds. Niet alleen omdat ik berichten zoals deze online durf te gooien, maar ook omdat ik in vrij korte tijd van ‘om de dag bloggen’ naar ‘bijna nooit bloggen’ ben gegaan.

Het is niet dat ik niets meer te vertellen heb nu ik in Nederland woon; ik heb gewoon geen zin meer om achter de computer te zitten. In Parijs was bloggen zo’n beetje het enige dat ik met mijn laptop deed, voor studeren gebruikte ik papier en werken deed ik niet. Hier studeer en werk ik voornamelijk online. Daarna heb ik het ook wel weer gehad met schermpjes.

En dan nog iets: ik heb het dus best wel druk. Ik snap niet dat er mensen zijn die en studeren en werken en sporten en bloggen en socializen en dan nog een of andere stomme hobby hebben waarvan ze foto’s plaatsen op Instagram, zoals moodboards maken of als vrijwilliger werken bij een geitenboerderij. Ik geloof nooit dat iemand echt tijd heeft voor al die dingen – ik denk altijd maar dat diegene een studie van niets doet en geen vrienden heeft. Maar misschien ben ik gewoon slecht in tijdmanagement en heeft iedereen behalve ik het helemaal voor elkaar.

Ondertussen doe ik dus van alles, behalve bloggen. Ik ben aan het trainen voor de 10 km bij de Ladiesrun (daarover later meer). Ik zie scheurtjes ontstaan in mijn rotsvaste feministische overtuigingen (daarover later meer). Ik heb al jullie muzieksuggesties uitgeprobeerd – sommige bevielen me erg goed. Helaas ben ik ook per ongeluk fan geworden van Indochine, waar ik me erg voor schaam omdat ik Indochine niet cool genoeg vind.

Oh, en ik heb een  Instagramaccount aangemaakt. Heb heel lang getwijfeld of dit nou wel verstandig was, want ben als de dood dat ik dadelijk óf alle leuke momenten zou verpesten door het per se vast te willen leggen, óf het het zou lijken alsof ik geen leuk leven heb. Uiteindelijk heb ik bedacht dat ik mijn account ook gewoon kan verwijderen als blijkt dat ik het niet kan handelen. (“Jezus Lisa, neem het toch niet zo serieus” ik weet zeker dat jullie het deep down ook allemaal doen)

Maar goed, ik wilde in deze blog eigenlijk een punt maken,  en dat was: ik zal voortaan weer twee à drie keer per week iets online zetten.
Dit denk ik al vier weken lang, maar goed, als ik het alleen tegen mezelf zeg, gebeurt er kennelijk niet zoveel. Bij dezen: als ik het niet doe, mogen jullie propjes naar me gooien.

17 Comments

Filed under huishoudelijke mededelingen, internet, tijdmanagement

knip en praat, knip en praat praat praat

Er zijn veel dingen die ik niet leuk vind aan naar de kapper gaan.

Het wachten, bijvoorbeeld, en het uitleggen wat er met je haar moet gebeuren, en het met je kop in de spoelbak hangen (ben altijd bang dat m’n nek breekt). Dat de kapper “En wat vind je ervan?” vraagt en dat je dan niet durft te zeggen dat het superlelijk is, omdat je dat zielig voor haar vindt.

Over zielig gesproken: ik weet nooit waar ik met ze over moet hebben. Vroegah werd ik altijd door dezelfde kapster geknipt, die kwam bij ons thuis en we praatten altijd over school en Disneyland. Lekker makkelijk. Tegenwoordig ga ik zo weinig naar de kapsalon dat ik daar volledig anoniem ben, en dat is prima, maar dan heb je ook weinig aanknopingspunten.
Sommigen maken die gewoon zelf. Eens werd ik geknipt door iemand die maar niet kon stoppen met me vertellen hoe droog mijn haar was en hoe verschrikkelijk dat was en wat een ramp en zon en chloor en zout en draaaaaaaaaaama. Ze kon er maar niet over ophouden (hoewel ze ook een paar vragen stelde over waar ik het liefst uitging en toen ik zei dat ik het liefst naar feestjes bij mensen thuis ging begreep ze dat antwoord niet).

