Tag Archives: ego’s en zo

sorry voor de muziek

Vroeger viel ik iedereen continu lastig met ‘mijn’ muziek. Ik durf niet te zeggen of ik destijds oprecht dacht de wereld te verblijden met mijn geweldige smaak of dat ik vooral wilde laten horen wát voor muziek ik luisterde – kijk, hier val ik elke avond mee in slaap, erken mijn bestaan – maar ik weet, na heel veel jaren ongevraagd en ongewenst cd’s opzetten, liedjes op sociale media plaatsen (waar vervolgens nooit iemand op reageert) en in het algemeen veel over ‘mijn’ muziek ouwehoeren, inmiddels wél dat niet iedereen zit te wachten op liedjes uit Franse vampiermusicals, krijsende vrouwen en nummers die later door Atomic Kitten gecoverd zouden worden (m.a.w., alles wat ik luister). Dus hou ik mijn oordoppen tegenwoordig maar in m’n oren. Meestal.

Dat nog niet iedereen tot dit besef is gekomen, is duidelijk te merken in openbaar vervoer. Dan heb ik het niet eens over mensen wiens muziek luid en duidelijk door hun oortjes heen te horen is (iets waarvan ik me altijd afvraag hoe ze dat voor elkaar krijgen, maar dat terzijde), maar over mensen (lees: tienerjongens) die liedjes uit hun blikkerige telefoons met willens en wetens door de coupé laten schallen.
Zodra ik zo’n telefoon hoor, wil ik eerst altijd heel boos worden, roepen dat-ie niet zo aso moet doen en dat ik niet op zijn kutmuziek zit te wachten – maar aangezien ik dat niet durf, blijf ik maar meeluisteren. En begin me te verwonderen. Want waarom doet zo iemand zoiets? Vast niet om zijn medereizigers te pesten. Is hij zijn oortjes vergeten en kan hij echt geen treinritje zonder zijn gekoesterde albums? Denkt hij zijn medereizigers een plezier te doen door ons te verlichten met Echt Goede Artiesten? Wil de lieverd soms dat wij zijn muziek luisteren en daarmee begrijpen met wat voor persoon te maken hebben, dat wij al zijn dromen en angsten leren kennen? Zijn bestaan erkennen?

Als ik erover nadenk is het best schattig, eigenlijk.

 

P.S. Deze is leueueeuk toch.

 

15 Comments

Filed under muziek

het bestaan in een paar vraagstukken

Mijn leven kent vele onzekerheden. Zoals: ben ik een ochtend- of avondmens? (Volgens mij geen van beide.) Of: ben ik intro- of extravert? (Volgens mij geen van beide.) Of: functioneer ik beter onder druk, of juist beter zonder druk? (Vooropgesteld dat ik in het dagelijks leven toch wel redelijk functioneer, mag ik hier dus niet ‘geen van beide’ invullen hè. Dus eh… ik functioneer altijd? Nou ja ligt eraan wat voor situatie het is? Of zo???)

Dit soort rare tweedelingen bezorgen mij allerlei existentialistische kriebels. (De oplettende bloglezer al merken dat ik overal existentialistische kriebels van krijg.) Als ik me nu ergens mee identificeer, moet ik me dan daar voor altijd mee identificeren? Rekenen jullie me er dan voor altijd op af?

Maar goed, misschien stel ik me nu een beetje aan. Niemand heeft mij ooit serieus gevraagd of ik een ochtend- of avondmens ben. Of of ik mijzelf meer als een into- of extravert persoon beschouw. En toch heb ik het gevoel dat ik altijd een antwoord op dit soort vragen paraat moet hebben, gewoon, omdat een mens dit over zichzelf hoort te weten. Is dat raar??? (Graag ja of nee invullen.)

Met andere woorden, wat ik wél over mezelf kan concluderen:

- Ik gebruik veel haakjes. En vraagtekens.
- Mijn existentialistische snaar is snel geraakt.
- Ik voel me regelmatig verplicht tot het beantwoorden van vragen die mij niet worden gesteld.
- Ik moet stoppen met het lezen van Pyschologie Magazine want daar kan ik niet zo goed tegen.

Heerlijk hè, die duidelijkheid.

39 Comments

Filed under de ongemakken des levens

ik ben van mijn stoel geduwd

Volgens mij is Bastille een beetje het pauperuitgaansgebied van Parijs, want de mensen die er rondlopen, zijn allesbehalve chic. Niet dat het ons wat uitmaakte; wij waren al lang blij dat we een bar hadden gevonden waar ze herkenbare muziek (lees: Jay-Z en J-Lo) draaiden. Het was er alleen wel bizar druk, van A naar B lopen, was nauwelijks mogelijk. Ik ging op een barkruk zitten, meer uit ruimtetechnische dan uit energieoverwegingen. Aan de overkant stonden diverse mensen op tafels te dansen en supervals mee te zingen met de muziek.
Na vijf minuten kwam er een jongen naar me toe.
“Je zit op mijn stoel,” zei hij.
Dat vond ik een beetje raar, een stoel claimen op zo’n drukke plek, zeker als je die stoel dan ook niet in de gaten laat houden. Daarom zei ik hem dat het niet zijn stoel was en dat ik er al vet lang zat.
Daarna zei hij weer iets. “Perfectement” dacht ik in de eerste instantie, en ik zei dus maar “Oui.”
Hij zei het nog een keer. Ik zei weer “oui”.
Toen keek hij een beetje boos en ging weer weg. Oh wacht, dacht ik toen, hij vroeg “Tu t’apelle comment”.
Even later kwam hij weer terug en vroeg of ik met hem wilde dansen. Ik zei nee. Hij vroeg of ik verlegen was. Ik zei nee. Toen ging hij weer weg. Even was alles goed. We dronken bier, dansten semi (met elkaar, niet met jongens) en keken vooral naar de mensen op de tafels.

Toen was-ie er weer. “Ik wil mijn stoel terug,” zei hij, en hij klonk echt boos.
Eerst deed ik maar alsof ik hem niet begreep, deels omdat ik dacht dat ik hem misschien écht verkeerd begreep, deels omdat ik was bedenktijd nodig had: de mensen aan de andere kant van de tafel leken zijn vrienden ze zijn. Was het in dat geval wel redelijk dat hij daar mocht zitten?
Hij herhaalde het en begon me toen te duwen.
Hij. Begon. Me. Van. Mijn. Kruk. Te. Duwen.
Niet hard. Het was niet zo alsof ik bijna viel, maar ik vond het hoogst vervelend. Daarom zei ik maar geïrriteerd dat het zijn stoel niet was, en even we voerden een wellis-nietes-discussie, terwijl hij bleef duwen.

Uiteindelijk heb ik maar toegegeven, en ben met mijn vriendinnen ergens waar meer ruimte was gaan staan. Daar was een man die een fles Jack Daniels had besteld. Nadat hij steeds wilde dat we een slokje namen, zijn we maar weggegaan. Ik dacht er nog over om die jongen in het voorbijgaan van zijn stoel te duwen, maar ik durfde het niet.

28 Comments

Filed under op stap, rare wereld

een lesje nederigheid

Vandaag heb ik voor het eerst sinds zes dagen weer kunnen douchen. De problemen begonnen zaterdagochtend, toen ik merkte dat het water niet echt warm wilde worden. Daar maakte ik me toen niet weinig zorgen over; het gebeurt wel vaker en is meestal na een halve dag weer over.

Nadat ik bibberend uit de douche kwam, ging ik verder met mijn dag, zonder erbij stil te staan dat deze douche wel eens de laatste in een lange tijd zou kunnen worden. Toen ‘s avonds bleek dat het water inmiddels kouder was dan de melk in mijn koelkast, werd ik wel wat nerveus. Het was nog een heleboel uur weekend en in het weekend wordt nooit zoveel gemaakt (nu we het daarover hebben, ik heb twee keer kortsluiting gehad op VRIJDAGAVOND. Dat is dan mooi je eigen probleem. Dat heeft wel zijn voordelen, de meterkast heeft inmiddels geen geheimen meer voor me).