Dat mens heb ik twee keer gehad en toen ben ik nooit meer naar die kapsalon gegaan. Waar ik nu kom, ben ik nog nooit door dezelfde geknipt. Wel zijn ze allemaal erg stilletjes als ze met mijn hoofd bezig zijn. En dat terwijl die mensen naast ons wél allemaal geanimeerde gesprekken voeren over kinderen en buurvrouwen en weet ik veel wat. Een gekakel, jongens. En de mijne maar bezig zijn met knippen. Op dat soort momenten voel ik me echt schuldig.

Vindt ze me niet aardig? denk ik dan.
Wil ze mijn uitgaanstips niet horen?
Baalt ze dat ze geen spraakzamere klant heeft?

Dit opschrijven is best wel confronterend. Geef ik een fortuin uit zodat ik een kapster moet entertainen. Hou op zeg.

Gelukkig had ik gisteren een makkelijke. Die begon op een gegeven moment over dat ze zo raar had gedroomd. Opgelucht begon ik allerlei vragen te stellen (“En, heb je dat wel vaker?” “En wat gebeurde er toen?” “Hoe voelde je je daarbij?”).

Als het leven niet moeilijk is, moet je het maar moeilijk maken.

28 Comments

Filed under de ongemakken des levens

zelfs mijn sims doen niet aan mindfulness

Ooit heb ik even kunnen mediteren. Mijn ‘mediteren’ stelde weinig voor: ik heb het over vijf minuten stilzitten, waarvan ik net iets meer tijd aan niets denk dan dat ik denk aan hoe goed ik ben in aan niets denken.

En dat ‘mediteren’ hè (of mindfulness, zo’n vies woord maar dan weet iedereen het wel meteen waar ik het over heb), dat is best wel handig om te kunnen. Als het lukte, voelde ik me oprecht helderder. Gereset. Het tegenovergestelde van hoe ik me nu voel, nu ik mijn ogen haast niet meer open kan houden en ik mijn eigen zinsconstructies niet meer begrijp. Weer mediteren zou in theorie een goede oplossing zijn, ware het niet dat ik het niet meer kán. Het lukt me niet om me te concentreren, ik ben te onrustig, na één minuut word ik gek.

Volgens mij lukt het niet omdat ik te vol zit met gedachten, te snel ga om stil te kunnen staan. Dus ik moet afremmen. (Sorry voor het extreem cliché taalgebruik, maar het is nu eenmaal zeldzaam accuraat). Daarom probeer ik minder te denken. Meer te doen. Zoals al die vrouwenbladen zeggen; als je de groente snijdt, snij je de groente, en als je je tanden poetst, poets je je tanden! En je denkt dan niet aan boodschappen.
Dat probeer ik dus. (Soms, niet te vaak. Wanneer denk je dat ik deze blogpost verzon? Gisteren, toen ik aan het wandelen was. Als ik tijdens het wandelen alleen maar had gewandeld, had ik nu een beetje niet geweten wat ik moest schrijven en uit wanhoop een youtubefilmpje online gegooid, de horror). Maar goed, dan probeer ik dus op te ruimen, of wat op de bank te zitten, en dan voel ik me net een sim.

Want ja, alleen een sim kan op de bank gaan zitten en een beetje voor zich uit staren en dat normaal vinden. Want je vervult op dat moment de behoefte van zo’n sim: comfort. En dat is fijn voor de sim. In het echte leven hebben we te weinig geduld voor die comfortbehoefte: er moet tegelijkertijd aan het plezier worden gewerkt! Of aan sociaal (maw dingen met een smartphone).