Zondagochtend en geen warm water te bekennen. En ik ging dus níet onder een ijskoude douche staan. Dat zal best gezond zijn enzo, maar niet als de verwarming óók niet werkt. Vijf minuten kou zou ik misschien nog wel aankunnen, maar daarna zou het alsnog  een dag kosten om weer warm te worden, dus nee. In plaats daarvan heb ik de waterkoker maar aangezet. Het is verbazend hoeveel je kunt doen met 1,5 liter gekookt plus wat koud water, als je tenminste niet probeert om je haar te wassen.

Het werd maandag en de beheerders vertelden ons dat ze ‘ermee bezig’ waren, maar geen resultaat. De Facebookgroep van onze residence stond vol met berichten als “Nog steeds geen warm water…” en in de lift werden boze briefjes en tekeningen van wanhopige gezichten gehangen, waar anderen dan weer goedkeurende opmerkingen bijschreven. Ik vond het wel iets hebben, al praatten we verder nog steeds niet met elkaar.

Na drie dagen met vet haar rondgelopen te hebben, kon ik het niet meer aan en ben op mijn knieën in de badkamer gaan zitten om mijn haar te wassen met 1,5L+. Hoewel mijn haar de volgende dag wel gefrituurd leek, was het niet meer vies.

Gisteren kwam er eindelijk weer warm water uit de kraan. Toen ik naar de administratie fietste om mijn huur te betalen, vroeg de medewerkster:
“En, doet alles het weer?”
“Volgens mij niet helemaal,” zei ik, “Het water wel, maar de verwarming werkte al niet zo goed voor dat gedoe met het water.”
“De verwarming doet het wel, alles is gecontroleerd,” besliste de vrouw.
“Okee,” antwoordde ik nederig.

23 Comments

Filed under de ongemakken des levens

boooooooooooooooos om bloemen

Mijn moeder kan zich intens ergeren aan vrij onschuldig lijkende zaken. Het is één van de weinige eigenschappen die ik van haar heb geërfd, maar wel één eigenschappen die zich het duidelijkst manifesteert (daarom ben ik ook feminist geworden). Mijn aangeboren ergernis kwam pas weer naar voren toen ik een Beau Monde las – ja, ik lees de Beau Monde – waarin een BN-er beweerde dat toeval onmogelijk was, omdat zij toevallig een Rode Draad in haar leven zag. Die rode draad heette ‘bloemen’. Ze was namelijk altijd gek op bloemen en nu had ze haar eigen bloemenlijn.

Persoonlijk vind ik niets naïever en egocentrischer dan ‘niet geloven in toeval’. Als je theologische redenen hebt: oké. Maar als je als ongelovige nog steeds durft te denken dat de kosmos een plan voor jou heeft, alleen maar omdat er steeds bloemen opduiken waar jij komt? Ten eerste: wat voor faking plan is dat nou weer, en ten tweede: waarom voor jou wel en voor de rest niet? Hoe zit het dan met jongeren die sterven voordat ze de middelbare school hebben afgemaakt, is hun plan soms al voltrokken? En kinderen die met zuurstofgebrek worden geboren en daarom hun hele leven afhankelijk blijven, dat is zeker ook geen toeval? Je leest wel eens in andere tijdschriften dat hun papa’s en mama’s er iets van leren, dat ze meer kunnen genieten van kleine dingen enzo. En al die mensen die opstaan en slapen gaan met honger of oorlog? Wat is het plan voor deze mensen – dat ze zien dat niet alles in het leven altijd maar meezit? Of beter gezegd: is dat dan de les die we er in het westen uit moeten trekken, een lesje dankbaarheid?
Dan zit er zeker ook een goede reden achter waarom wij die uitverkorenen zijn en niet zij. Als toeval dan toch niet bestaat.

Misschien trek ik het nu wat ver door; het was tenslotte een vrij onschuldige opmerking van een gezegend persoon. Zit ik me weer kwaad te maken omdat ze gewoon zin had om over bloemen te schrijven. De naïviteit van de opmerking blijft echter knagen – misschien omdat ik me juist zo goed kan ergeren. Maar hé, zo ben ik nu eenmaal geboren. Daar kan ik niets aan doen. Dat is toeval. En anders is het een plan.

15 Comments

Filed under mensen, rare wereld