Maar nu ik erover nadenk: eigenlijk zaten mijn sims ook nooit zomaar op de bank. Als ze op de bank zaten, waren ze tegelijkertijd techniek aan het leren. Plezier kregen ze door te schaken of te schilderen, zodat ze ook wat punten inzicht- of creativiteitspunten scoorden. Als ze eens tv keken, was het omdat ik ze tegelijkertijd wilde laten bonden met andere sims, zodat ze sneller promotie kregen.
Ik was echt heel goed in dat spel, moet ik zeggen.
Maar sims kennen het begrip ‘vierkante ogen’ dan ook niet.

23 Comments

Filed under de ongemakken des levens

hoe het verder ging met mijn fiets

Goed. Ik was dus een ventiel kwijt. De Decatlon kon mijn ventiel niet vervangen, dus stuurde mijn vader me een nieuw exemplaar per post. Afgesloten hoofdstuk, zou je denken, maar nee hoor: dit ventiel, dat op het oog dezelfde maat had als mijn andere ventiel, was nét iets te klein. Ik kon mijn band volpompen wat ik wilde, maar zodra ik ermee stopte, liep-ie net zo snel weer leeg.

Gelukkig vond mijn vader op internet een andere fietsenwinkel, Au Point Vélo Hollandais genaamd. Veelbelovende titel, toch? Tegenover Jardin du Luxembourg, dus lekker centraal. Gisteravond ben ik er direct na het eten heen gegaan, kon ik meteen tickets voor The Rocky Horror Picture Show voor de volgende dag kopen.

(Voor wie denkt: RHPS, die film is toch al veertig jaar uit? (Of: RHPS, wtf is dat?); in Parijs is een bioscoop waar deze film al jarenlang twee per week wordt afgespeeld, terwijl het vóór het scherm tegelijkertijd gespeeld wordt. Het publiek is vaak ook verkleed en roept er dingen doorheen. Ja, dat lijkt me leuk.)

Maar goed, ik dus naar de fietsenwinkel. Daar zag ik Echte Hollandse Fietsen (nou ja, eigenlijk zag ik het niet zo maar dat beeld ik me maar in). Ik had mijn andere, goede ventiel meegenomen, zodat we er zeker van konden zijn dat ik niet met de verkeerde maat naar huis zoud gaan. In deze winkel hadden ze godzijdank wel ventielen, maar nadat de fietsenmaker er diverse nauwkeurig had opgemeten kwam hij tot de conclusie dat hij geen ventiel met dezelfde grootte had.

Toen ben ik maar op kaartjesjacht voor RHPS gegaan. Veel liever had ik online gereserveerd, maar kaartjes werden alleen aan de deur verkocht en ik had geen zin om op de avond zelf daar met mijn glittermake-up in de regen te wachten voor niets.
De jongen achter de kassa keek heel moeilijk toen ik vertelde dat ik vier kaartjes wilde. Hij rommelde wat met zijn computer. “Nee, ik heb er nog maar eentje,” zei hij.

Toen ben ik maar naar het Louvre gegaan. Vorige hadden twee vriendinnen van mij daar een Echte Mummie gezien en ja, het is niet alsof ik nog nooit eerder een mummie heb gezien, maar nu voelde ik een sterke behoefte om ernaar te gaan kijken. Dit was echter niet mogelijk zonder eerst 860956 stappen richting de Egyptische afdeling te zetten. Eenmaal daar werd ik nog tegengehouden door honderden Egyptische beeldjes, muurschilderingen, meubels, sieraden, spelletjes, sarcofagen en andere interessante weet-ik-veel-wat, het Louvre ging al bijna sluiten en dan kwam er wéér een nieuwe zaal met al die verdomd goed geconserveerde voorwerpen.
Maar uiteindelijk vond ik hem, hoor.
Was het toch niet helemaal een verloren avond.

17 Comments

Filed under de ongemakken des levens

niets is wat het lijkt

Je le sais, ik heb mijn en jullie blogs grondig verwaarloosd, maar had ik een slechte reden? Nee. Ik heb een verdomd goede reden en dat is Parijs. En dat bedoel ik helaas niet op een romantische ‘de stad wacht’-manier. Meer als: Parijs is nogal veeleisend en komt z’n afspraken niet na, waardoor schijnbaar simpele zaken ineens veel meer tijd kosten.

Maandag ging ik de sleutel van mijn kamer ophalen. Omdat ik deze had gehuurd bij een grote studentenwoningcorporatie, dacht ik dat het proces vrij vlekkeloos zou verlopen. Niet dus. Eerst moesten we (we = ik en mijn ouders. Ik ben nogal onzelfstandig. Of ik heb gewoon hele aardige ouders) ergens heen om mijn handtekening te zetten en praktisch alle financiële gegevens van mijn moeder in te leveren. (Ze vertrouwen me niet, dus ze moeten zeker weten dat mijn ouders in staat zijn de rekeningen te betalen als ik al mijn geld uitgeef in de Moulin Rouge)
Omdat we drie kwartier voordat het bureau opende al voor de deur stonden, werd ik vrij snel geholpen. De vrouw achter de balie was vriendelijk, maar niet al te snugger – zo dacht ze uit mijn paspoort op te maken dat ik ‘Rotterdam Lisa’ heette.
“En dit,” ze onderstreepte iets, “is het adres van je residence, en hier,” ze onderstreepte iets anders, “moet je de sleutel ophalen. Let op, het is op een ander adres.”
Het was dus exact hetzelfde adres. “Oh,” zei ze toen we haar daarop wezen, “oh.”

Aangekomen bij mijn residence was er niemand op kantoor. Op een briefje dat op de deur hing stond dat de administratie tot 30 september gesloten was. Toen ik het telefoonnummer dat erbij stond belde, kreeg ik een ander adres opgegeven waar ik nu, direct, meteen heen moest.
Het was gelukkig niet ver. Wel druk. Een goedlachse man met rode krulletjes vertelde me dat hij nu geen tijd voor me had, maar dat ik om drie uur terug moest komen. Fijn om dat te horen, om elf uur ‘s ochtends, als je staat te popelen om je nieuwe kamer (en vooral de koelkast) in te richten.

Na vier uur macarons eten bij de McDonalds, lunchen bij de Italiaan en toch maar alvast boodschappen doen, keerden mijn moeder en ik terug naar het tweede adres. De man met de krulletjes was nergens te bekennen. Toen ik na lang wachten eindelijk aan de beurt was, zei de man achter de computer verbouwereerd dat ik hier helemaal niet moest zijn. De vrouw achter het het bureau naast hem riep van wel en liet zien hoe hij me in het systeem kan vinden. “Oh nee,” zei ze toen ze even had gezocht, “je moet toch in het residence zijn.”

Ik ben dankbaar voor het feit dat mijn moeder en ik allebei regelmatig hardlopen, want zonder deze skills was ik nu dakloos geweest. We waren net op tijd in het eerste  residence, dat om onverklaarbare redenen nu ineens wél open was. Nadat ik wat dingen had ingevuld bij een nogal intimiderende vrouw die me liet beloven dat ik METEEN DE VOLGENDE DAG EEN BANKREKENING ZOU OPENEN EN ME ZOU LATEN REGISTEREN BIJ HET ELEKTRICITEITSBEDRIJF, mocht ik mijn kamer in. Deze kamer was, hoewel erg vies achtergelaten, groot en mooi en ik heb ook nog eens uitzicht.

Eind goed, al goed? Als je even buiten beschouwing laat dat ik als het aan de bank ligt nog twee weken wacht op een pasje, het elektriciteitsbedrijf donderdag een bordje “bijzondere sluiting 6 september”op de deur had en toen ik vrijdag terugkwam “bijzondere sluiting 7 september”, vakken in werkelijkheid minder ECTS hebben dan in de studiegids waardoor ik mijn hele rooster moet herzien en mijn studiecoördinator nooit kwam opdagen.
Maar ja. Het zijn wel de straten van Parijs waardoor in van de ene instantie naar de andere ren. Dat is ook wat waard.

29 Comments

Filed under studie in buitenland